dinsdag 21 november 2017

Hoofdoek wijst op fundamentalisme


Ze heet Sarah Izat. Ze is aan het afstuderen voor haar master ‘European Union and International Law’. Ze wil Buitengewoon Opsporings Ambtenaar (BOA) worden. Omdat ze in die functie geen hoofddoek kan dragen heeft ze bij de Commissie Rechten van de Mens een zaak aanhangig gemaakt wegens discriminatie. De commissie heeft haar gedeeltelijk in het gelijk gesteld, de politie discrimineert.

Een slimme meid zou je denken. Gedisciplineerd ook, want werken en afstuderen gaat niet zo gemakkelijk samen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het niet zo maar een individuele actie is van deze dame. Carl Brendel heeft aangetoond dat er een hele organisatie achter zit en er subsidie voor is verkregen.

Werkgevers mogen hun personeel verbieden een hoofddoek of een ander religieus symbool te dragen. Dat heeft het Europees Hof van Justitie in maart 2017 bepaald. De landelijke politie kent een dergelijk verbod dat beantwoordt aan de criteria die het Europese Hof van Justitie bij het verbod heeft gesteld. In feite vecht ze samen met haar achterban deze uitspraak aan.

Izat provoceert. Ze beklaagt zich omdat ze op een bijeenkomst eens weggestuurd werd omdat ze daar in uniform en hoofddoek (hijab) verscheen, terwijl ze wist wat het tegen het beleid was. Ze heeft ook politieke motieven. Ze is ook betrokken bij de Rotterdamse islampartij NIDA, die twee zetels in de Rotterdamse gemeenteraad heeft. Daarover zwijgt ze.

Ze zegt in het interview in de Volkskrant (09112017) uit de anonimiteit te zijn gestapt “omdat ik de samenleving mijn kant van het verhaal schuldig ben en de dialoog wil aangaan”. In Trouw van 20 november 2017 zegt ze dat mensen niet bang hoeven te zijn dat ze als agente meer loyaal aan de islam n Koran zal zijn dan aan de grondwet. “Ze denken dat die niet samengaan. Maar in mij is alles verenigd”. Alsof dat kan.
Izat is er in ieder geval in geslaagd om brede publiciteit te krijgen voor haar strijd. In haar opzet is ze nog niet geslaagd. De nieuwe Minister Grapperhaus die over de politie gaat heeft laten weten dat het beleid niet zal veranderen. Daarmee vertolkt hij in ieder geval de wens die breed in de samenleving leeft. Of zijn besluit lang mee gaat moeten we echter nog maar af wachten.

Is een hoofdoek een onschuldig lapje stof? Hoogleraar Sociologie in Berlijn, Ruud Koopmans heeft het breed onderzocht en vastgesteld 'Als tolerante Nederlanders zijn we geneigd te denken dat de sluier een onschuldig lapje stof is. Dat klopt niet. 55 procent van de stellen waarvan de vrouw een hoofddoek draagt, is fundamentalistisch'. Is hijabdraagster Izat (er zijn bijna geen hoofddoeken meer te zien) fundamentalistisch, net zo als 55 procent van de hoofddoekdraagsters? Ze heeft de twijfel daarover niet weggenomen. Ze is betrokken bij de Rotterdamse islamitische partij NIDA, die twee zetels in de gemeenteraad heeft. Maar vooral het speurwerk van Carl Brendel laat zien dat een brede coalitie van islamitische instituties onderdeel is van de actie van Izat. De hoofdoek is voor de islam een middel om de islam zichtbaar te maken in de samenleving. Er wordt dan ook naar gestreefd om dat overal in alle arbeidsplaatsen zichtbaar te maken. De politie is tot nu toe een van de bolwerken waarin dat niet mogelijk is.

De islam moedigt vrouwen aan om een hoofdoek te dragen. In de eigen uitleg vertaalt de islam de jaloezie van Mohammed naar de wil van Allah. “Vrouwen dragen een hoofddoek enkel en alleen voor Allah, omdat Hij het wil. Hierdoor wordt het dragen van een hoofddoek een vorm van aanbidding, omdat je het voor Allah doet. Een vrouw met een hoofddoek die hiervan bewust is, verricht als het ware de hele dag aanbidding. Iedere seconde dat ze haar hoofddoek draagt, wordt toegeschreven alsof ze aanbidding verricht. Dit is een grote gunst die Allah aan de vrouwen heeft geschonken. Het ervaren van een kleine moeite op deze wereld door het dragen van een hoofddoek, zal in het hiernamaals resulteren in een grote beloning.”

Zie je het al voor je. Een gehoofddoekte agente die  als het ware de hele dag Allah aanbidt. Dat is nog niet het ergste. Bij een fundamentalistische agente als Izat mag je er van uitgaan dat ze de hijab draagt omdat de koran daar om zou vragen. Dan mag je ook aannemen dat ze ook alle minder aardige verzen uit de koran serieus neemt. Het kernvers van de koran is: ‘Strijdt tot de religie van Allah is’. De hele koran is daar als het ware om heen gebouwd. De koran bevat het actieplan om de wereld aan de voeten van Allah te leggen en geweld wordt daarbij niet geschuwd. In een blog (Het kernthema van de islam: “strijdt tot de wereld van Allah is”, wordt onvoldoende weersproken) heb ik me al eens eerder afgevraagd waarom onze overheid dat doel van de islam niet serieus als  gevaar ziet. In dat blog heb ik ook een aantal minder aardige verzen uit de koran opgenomen.

Er is ook reden om verzet te plegen tegen het aannemen van moslims en moslima’s in functies met beslissingsbevoegdheden. Het schandaal over het Amsterdamse deradicaliseringsproject en corrupte moslimagenten vormen een aanwijzing dat de tribale cultuur van moslims niet te verenigen is met de Nederlandse cultuur.
Links Nederland solidariseert zich al lang niet meer zoals vanouds met mensen met een modaal inkomen of minder dan dat. Dat het links zou gaan om het delen van macht, kennis en inkomen, kan niet meer worden waargemaakt. Links solidariseert zich met minderheidsgroepen, keert zich tegen het nauwelijks bestaande racisme alsof dat een enorm probleem is en steunt de islam bij het verkrijgen van steeds meer macht. Links bevordert het fundamentalisme en heeft lak aan de overgrote meerderheid van de bevolking die de islam wel degelijk en terecht als een gevaar ziet.








woensdag 18 oktober 2017

Genieten…, want ik ben ‘white privileged’



Zeker toch een paar keer per jaar dank ik god op mijn blote knieën dat  ik hier ben geboren in plaats van in een of ander Verweggistan. Ik beschouw dat niet als een verdienste, maar als een voorrecht. Ik geniet van wat mijn voorouders en mijn generatie van dit land hebben gemaakt.

Het enige wat me dwars zit is dat ik van de calvinisten en heftig linksen niet mag genieten van mijn voorrecht. Ze denken dat ik blind ben. De welvaart van Nederland zou volgens hen berusten op uitbuiting waardoor de welvaart die is opgebouwd, verdacht is. En nog erger, vanuit mijn witte privilege zou ik neerkijken op alles wat een kleur heeft.

Calvinisten en heftig linksen zijn de boze feeën die het feest komen verstoren met valse beelden. Het behoort niet tot de cultuur van mijn land om neer te kijken op mensen met een kleur. Ik kijk wel neer op mensen die hier wel willen wonen, maar hun eigen cultuur willen behouden omdat ze die veel beter vinden dan de onze. Ik behoor niet tot de calvinisten en heftig linksen die vinden dat culturen gelijkwaardig zijn. Ik meet culturen op hun vermogen om welvaart te spreiden en een open debat toe te staan. Dan zie je hele grote verschillen.

Ik kijk neer op mensen die niet willen integreren maar wel een deel van de taart willen, net zo goed als ik neerkijk op autochtone Nederlanders die zich te goed achten om te werken voor de kost en ten onrechte een uitkering genieten.  Ze profiteren slechts zonder een bijdrage te leveren.

‘Niet zeuren, maar aanpakken’, is een deel van de Nederlandse cultuur. Als je niet mee kan komen is er een menswaardig vangnet. Cultuur is: zoals we het hier doen. En hoewel Nederland ook niet volmaakt is, laten we in alle statistieken bijna alle andere landen achter ons. We doen het dus goed en daar mogen we trots op zijn. Het is ook onze plicht om de verworvenheden aan de toekomstige generaties door te geven.

“White privilege”, bestaat, maar in hoofdzaak in de hoofden van mensen die slachtoffer zijn van hun cultuur, maar andere culturen daarvoor verantwoordelijk stellen. Ook met een kleur kun je een volledig geaccepteerd Nederlander worden als je integreert en je er niets van aantrekt als je vanuit de cultuur die je hebt losgelaten een ‘bounty’ wordt genoemd. Het betekent hooguit dat je een goede afweging hebt gevonden tussen persoonlijke belangen en de belangen van de samenleving als geheel. Het betekent ook dat mensen met een andere kleur kunnen genieten van het ‘white privilege’ om dat ze deel uitmaken van de cultuur die dat tot stand heeft gebracht en die cultuur uit dragen.

‘White privileged’ is een beschuldiging die voortkomt uit jaloezie en uit onvermogen. Het isoleert ‘kleur’ uit alle andere factoren die een rol spelen, waarbij cultuur waarschijnlijk de belangrijkste is. Daarom hebben roodharigen minder problemen. Ooit zat ik op een verjaardagsfeestje naast een donker gekleurde vrouw. We hadden geanimeerde gesprekken. Pas op weg naar huis realiseerde ik me dat ik met een donkere vrouw had zitten praten. Die realisatie had in feite niets met de kleur te maken maar met de bewustwording dat het een gesprek tussen twee normale Nederlanders was geweest. Ze had de culturele ‘kleur’ van zich afgeschud. Cultuur maakt je ‘blank’, of liever: ‘Nederlands’,  en dat heeft niets met huidskleur te maken.
‘White-privileged’ is gewoon 'cultuur-privileged'.





dinsdag 17 oktober 2017

Waarom de 'deugmens' niet deugt

                                                                

De term ‘Gutmensch’ is aan het verdwijnen en lijkt te worden vervangen door de term ‘deugmens’. Dat is een goede ontwikkeling. De Gutmensch kan zich nader beschouwd helemaal niet beroepen op zijn goedheid. Hij wil als regel deugzaam zijn. Maar dat geeft problemen. Omwille van de deugd kiest hij voor een standpunt en handelt daarnaar ongeacht de gevolgen.

Als hij ‘welkom vluchtelingen’ roept, handelt hij vanuit de deugd om mensen in nood te helpen. De vraag of het werkelijk om mensen in nood gaat interesseert hem nauwelijks. Als er ‘hulp’ wordt geroepen, ga je helpen. Of de hulp helpt, interesseert hem ook nauwelijks. Hij heeft goede bedoelingen en dat moet genoeg zijn. Of we in staat zijn om alle mensen die om hulp (asiel) vragen te helpen, interesseert hem ook al niet. Hem interesseert slechts de houding. Die is goed of niet goed.
De deugmens is een respectloos mens. Dat gebrek aan respect begint al als hij na het roepen van ‘welkom’ naar huis terugkeert en het aan anderen overlaat om zich over de gevolgen van zijn ‘goed zijn’ te ontfermen. 

De deugmens is in de geschiedenis een akelig mens. Ooit was het deugzaam om heksen te verbranden of te verdrinken. Ooit was het deugzaam om ketters te vervolgen en hielp de deugmens om de inquisitie op te tuigen. De deugmens is nogal modegevoelig. Tot op de dag van vandaag vindt hij nieuwe doelen (klimaat bijvoorbeeld) om zijn deugzaamheid te bewijzen en aan anderen op te leggen. De deugmens is een narcist die zich moreel verheven voelt en geen antenne heeft voor wat anderen beweegt. Hij heeft geen respect voor de gevoelens en inzichten van anderen die afwijken van de zijne. Als hij zo’n afwijkeling aantreft, zet zijn narcisme hem er toe om die te vernietigen. De tegenwoordige modes betreffen vooral klimaat en migratie. De deugmens is in discussies over die onderwerpen aan te treffen als donderprediker die anderen voorhoudt wat de juiste houding is. Wie zich daarin niet schikt loopt tegen de inquisitie aan die hem verbaal vernietigt en van zijn reputatie berooft. Dat is de reden waarom de deugmens volgers heeft. Het zijn de bangerikken die zich als zijn handlangers ontplooien en kopen daarmee hun veiligheid tegen zijn toorn. 

Schuld en boete lijkt ten grondslag te liggen aan wat de deugmens beweegt. Hem is gemakkelijk schuld aan te praten, het is zijn kwetsbaarheid. De opvatting dat narcisme in feite een overcompensatie is van angst en minderwaardigheidsgevoelens, kon wel eens kloppen. De deugmens heeft behoefte om voor anderen een deugmens te zijn. ‘Zie mij’ is zijn spel, ‘waarom ben je niet even deugzaam als ik?’. Het geeft hem macht over anderen en daar ligt de feitelijke psychische behoefte van de deugmens.
Ondertussen is de deugmens allesbehalve deugzaam. Hij maakt slachtoffers en schept maatschappelijke problematiek. Hij bestrijdt niet het kwade, maar degenen die hem niet volgen. De niet-volgers zijn het kwaad. Democratisch respect voor andere inzichten dan de zijne behoort niet tot zijn deugden. Hij is nietsontziend in het afdwingen van zijn standpunten. In het trouw blijven aan zijn eigen deugzaamheid is de deugmens zowel hypocriet als opportunistisch. Ook dat behoort tot zijn narcistische persoonlijkheid. Slechts zelden neemt hij zijn eigen standpunten serieus. Dat is logisch want hij gebruikt die standpunten om macht uit te oefenen. Een goed voorbeeld is te vinden bij de problematiek van ‘witte scholen’. De deugmens die diversiteit prijst kiest er toch maar liever voor om de eigen kinderen naar een ‘witte’ school te sturen. Dagblad Parool schrijft daar al maanden over. Wat er ook wordt geprobeerd, het lukt maar niet om het probleem van ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen op te lossen. De deugmens haakt af waar het zijn eigen vermeend belang raakt.

In het maatschappelijk debat lijkt de deugmens de overhand te hebben. Dat betekent dat ‘narcisme’ een nog onvoldoende herkend maatschappelijk fenomeen is en daarom kan woekeren.



maandag 16 oktober 2017

Zijn we te beschaafd geworden in het strafrecht?


Neem verantwoordelijkheid
‘Niemand hoeft mee te werken aan zijn/haar eigen veroordeling’. Het is een zinnetje dat ik aantrof in beschouwingen over de zaak ‘Anna Faber’. De zin verwees naar de verdachte die in een eerdere zedenzaak weigerde om mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek. De reden voor de weigering was het ontlopen van het risico dat bij een TBS een langere detentie kan volgen.

Het is een vaststaande praktijk in de rechtsgang dat het bewijs van een misdaad door het Openbaar Ministerie verzameld moet worden en dat dit bewijs door de rechter wordt beoordeeld. Een verdachte mag zwijgen, tegen werken, desinformatie geven, misleiden, valse getuigenissen organiseren en bewijs verdonkeremanen. De verdachte speelt vaak het spel: ‘pak me maar als je kan’, een crimineel spel.

Volgens een artikel in de NRC weigert ongeveer de helft van de voor een psychiatrisch onderzoek in aanmerking komenden om daar aan mee te werken. De weigering wordt als een recht gezien. Niemand hoeft mee te werken aan zijn/haar eigen veroordeling. In de rechtspraktijk heeft dat heel wat meer consequenties dan alleen het ontlopen van de TBS. Door niet mee te werken kan het werk van het OM zodanig bemoeilijkt worden dat er geen vervolging plaatsvindt of dat de rechter wegens gebrek aan overtuigend bewijs tot vrijspraak over gaat. Bij het vervolgen van leden van de mocromaffia gebeurde dat een aantal keren.

Niet meewerken kan het gevolg zijn van de angst dat met ‘praten’ de erecode van ‘zwijgen’ wordt overtreden en wraakacties het gevolg zullen zijn. Criminele wetten krijgen op deze manier veel invloed op de rechtsgang en bieden bescherming aan criminaliteit.

De opvatting dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden staat op gespannen voet met het recht om niet mee te werken. Dat recht leidt tot een groeiend aantal geharde daders die op alle mogelijke manieren, na te zijn gepakt, aan veroordeling proberen te ontkomen. De norm dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden vervaagt door dat recht.

Bij alle nu gaande discussies over het vaker toepassen van TBS, ook als de verdachte niet meewerkt, blijft de discussie over het recht om te zwijgen achterwege alsof dit een onomstotelijk recht is. Het is de discussie die eigenlijk gevoerd zou moeten worden. Het niet meewerken kan als een criminele daad worden gezien. Bij een belemmerde rechtsgang is het de samenleving die uiteindelijk schade lijdt.

Niet meewerken zou als zodanig strafbaar kunnen worden gesteld en in voorkomende gevallen tot strafverhoging moeten leiden. Niet meewerken is asociaal en strijdig met de norm dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden. En verantwoordelijkheid nemen voor je daden zou een van de uitgangspunten van het strafrecht dienen te zijn. Een verdachte heeft niet alleen rechten, maar ook plichten. Van plichten kan hij niet ontslagen worden.

Het recht op niet meewerken kan worden gezien als te veel toegeven aan de dader en het laten uitmelken van rechten. Dat is strijdig met de belangen van de samenleving en van slachtoffers. Het recht om niet mee te werken is wellicht een hoogstandje in het juridisch denken, maar kan gezien worden als een uiting van beschaving die de beschaving aantast en onwenselijk gedrag in de hand werkt.








dinsdag 26 september 2017

Er zit geen toekomst in het moslim-zijn

                                                                   
De agressieve aanpak levert weerstand op
Je merkt het aan de woorden. Lieve woordjes als ‘Medelander’ of ‘nieuwe Nederlander’ zie en hoor je bijna nergens meer. De tegemoetkomendheid is langzaam aan het verdwijnen. De Nederlandse overheid keert zich tegen de meest orthodoxe vorm van de islam, het salafisme, zonder dat dit discussie oplevert. De multiculturele samenleving wordt, behalve door de drie musketiers van DENK, breed afgewezen.  Het negatieve antwoord op de tegemoetkomende houding van met name islamitische nieuwkomers, bekoelt de bereidheid om nieuwe instromers te verwelkomen.

Het wordt steeds duidelijker dat de islam op geen enkele wijze te verenigen is met de West-Europese cultuur. De islam wordt in toenemende mate afgewezen. Ook het simpele antwoord van de islamitische voorlieden dat de afwijzing op ‘racisme’ en ‘discriminatie’ berust, ontmoet tegenwoordig meer hoon dan instemming.

Iedere nieuwe regering komt met strengere maatregels over de inburgering om na vier jaar te constateren dat het niet werkt. Als opeenvolgende maatregelen geen zicht op een oplossing bieden, zal de tijd komen waarin de conclusie dat moslims niet integreren onvermijdelijk wordt. Islamitische woordvoerders erkennen de situatie al langere tijd. Ze houden de Nederlandse samenleving en moslims voor dat ze acceptatie prefereren boven integratie. Die opstelling legt de kern bloot van het multiculturele drama. Moslims kunnen geen echte Nederlander worden omdat hun loyaliteit bij de islam hoort te liggen. De islam kweekt schijn-Nederlanders. Moslims die de oversteek wel wagen, worden als verraders gezien en krijgen te maken met sociale uitsluiting.

accepteren of je kop gaat eraf
Voor de weigering tot integratie betalen moslims een kostbare prijs.  Het vasthouden aan de islam en de thuiscultuur marginaliseert ze. Die tribale narcistische cultuur gaat gepaard met afwijzing van de Nederlandse cultuur en met meer criminaliteit, fraude, nepotisme, cliëntelisme en geweld tegen homo’s en joden, dan de Nederlandse samenleving accepteert. De tegemoetkomendheid en handreikingen drogen als gevolg daarvan op en de acceptatie neemt af. Dat is de tol die moslims betalen voor de oproepen om de islam en het thuisland trouw te blijven.

De slimmere moslims, en daar zijn er steeds meer van, zien dat hun toekomst en die van hun kinderen bedreigd wordt en kiezen er voor om afstand te nemen van wat hen identificeert als moslim of als vertegenwoordiger van een etnische groep. Ze mijden ‘zwarte’ scholen, kiezen voor een overwegend blanke buurt om te wonen. Hun identiteit als moslim vervaagt. Voor zover ze nog religieus zijn, zijn ze dat zoals katholieken of protestanten die zich daar allang niet meer op laten voorstaan. Ze ontsnappen aan de benauwende groepscontrole en ontwikkelen netwerken met voldoende autochtone Nederlanders. Het Sociaal Cultureel Planbureau bevestigt dat ze gelukkiger zijn dan degenen die niet integreren. Het verschijnsel van moslims die zich afkeren van de islam doet zich ook in Engeland voor. Het gaat gepaard met risico's. Daarmee verspeelt de islam in feite het recht op vrijheid van godsdienst.

Er zit geen toekomst in het moslim zijn. Het wordt meer en meer een sociale handicap die kansen negatief beïnvloedt. Dat heeft helemaal niets met discriminatie of racisme te maken. Het heeft te maken met de islam die de Nederlandse cultuur en integratie afwijst. Dat raakt een snaar onder de autochtone bevolking waarin men zich steeds vaker afvraagt waarom men overtuigde moslims zou moeten laten meedoen in het verdelen van de taart.

Bij ongewijzigd islamitisch beleid wacht moslims voortgaande gettoïsering. Opgesloten in het eigen gelijk, in eigen buurt en in eigen scholen. Opgesloten in eigen ellende. Het is een ontwikkeling die al gaande is.

De Nederlandse roep om terug te keren naar het eigen land zal steeds luider worden.



maandag 18 september 2017

De betwiste orde in Nederland


Samenlevingen hebben behoefte aan orde. Lang werd die geleverd door religies. Stuk voor stuk introduceerden ze regels voor het samenleven en gaven die een absolute werking door te beweren dat die afkomstig waren van een onbetwistbare god.  Mozes was niet de eerste die van god regels meekreeg. Voor hem waren er al sjamanen en druïden die dat kunstje ook kenden.

Toen er te veel van die ordeningssystemen kwamen ontstond de behoefte aan één god en deed het monotheïsme zijn intrede. Een joodse innovatie. In Europa werd vanaf de derde eeuw gekozen voor het christendom als ordeningssysteem en werd het de bevolking opgedrongen. Eeuwenlang regeerde de bijbel, eigenlijk de bijbeluitleggers, de samenleving.

Er was een Verlichting nodig om de dominantie van de bijbel in te tomen. Vanaf die tijd begon de aarde om de zon te draaien en konden wetenschappen zich ontwikkelen zonder knechting door bijbelkenners. Voor de maatschappelijke orde maakte dat niet veel uit. Christenen maakten onderling veel ruzie, maar over twee belangrijke dingen waren ze het eens. De Tien geboden en de Bergrede bleven leidend voor de samenleving en zorgden voor de orde. Maar die orde zou betwist gaan worden.

Na God werd ook de waarheid doodverklaard
Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd die orde bedreigd door nieuwe politieke systemen. Nietzsche had god net dood verklaard en beschreef het faillissement van het christendom. Het christendom knechtte de mens volgens zijn visie. Het maakte de weg vrij voor de opkomst van het communisme en het fascisme als concurrerende ordeningssystemen met een totalitaire grondslag. Beide zijn verdwenen, maar hebben hun sporen in de samenleving achter gelaten.

In de Nederlandse samenleving waar fascisme en communisme nauwelijks invloed kregen op de bevolking, verloor na de tweede wereldoorlog ook het christendom gaandeweg zijn invloed. Na de tweede wereldoorlog werden ordende systemen gewantrouwd. De jaren zestig van de twintigste eeuw lieten wat dat betreft een dijkdoorbraak zien. Mensenrechten vulden het ontstane gat, kregen een grotere betekenis dan aanvankelijk bedoeld was en de grondwet werd aangepast aan de veelomvattende mensenrechten. De mensenrechten waren ook bestand tegen de aanvallen op het begrip waarheid door, onder andere, Foucault en Derrida. De waarheid werd een tijdelijke constructie en gedemocratiseerd. Waarheid werd datgene waar de meeste consensus over bestond en iedere waarheid kan gerelativeerd worden. 

Sindsdien zijn mensen niet alleen gelijkwaardig, maar ook gelijk. Het nieuwe egalitarisme (ik vermijd uitdrukkelijk het begrip cultuur-marxisme) deed zijn intrede. De stroming streeft naar een nieuw soort orde, die echter op haar beurt ook weer sterk omstreden is. De samenleving raakt daardoor haar ordende ankers kwijt. Er is verwarring en strijd, maar het omstreden egalitarisme lijkt tot nu toe de overhand te hebben. Mensenrechten worden als wapen gebruikt om anderen te verordonneren waar ze aan moeten voldoen. De nadruk op rechten zet de plichten in de schaduw en knaagt aan begrippen als wederkerigheid, gemeenschapszin en eerlijkheid als deugden. Egalitarisme focust op individuen en minderheidsgroepen. De belangen van de samenleving als zodanig raken daar bij op de achtergrond.

Nieuwe mede-eigenaren die de waarheid naar hun hand zetten
Op dat punt zijn we nu aangeland. De na te streven egalitaire orde wordt betwist. Het grootste twistpunt is de diversiteit die de bestaande orde bedreigt. Minderheidsgroepen maken een gretig gebruik van hun rechten en confronteren Nederland met zijn koloniaal verleden en de interpretatie van de eigen geschiedenis. De blanke mens is een schuldige boeman en niet meer alleen-eigenaar van zijn Nederland. Er dienen zich nieuwe mede-eigenaren aan die hun eigen geschiedenis en eigen waarheid mee brengen. Dat leidt tot de eigenaardige situatie dat alles mag worden gerelativeerd, echter met uitzondering van de geschiedenis en waarheid van de nieuwe mede-eigenaren. Die weten Foucault en Derrida handig te gebruiken om de autochtone Nederlander aan te vallen en tegelijk zelf buiten schot te blijven. Politieke correctheid is het wapen waarvan ze zich bedienen om hun eigen waarheid op te dringen. Beschuldigingen van racisme en fascisme werden de wapenuitrusting waarmee autochtoon Nederland onzeker werd gemaakt.

Naast de nieuwe eigenaren die zijn overgekomen uit de Zuid-Amerikaanse voormalige Nederlandse kolonieën, presenteert ook de islam zich als een nieuwe mede-eigenaar. Dat is een lastige klant met een lastige agenda. De islam pretendeert dat haar ordeningssysteem superieur is en overal ter wereld toegepast zou moeten worden. Waar de uit slaven voortgekomen nieuwe mede-eigenaars zich nog bij wijze van spreken laten sussen door zwarte piet te vervangen door een (omstreden) kleurenpiet, laat de islam zich niet afkopen. De opdracht die de islam moslims meegeeft is om in hun nieuwe land te accepteren wat al te verenigen is met de islam en zich in te zetten voor de verandering van alles wat niet te verenigen is met de islam. De islam kan het goed vinden met politiek links dat het sterkst voor egalitarisme is. De PvdA heeft uit haar verkiezingsverlies wat dat betreft nog steeds niet de juiste conclusie getrokken. De islam is helemaal niet voor egalitarisme en gebruikt dat alleen maar op opportunistische wijze om een voet aan de grond te krijgen. Allah en de christelijke god  zijn wat hun wensen betreft de samenleving twee heel verschillende goden. Dat bevordert de wanorde.

Een samenleving wordt gevorm door mensen die een gedeeld ordeningssysteem hebben. Eenheid in verscheidenheid was de democratische oplossing tot nu toe. Als een systeem op een rechtvaardige manier ordent, maakt het niet uit wat voor naam het heeft. Als het maar werkt.

Het huidige ordeningssysteem werkt niet meer voldoende in de ogen van veel mensen. Politieke partijen worden niet meer vertrouwd, de overheid wordt niet meer vertrouwd, het rechtssysteem wordt niet meer vertrouwd, de politie als handhaver van het rechtssysteem wordt niet meer vertrouwd, de media worden niet meer vertrouwd, menswetenschappen worden niet meer vertrouwd en het onderling vertrouwen erodeert ook bij de dag.

Egalitarisme bevordert verdeeldheid
De grootste boosdoener is het egalitarisme dat gelijkheid tot haar kroonjuweel heeft uitgeroepen. De door egalitarisme gesanctioneerde diversiteit bracht de bestaande orde aan het wankelen door de aanval op de bestaande cultuur. De narratieven van de nieuwe mede-eigenaren van Nederland moeten in het gangbare Nederlandse narratief worden opgenomen omdat het egalitarisme dat vereist.

Maar mensen zijn helemaal niet gelijk. Ze zijn slechts voor de wet gelijk. Ze zijn divers in talent, uiterlijk, opvattingen en hun geschiedenis op individueel en groepsniveau. De mens is ook niet zo aardig, want egoïstisch en agressief. Dat vraagt om ordening. Die is in toenemende mate tanende, algemeen aanvaard gezag erodeert.  En dat zal zo blijven zolang de consensus over de gewenste orde omstreden blijft.
Egalitarisme verschaft macht aan degenen die menen dat autochtone Nederlanders tekort schieten om hen als gelijken te accepteren. Opvallend is de afwezigheid van zelfkritiek. Want hen overkomt is altijd de schuld van anderen. Het is de Nederlandse elite die op dit punt tekort schiet. Die denkt de vrede te bewaren door aan de bezwaren tegemoet te komen en veroordeelt de autochtone Nederlanders die dat heel anders zien en geen enkel vertrouwen meer hebben in de elite.

Hoe nu verder
Dat wordt nog een heel groot probleem. De mislukte integratie van nieuwkomers laat precies zien waar het mis is gegaan. De orde wordt niet meer in voldoende mate gedeeld. De teugels zijn te lang los gelaten. Het is moeilijk om die ontwikkelingen terug te draaien.  Op de huidige voet verder gaan is echter ook geen optie.
De eerste stap die gezet dient te worden is de erkenning  van het feit dat de samenleving richting wanorde gaat. De enige oplossing is dan te vinden in het cultureel een stapje terug te doen en terug te vallen op een meer normerende cultuur waarbij rechten en plichten weer in evenwicht zijn. Een hardere cultuur waarin stevige keuzes worden gemaakt om de samenleving tot orde te roepen.

Een gedeelde orde is noodzakelijk. In zo’n gedeelde orde kan geen sprake zijn van godsdienstvrijheid voor de islam. In zo’n gedeelde orde dient aan  de aanspraken van minderheidsgroepen niet gemakzuchtig te worden toegegeven. In zo’n gedeelde orde wordt criminaliteit harder aangepakt dan nu het geval is.

De eenheid in verscheidenheid wordt niet aangetast, maar die eenheid dient centraler te staan dan de verscheidenheid. Eenheid betekent dat mensen willen dat het goed gaat met Nederland, dat dat wat van ze vergt, maar dat ze daar ook van profiteren.













woensdag 6 september 2017

Gepolariseerd Polen: wat de media ons niet vertellen


In oktober 2017 vonden de aftredende PvdA-ministers een slimme manier om nog twee kandidaten te benoemen voor de in de komende jaren vrij te vallen zetels in de Raad van State. Ze deden dat om daar hun invloed te behouden vanaf het moment dat een nieuwe regering, zonder de PvdA, het stokje zou overnemen.

Het zal niet gebeuren. Het is zelfs ondenkbaar in het Nederlandse politieke bestel. Het gebeurde echter wel in Polen. De jonge democratie heeft daar nog ruwe kantjes. Toen in november 2015 PiS (Recht en Rechtvaardigheid) de verkiezingen won, benoemde de verslagen regering nog snel twee nieuwe kandidaten voor de in de komende jaren te ontstane vacatures bij het Constitutionele Hof om daar de meerderheid te verstevigen. Anders dan de Raad van State die een adviserende rol heeft bij wetgeving, kon het Constitutionele Hof in Polen wetten afwijzen. Dat deed het dan ook met wetten van de nieuwe PiS-regering. Het dwong de nieuwe regering om de bevoegdheden van het Hof te beknotten.

Om beter te begrijpen wat daar aan de hand was moeten we terug naar het moment dat de Communistische Partij in Polen de macht overdroeg aan een nieuwe door Solidarinosc gedomineerde nieuwe regering. Onderdeel van de overdracht was een overeenkomst waarbij een streep werd gezet onder het verleden en alle voormalige communisten vrijuit gingen. Een fatale vergissing die bijvoorbeeld de Tsjechen niet maakten. Die stuurden alle voormalige communisten boven een bepaalde rang baanloos naar huis. In Polen bleven ze zitten. In het leger, op de ministeries, op bedrijven, in banken, bij de media, in de rechtspraak en in de geheime diensten. Politiek gingen ze verder als sociaal-democraten. In het nogal bewegelijke politieke landschap zijn ze nu terug te vinden in de partij Burger Platform (PO), de belangrijkste tegenstrever van PiS.

PO is te omschrijven als een sociaal liberale partij die pro Europa is. Donald Tusk was premier voor deze partij voordat hij voorzitter werd van de Europese Raad. Een van de belangrijkste geschillen tussen PiS en PO is het Centrale Anti Corruptiebureau. Door PiS wordt het gezien als het orgaan dat kan onderzoeken op welke wijze de oude communisten nagenoeg de hele economie van Polen in handen kregen, de media domineerden en de rechtspraak naar hun hand zetten. De regeringen waarin PO in het verleden domineerden, werkte het bureau tegen om de oude kameraden te beschermen en de kurk op de fles van de woelige overgangsjaren na 1989 te houden. 

Om het Centrale Anti Corruptiebureau zijn werk te laten doen had de PiS-regering geen andere keuze dan de macht van het Constitutioneel Hof te beperken en de lagere rechtbanken te ontdoen van rechters die partijdig waren en een onderdeel vormden van de beschermingslaag van de voormalige communisten. Hetzelfde gold voor de staatsmedia.

Het is een van de belangrijkste redenen waarom de Poolse bevolking in 2015 PiS aan een meerderheid hielp. Velen namen het pro-life-programma van PiS voor lief om PiS in staat te stellen om recht te zetten wat direct na 1989 mis was gegaan. Ook de kritische opstellingen tegenover Europa speelde een belangrijke rol.

De strijd tussen de oude communisten (PO) en de conservatieve nationalisten (PiS) maakt van Polen een verscheurd en gepolariseerd land. Links schreeuwt moord en brand nu er aan haar macht getornd wordt en vindt daarin een gewillig oor bij Europa (Tusk (PO), Timmermans (PvdA)) en de West-Europese media. Er is weinig oor voor de 52 procent van de kiezers die in 2015 PiS aan de macht brachten.


Links Polen en Europa hebben elkaar gevonden in het bestrijden van een gemeenschappelijke vijand. De door de Poolse bevolking gekozen regering.