vrijdag 24 oktober 2014

Politieke correctheid is het kwaad van deze tijd

                                                                       
“I believe that political correctness can be a form of linguistic fascism, and it sends shivers down the spine of my generation who went to war against fascism”  P. D. James

Kun je de obesitasepidemie verklaren uit het gebrek aan commentaar uit de sociale omgeving van dikke mensen? Het is weer eens een andere invalshoek dan de oorzaak zoeken bij armoede of bij gemaks- en troostvoedsel. Dat zijn wellicht gemakzuchtige verklaringen die de werkelijke oorzaak verhullen. Het is denk ik vooral de angst om iets te zeggen  dat onaardig wordt gevonden die veel mensen ervan weerhoudt om de juiste feedback te geven. Zelf heb ik niet zo’n moeite om mijn te dik wordende vrienden met een vinger in de buik te porren en gelijktijdige de vraag te stellen: ‘wordt dat niet wat te veel, man?”. Bij vrouwen en kinderen laat ik dat na. De zieligheidsreflex bezorgt mij ook een drempel. Het is niet aardig om zoiets te zeggen en ik wil niet onaardig worden gevonden. 

De meeste dikkerds zijn zelf de bron van hun zieligheid. Bij goedbedoelde opmerkingen exploiteren ze hun ongemak door op hun omgeving een beroep te doen om de opmerking als ‘zoiets zeg je niet’ onschadelijk te maken en degene die de opmerking maakte een schuldgevoel te bezorgen. Het is dan ook de exploitatie van slachtofferschap die ‘politieke correctheid’ te weeg brengt en de ‘olifant in de kamer’ onbenoemd laat. Het slachtoffer exploiteert vaardig de angst bij anderen om onaardig gevonden te worden en biedt de politiek correcte medemens de mogelijkheid om als fatsoensrakker  incorrectheid te straffen. Het is een pyrrusoverwinning voor de dikkerd. Het sociaal ongemak dat hij in zijn omgeving veroorzaakt leidt er toe dat steeds meer mensen hem zullen mijden. Alleen de fatsoensrakkers profiteren. Hun levensspel om te domineren door anderen van onfatsoen te beschuldigen, maakt ieder probleem groter omdat datgene wat gezegd moet worden ongezegd blijft.

Niemand wil de ‘zwarte piet’ krijgen en dat speelt ook een rol in de discussie die Quincy Gario heeft aangezwengeld. Het had anders kunnen lopen als zijn omgeving op tijd zou hebben ingegrepen. Bijvoorbeeld door hem er op te wijzen dat hij het archetype van Zwarte Piet assertiever had kunnen gebruiken door, zwart geschminkt en verkleed, met de roe te zwaaien en iedere discriminerende Nederlander te verzekeren dat hij in de zak zal worden afgevoerd naar Spanje. Quincy Gario kon echter onder de hoede van fatsoensrakkers de projectie van het slavenverleden op een onschuldig archetype exploiteren. Fatsoensrakkers verhinderden dat hem de waarheid werd gezegd en veroordelen degenen die dat wel doen.

René Cuperus werd in zijn column (VK 20-10-2014) helemaal ongelukkig van het gedoe en voorspelt dat het hele Sinterklaasfeest besmeurd raakt en wel ten gronde zal gaan. Intussen wijst hij er fijntjes op dat het om een symbooldiscussie gaat die eigenlijk de spelregels van het toekomstig samenleven in Nederland als onderwerp heeft. Dat is precies het onderwerp dat fatsoensrakkers vermijden. Hun interventie dient eigen glorie en de korte termijn en verhindert de broodnodige kritische discussie en feedback. Zoals een dikkerd zijn ongemak exploiteert, exploiteren fatsoensrakkers diens slachtofferschap. Het levert een ongezonde symbiose op tussen slachtoffers en hun redders met het opgeheven vingertje.

De spelregels van de toekomstige samenleving zijn eigenlijk ook het onderwerp bij de Fransman Eric Zemmour, aan wiens boek: “Le suicide de Français” het programma Nieuwsuur (19-10-2014) aandacht besteedde. Het is zijn verwijt dat de Fransen het aan zichzelf hebben te danken dat hun samenleving instort als gevolg van de onbeperkte instroom van migranten met een andere cultuur. Hij is te vergelijken met de ooit gerespecteerde Duitse econoom Thilo Sarrazin die na zijn boek: ‘Deutschland schafft sich ab’ uit weldenkend Duitsland verbannen werd (. Het is gemakkelijk te voorspellen dat Eric Zemmour, ondanks de grote oplagen waarmee zijn boek verkocht wordt, eenzelfde lot wacht. Wat hij zegt is niet aardig voor migranten en dat biedt fatsoensrakkers weer een uitgelezen kans om met hun opgeheven vingertjes angst en schuldgevoelens op te roepen bij degenen die het zich, vanwege de risico’s, niet kunnen permitteren om als ‘politiek incorrect’ veroordeeld te worden. Vraag bijvoorbeeld Paul Scheffer maar hoe het hem vergaan is na de publicatie van zijn ‘Het multiculturele drama’.

Politieke correctheid is effectiever dan de retorische donderpreken die vroeger vanaf de kansels over het kerkpubliek werden geranseld. De donderprekers riepen de individuele mens ter verantwoording. Iedereen kon het zich aantrekken. Fatsoensrakkers zijn echter de kerkgangers die met het vingertje naar anderen wijzen om zelf beter te lijken. Politieke correctheid is het kwaad van deze tijd. Kamers puilen uit van de olifanten, terwijl allerlei maatschappelijke problematiek ongehinderd blijft groeien.

Het benoemen van maatschappelijke problematiek is een risico geworden. Ik lees het iedere morgen tussen de regels in mijn krant die steeds grijzer wordt. Kolen en geiten worden gespaard, dat is het veiligst.

nb: eerder gepubliceerd op The Post online


  

zondag 19 oktober 2014

Het kernthema van de Islam: “strijdt tot de wereld van Allah is”, wordt onvoldoende weersproken

                                                                       


De door de katholieke kerk heilig verklaarde Kerkvader Augustinus was van mening dat ongelovigen mochten worden gedood. De genocide op de Zuid-Franse katharen in de dertiende eeuw was daar mede het gevolg van. De belegeraars van het kathaarse Beziers met zijn 20.000 inwoners waren bang dat ze de rechtgelovigen niet van de ketterse katharen zouden kunnen onderscheiden. De Paus  (met de naam ‘Innocentius’ !) had daar een eenvoudig recept voor: ‘doodt ze allemaal, God zal de zijnen herkennen’.

Tijdreis

Ik heb die geschiedenis pas weer eens herlezen als een soort tijdreis vanuit het nu, waarin de militante Islam door geweld van zich doet spreken, naar een verleden waarin christelijke godsdiensten weinig moeite hadden om zich op gewelddadige wijze van ketters te ontdoen. Het kwam voort uit de verleiding van totalitaire denken. Het christendom heeft zich in de loop der eeuwen afgekeerd van die verleiding, maar dat betekent niet dat die verdwenen is zoals de opkomst van communisme, fascisme en nationaal-socialisme hebben aangetoond.

De wereld onderwerpen

De Islam is nu de laatste religie waarin de verleiding van het totalitaire denken nog niet is uitgedoofd en daar zelfs de kern van vormt.  De totale onderwerping aan de wetten van Allah is een vereiste  om een goed moslim te zijn en de onderwerping van de wereld om die aan de voeten van Allah te leggen is een plicht die voor iedere moslim geldt. De Koran is doortrokken van de oproep tot die strijd. Een paar van de vele vergelijkbare verzen kunnen dit duidelijk illustreren:
     
-"Strijdt tegen hen tot de afgodendienst niet meer bestaat en de religie geheel aan Allah behoort." [2:193, herhaald in 8:39]

 -"Ik zal terreur zaaien in het hart van de ongelovigen. Slaat hun het hoofd af, verminkt hen in alle ledematen." [8:12]

-“Vechten is u geboden ofschoon gij er afkerig van zijt; maar het kan zijn dat gij tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor u is….”. [2.216]

-“O profeet, spoor de gelovigen aan om te vechten. Als er twintig onder u zijn die stand houden, zullen zij tweehonderd overwinnen…”. [8.65]

-“Als gij niet voortgaat met vechten zal Hij u met een vreselijke straf straffen en zal Hij een ander volk in uw plaats stellen….”. [9.38]

-"Zij die geloven en van hun woonplaatsen verhuizen en met hun bezit en hun persoon voor de zaak van Allah strijden, hebben in de ogen van Allah de hoogste rang. Dezen zullen zegevieren"[9.19]

"..............Gij dooddet hen niet, doch Allah was het, Die hen doodde. En gij wierpt niet toen gij wierpt, maar Allah was het die wierp, opdat Hij de gelovigen een grote gunst van Zich mocht bewijzen. Voorzeker, Allah is Alhorend, Alwetend." [8.12]

Het is het soort verzen dat nooit in het openbaar wordt geciteerd door moslimse voorlieden. Die hebben het meestal over ‘vrede’, verwijzen naar de ‘jihad’ als een innerlijke strijd en noemen de gewelddadigheden in naam van Allah ‘niet-islamitisch’. Hun zoetsappig verhaal is onoprecht. Geen moslim is ontslagen van de plicht om te strijden tot de wereld van Allah is.

Verbale Jihad als strijdmiddel


In het Westen is islamitische terreur succesvol aangewend om angst in te boezemen. Na de moord op Theo van Gogh of de aanslagen op Kurt Westergaard (Denemarken), wordt er overwegend met voorzichtigheid over de Islam gesproken.  Moslims in het Westen beschikken niet over de middelen om met wapens te strijden voor de verspreiding van hun religie. Dat betekent echter niet  dat ze zonder middelen zijn.  De vrijheid van religie en het recht op de vrije uiting van meningen verschaffen de militante moslims alle wapens die ze nodig hebben. Het was bijvoorbeeld onder meer Halleh Ghorashi, thans hoogleraar bij de VU die in 2006 Hirsi Ali onder vuur nam in de Volkskrant om haar boodschap te ontkrachten. Ze propageert tegenwoordig een open houding naar de Islam en is van mening dat de vrijheid van meningsuiting wel wat ver gaat.

Een ander voorbeeld is Fouad Sidali, hoofdbestuurslid van de PvdA, die nog onlangs ophef veroorzaakte met zijn tweet: ‘Hitler is onder ons, zijn naam is Wilders’. Het zijn maar twee voorbeelden hoe islamcritici onder vuur worden genomen door hun reputatie aan te tasten en hun uitspraken verdacht te maken. Het heeft succes. Wilders staat waarschijnlijk een nieuw proces te wachten. Ook Maurits Berger die publicitair voortdurend olie op de golven gooit als de Islam weer eens in discussie komt, mag tot de verbale jihadisten worden gerekend. Zijn snelle, direct na 9/11 verschenen boekje ‘Kruistocht en Jihad’, is nu na het verschijnen van ISIS op het wereldtoneel geheel ongeloofwaardig geworden.
VerbaleJihad maakt geen fysieke slachtoffers. Ze ruimt tegenstanders echter effectief uit de weg door hun reputatie aan te tasten. In die zin heeft de islam al heel wat slachtoffers gemaakt.

Politieke correctheid als probleem

Het succes van de verbale jihad wordt ondersteund door de heersende politieke correctheid. Dat is overigens een paradoxale zaak in handen van moslims. Enerzijds beroepen ze zich voortdurend op de onbegrensde vrijheid van meningsuiting, terwijl ze die anderen min of meer ontzeggen door meningen verdacht te maken met termen als ‘islamofobie’, ‘islambashing’ en ‘discriminatie’.  Gedeeltelijk is dat te verklaren omdat er maar weinig mensen de strekking van de Koran kennen. Hoeveel mensen in Nederland kennen verzen als hierboven, zijn zich bewust van de totalitaire drijfveren van de Islam of begrijpen hoe de militante ideologie van de Islam werkt. Voor een ander gedeelte is het te verklaren uit de angst van bestuurders voor problemen. Ze blijven sussend optreden en helpen zo mee aan het ontstaan van taboes. 

Opschuiven van problemen

Ik ben van mening dat alleen openhartige kritiek de Islam van zijn wapens kan ontdoen. Maar het is juist die openhartige kritiek die de Islam, geholpen door de politieke correctheid, zo handig weet te
onderdrukken. Wie kan daar met gezag iets tegen inbrengen zonder risico’s te lopen? Wie kan de Islam ondervragen over haar kernopdracht om al strijdend de wereld voor Allah te veroveren tot er geen andere godsdiensten meer zijn overgebleven? Wie kan een verband leggen met de geschiedenis van de katharen om aan te tonen dat ISIS als representant van de radicale Islam hetzelfde soort genocide bedrijft?. Wie kan met gezag de Islam omschrijven als een totalitaire ideologie die overal de vrede bedreigt onder de uitroep dat Islam ‘vrede’ betekent? Het ongenoemd blijven of niet veroordeeld worden van dat soort teksten, leidt er alleen maar toe dat de polarisatie in de samenleving verder groeit en het vertrouwen in de overheid en haar organen ondermijnt. Alleen een beleid dat de Islam dwingt zich te schikken in de bestaande godsdienstvrede kan op termijn een oplossing betekenen. Maar de overheid die dat uitspreekt, en waar tal van argumenten voor zijn, bevindt zich nog steeds achter de coulissen. Onduidelijkheid waar duidelijkheid is gewenst, overheerst. Wat houdt ze tegen?


 



zaterdag 18 oktober 2014

Sherazades van de orthodoxe islam

.                                                                     


Ayaan is niet die grote islamkenner”, is de titel van het artikel in het Betoog in de Volkskrant van 9 december 2006 van de hand van de dames: Nikita Shahbazi, Halleh Ghorasi en Kaouthar Darmoni. De dames zijn de sherazades van de orthodoxe islam. Als door een horzel gestoken  storten ze zich op Hirsi Ali die naar hun smaak de Islam in een te obscuur daglicht heeft gezet. Ze vertellen vervolgens sprookjes die door mensen zonder enige feitenkennis van de islam gemakkelijk voor zoete koek worden aangenomen. De Sherazades schotelen ons een light-versie van de islam voor die niet bestaat. Ze maken daarvoor gebruik van de uiterst bedenkelijke traditionele methode dat je de waarheid mag manipuleren als dat in het belang van de islam is.

Sharia 

Ze willen ons doen geloven dat de ‘beruchte sharia’ slechts een beperkt toepassingsgebied kent, moslims de democratische beginselen zijn toegedaan en moslima’s inspiratie uit de koran halen voor hun eigen emancipatie. Die beweringen passen in hun betoog dat Ayaan Hirsi Magan teveel aandacht heeft gekregen, te weinig is tegengesproken en dat ze de emancipatie van moslima’s het tegendeel van een dienst heeft bewezen.

Laten we maar beginnen met de sharia, de islamitische wetgeving. Volgens onze Sherazades zijn er maar 8 islamitische landen die volgens de sharia geregeerd worden. Dat klopt voor wat het strafrecht betreft. Wat de dames echter vergeten te vermelden is dat in de overige 39 overwegend islamitische landen er 38 de sharia gebruiken voor het familierecht. Dat veel moslims de democratische beginselen zijn toegedaan, wil ik ook nog wel geloven. Dat het daarbij om 90% van de moslims gaat, is echter een kwestie van selectief citeren. Het probleem van veel islamitische landen met een seculiere regering is nu juist dat daar de democratie beperkt wordt om te voorkomen dat langs democratische weg de orthodoxe islam aan de macht komt. Dat is bijvoorbeeld in Egypte gebeurd, een land dat zich ook nog steeds democratisch noemt.

Emancipatie


Veel bedenkelijker wordt het echter als de dames de koran noemen als inspiratiebron voor hun emancipatie. Kon dat maar! De koran is echter geheel op de hand van de mannen. Weliswaar deelt Allah daar in mede dat man en vrouw voor hém gelijk zijn, doch dat hij op aarde de een boven de ander liet uitstijgen. De vrouw is onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan haar man verschuldigd. De gebruikelijke manier om dat te vergoelijken is de uitleg dat vrouwen zo emotioneel zijn dat ze de zaken die een koel verstand vergen, niet aankunnen. Vrouwen mogen vanwege die emotionaliteit ook niet bij begrafenissen aanwezig zijn. Dat is een mannenzaak. De vrouw mag geslagen worden. De koran stelt vrouwen achter in erfrecht, bij getuigenissen, scheiding en de formele verantwoording voor de kinderen. De koran ziet haar als een verleidingsgevaar voor mannen, reden waarom zij zich moet bedekken. Er staat niets over de besnijdenis van vrouwen in de koran. In feite is het een pré-islamitisch gebruik. De profeet gedoogt het echter wel. Overeenkomstig de overlevering (hadith’s) heeft hij gezegd: ‘maar snijdt niet te diep, want dat gaat ten koste van het genot van mannen’.
Natuurlijk is er volgens de schriftgeleerden  in de koran inspiratie te vinden voor vrouwenemancipatie. Volgens hen geeft de koran letterlijk overal een antwoord op en bevat die alle waarheden die ontdekt zijn en nog ontdekt moeten worden. De methode die hierbij wordt toegepast heet ‘hineininterpretieren’. De verzen die echt over de ongelijke relatie van man en vrouw gaan, kunnen echter niet worden weggepoetst.

De vrouwen van al Nisa  hebben dat heel wat beter begrepen. Die pleiten voor een moderne interpretatie waardoor de gelegenheid ontstaat om een aantal teksten vanwege hun historische achtergrond niet langer van toepassing te achten op het heden.

Tegenspraak


Dat Ayaan niet voldoende weersproken is gaat ook niet op. In islamitische kringen is sterk afstand van haar genomen met argumenten die ook veel autochtone Nederlanders hebben overgenomen. Ayaan zou het tegenovergestelde bereiken van wat ze beoogde. Dat dit duidelijk niet klopt, betogen o.a. Naïma Azough (GrL) en de cultuursociologe Yolanda van Tilburg in haar laatste boek over Ayaan waarin ze aantoont dat de kritiek op Ayaan voor moslima’s ook een dekmantel is om onverdacht aan de eigen emancipatie te werken.

In hun inleiding willen de Sherazades ons doen geloven dat Ayaan’s opstelling voortkomt uit persoonlijke ervaringen en dus geen algemene strekking kan hebben. Ook dat is aantoonbaar onjuist. De gemiddelde boekhandel heeft vaak minstens vijf boeken van ex-moslima’s op voorraad, waarvan de strekking niet veel afwijkt van wat Ayaan over de islam te vertellen heeft. Bijvoorbeeld dat van Nahed Selim met de veelzeggende titel ‘Zwijgen is verraad”. De vele andere kritische boeken over de islam tel ik dan niet eens mee.
Het laatste boek van Ayaan bevat in het eerste deel een haarscherpe analyse hoe de islamisering van jongeren verloopt en hoe ze er toe komen om de tunnelvisie te accepteren die hen blind maakt voor de waarheid. Het is duidelijk dat onze Sherazades daar zijn blijven steken. Voor hen is spreken verraad. Hun bijdrage aan de emancipatie van moslima’s is negatief.

Zwijgen


Veelbetekenend is het ook dat ze zwijgen over een bepaalde manier van tegenspraak uit islamitische kring. Geen woord van veroordeling over de bedreigingen aan het adres van Ayaan die tot constante beveiliging nopen. Dat is eigenlijk wel logisch. Als aanhangers van de traditionele islam weten ze dat de koran voor figuren als Ayaan niet mals is. Haar dood is niet alleen vereist vanwege haar afvalligheid, maar nog meer vanwege het feit dat ze het eigen nest bevuilt en de islam beledigt.
Dat staat in de grote catechismus van de islam.

Dat twee van de dames in Amsterdam (ten tijde van hun artikel) een universitaire functie vervullen (bijzonder hoogleraar en docente) stemt me bedroefd. Het ware wenselijk de orthodoxe islam geen verder podium te geven dan de moskee. Dat is al verontrustend genoeg.

De orthodoxe islam gebruikt de hele maatschappij als open podium om de misleidende light-versie van de islam aan te prijzen. Zie waar het toe leidt. Het woord emancipatie is een westers begrip dat in de orthodoxe context op farizeïstische wijze verkracht wordt. Vrouwen wordt voorgehouden dat ze via de Islam al eerder handelingsbekwaam waren dan vrouwen in het westen. Het enige voorbeeld dat we daar over kennen is de vrouw van de Profeet die al voor dat hij met zijn preken begon een eigen handelsbedrijf had

Verlengstuk


De vrouw blijft een verlengstuk van het islamitisch dogma dat ze ondergeschikt is aan de man. Als vrouwen zoals Halleh Ghorashi over slecht begrepen emacipatie spreken, lijken ze het verlengstuk van de orthodoxe Islam te zijn die ze dan ook verdedigen.  Op deze wijze betreden ze het strijdperk met verbale jihad ter ere en meerdere glorie van de Islam. Sherazade verleidt met haar verhalen al lang de Kalief niet meer. Sherazades verleiden de Westerse samenlevingen met hun gekleurde verhalen tot het accepteren van de Islam met al zijn verschrikkingen.

nb. Tegenwoordig is Halleh Ghorashi gewoon Hoogleraar bij de Universiteit van Amsterdam



maandag 13 oktober 2014

Ik wil Zwarte Piet behouden, de echte!



Zelden is onze natie zo in beroering geraakt over een onderwerp dat eigenlijk alleen maar een lik schoensmeer om het lijf heeft. Maar een veegje schmink is voldoende gebleken om gekwetste gevoelens in verband met ons niet zo fraaie slavernijverleden volop in de aandacht te brengen. Maar dat is nog geen reden voor Sinterklaas en Zwarte Piet om overhaast op de vlucht te slaan.

Op de nationale televisie nam de minister-president van onze geteisterde natie ferm stelling. “Ja hij is zwart, daarom heet hij ook ‘zwarte Piet’. “ Natuurlijk had hij er daarbij nog op moeten wijzen dat de naam ‘Piet’ is, en geen Winston, Jeffrey of Desi. Met zulke namen voor de knecht van Sinterklaas zouden de klagers heel wat meer recht van spreken hebben.

De ijdeltuit die onze Nationale ombudsman is, zag zijn kans schoon en zette zijn te weinig omstreden gezag in om te verklaren dat Nederland racistisch is. Dat het zijn sollicitatiebrief is voor een Europese ombudsfunctie, zal insiders niet zijn ontgaan. Maar hij was niet de enige BN’r die als kletsmajoor
 kans schoon zag om een duit in het zakje te doen.

Ook de ‘man in de straat’ (die ook een vrouw kan zijn), laat zich niet onbetuigd. De aanval op een volkssymbool als zwarte Piet maakt sterke emoties los en op sociale media wordt verwoed gepleit om hem van de ondergang te redden. Zwarte Piet moet blijven en daar sta ik onder enig voorbehoud helemaal achter.

Het oorspronkelijke feest was heidens


De eersten die een oud volksgebruik in opspraak brachten waren waarschijnlijk de prelaten van de vroege katholieke kerk. Het was heidens. Dus werd de ‘goede’ man ‘Klaas’ verroomst tot Sinterklaas. Gevers zijn heilig omdat geven een christelijke deugd is. De beroete Piet mocht zichzelf blijven. In de verte had hij wel wat van de duivel. Hij moest ‘stoute’ kinderen tot de overtuiging brengen dat braaf zijn heel wat minder risico’s oplevert.

Na de reformatie in de zestiende eeuw werd de viering van het Sinterklaasfeest als te 'katholiek' verboden en ging ondergronds en maakte in de achttiende eeuw weer een comeback.

De oorsprong van de culturele traditie aan het begin van december zou nog wel eens heel wat ouder kunnen zijn
Hajji Firuz (l) en Mogh (r) lijken op Sint en Piet
dan we vermoeden. In Perzië (Iran) bestaat nog eenzelfde soort traditie. Het gaat om de figuren Hajji Firuz en Mogh(een soort zwarte Piet en een in wit geklede man met een lange witte baard) Ze gelden als aankondigers van het nieuwe jaar en beginnen daar al weken van tevoren mee. Het is aannemelijk dat de traditie via volksverhuizingen onze kant op is gekomen en een eigen invulling kreeg. De datum, een paar weken voor het nieuwe jaar, is nog steeds goed

Betekenis geven

Het draait in deze hele discussie om betekenis geven. Zoals een boom er voor de natuurminnaar er heel anders uitziet dan voor de houtvester, kan willekeurig welk object in de ogen van de subjectieve waarnemer een betekenis krijgen die los staat van het object zelf. Op onze Zwarte Piet zijn door vriend en vijand al eeuwenlang heel wat eigenaardige ideeën geprojecteerd die weinig van doen hebben met het oorspronkelijke symbool.

In Amerika hebben ze Zwarte Piet geëlimineerd en Santa Claus voorzien van een rendierslee waardoor hij geen paard, stoomboot en Zwarte Pieten meer nodig heeft. Onder de klanken van ‘Jingle Bells’, voortkomend uit weer een andere traditie, strooit de goedbuikse Claus zijn gezelligheid over Amerika uit en sindsdien vinden de Amerikanen kadootjes onder de kerstboom in plaats van een kribbetje. Behoorlijk efficiënt, maar niet om na te volgen.

Moslims hebben problemen met het kruis op de mijter en islamisten proberen hun onderdanen bij het feest weg te houden omdat het christelijk is en dus haram. In het onderwijs en op straat levert dat ook al de nodige problemen op.

Het is betreurlijk dat de door Zwarte Piet gekwetsten niet hun grote kans hebben gezien in de oorspronkelijke betekenis van Zwarte Piet. Voor hen zou het een model kunnen zijn dat, gewapend met zak en roe, blank Nederland zijn zonden inpepert. De identificatie met die betekenis zou het decemberfeest voor hen een regelrecht overwinningsfeest kunnen maken.

Zwarte Piet en de educatieve modes


De aanval op onze culturele identiteit dient met kracht en vastberadenheid te worden afgeslagen. Persoonlijk ben ik er voor om terug te gaan naar de ‘roots’ van Zwarte Piet. Het is de man waar je een beetje bang voor hoort te zijn. Maar Zwarte Piet is onderhevig aan educatieve modes. Als bangmaker heeft hij het al een tijdje afgedaan. Toen mijn kinderen op de peuterspeelzaal zaten werd een geschikte vrijwilliger in het bijzijn van de kinderen gekleed en geschminkt zodat hun onschuldig kinderzieltje niet langer bedolven zou worden onder atavistische angsten. Sindsdien gaat het oorspronkelijke beeld van Zwarte Piet geheel verloren. De roe blijft in de stoomboot achter en is het pietendom uitgebreid met klimpieten, gympieten, fietspieten, muziekpieten, rekenpieten, stotterpieten, denkpieten, leespieten, rijmpieten, scooterpieten en ga zo maar door.

De mode heeft een tijdje voorgeschreven dat Zwarte Piet Nederlands praat op een Surinaamse manier. Dat is het eerste wat moet worden afgeschaft, want het levert problemen en gekwetsten op. Voor Zwarte Piet zijn andere dialecten beschikbaar zoals Fries, Drents, Limburgs, (na gemeen overleg) Vlaams, West-Fries, Betuws, Twents en wat verder beschikbaar is. Hij mag een vrouw zijn, die tegemoetkoming aan de emancipatie wil ik wel doen. De roe en de zak moeten terug. Hij moet pikzwart worden geschminkt.
Piet moet ook het hulpje blijven, net zoals een agent het hulpje van het bevoegd gezag is. Per slot van rekening moet hij in toom worden gehouden. De vraag is ook nog of hij niet wat anders gekleed zou moeten gaan dan in de aankleding die verdacht veel lijkt op die van de Zwiterse hulpjes in de pauselijke garde. Ik denk dat we beter een beetje richting schoorsteenveger kunnen opschuiven.

Sterke argumenten


Ik heb sterke argumenten voor mijn voorstellen. Ooit heb ik mijn jeugdige angst voor Zwarte Piet overwonnen. Kort daarna geloofde ik ook niet meer in de hel. Zwarte Piet is een eeuwenoud cultuursymbool (archetype) waardoor kinderen hun angsten onder de knie kregen en de juistheid daarvan bevestigd zagen zodra ze werden ingewijd in het grote geheim. Zwarte Piet is, mits juist gedoseerd, een therapie voor het inprenten van goed en kwaad en het overwinnen van kinderangsten. Als we het goed aanpakken leren kinderen ook nog dat gezag niet altijd is wat het lijkt.

Peter Louter

referenties:

Het Iraanse neefje van Zwarte Piet

Hajji Firuz in Perzië


http://www.meertens.knaw.nl/cms/nl/nieuws-agenda/nieuws-overzicht/202-nieuws-2013/144371-faq-zwarte-piet

zondag 12 oktober 2014

Naast Wilders staan miljoenen Nederlanders in het verdachtenbankje

                                                                         
Politieke correctheid wordt een masker voor wat men werkelijk denkt
                                                                             

In de weekendkranten van de NRC en Volkskrant (11 en 12 oktober 2014) was er brede aandacht voor het voornemen van het OM om Wilders te vervolgen voor zijn vraag of men meer of minder Marokkanen wilde. Het publiek brulde massaal ‘minder’ en half Nederland werd daardoor met afschuw vervuld. De andere helft van Nederland heeft waarschijnlijk gedacht: ‘prima, als dat zou kunnen’. Ze zijn gelijk met Wilders als verdachten aan te merken. Ik maak er geen geheim van dat ik bij die laatste helft hoor, al zou ik het graag verfijnen tot ‘gedrag van een groot aantal Marokkanen en radicale moslims’.

De kranten met bijdragen van o.a. Paul Scheffer (NRC) en Kustaw Bessems (VK) geven er ook in hun hoofdartikelen blijk van een vervolging van Wilders niet verstandig te achten. Een min of meer eenzame uitzondering is socioloog Herman Vuijsje die onder de titel: ‘Waarom je Wilders dus niet kunt laten lopen’,  om begrenzing van de discussie en strikte toepassing van de bestaande wetgeving vraagt.

Herman Vuijsje kan in dit verband worden gezien als een apostel van het politiek correcte denken dat in de Nederlandse samenleving andere dan politiek correcte opvattingen verdacht maakt. Vuijsje kan daarbij gezien worden als vertegenwoordiger van een stroming die, behept met een holocausttrauma , al snel in een alarmistische houding schiet en bij wijze van spreken de W.A. alweer door de straten ziet marcheren zodra Wilders weer eens iets provocerends zegt. Het is een vorm van projectie die ongezonde trekjes heeft en ook oproept wat men bestrijden wil. Faoud Sidali, hoofdbestuurslid van de PvdA speelde recent handig in op die angst door te twitteren: ‘Hitler is onder ons. In de gedaante van Wilders’.  Sidali exploiteerde die angst om de discussie over de gebrekkige integratie en normovertredingen van Marokkanen in de kiem te smoren.

Gustaw Bessems verwijst in zijn artikel zijn persoonlijke betrokkenheid bij het holocaustdrama, maar komt met zijn pleidooi voor het afschudden van de angst en zijn oproep tot vertrouwen in de samenleving tot de conclusie dat de discussie buiten de rechtszaal dient te worden gevoerd. Volgens Bessems komt het publieke debat juist goed op gang. Ik heb gerede twijfel of die waarneming juist is. Uit Engeland komen berichten over moslims-gerelateerde wantoestanden die konden ontstaan en groeien omdat in toezichthoudende organen er angst bestond om bij ingrijpen beschuldigd te worden van discriminerend of racistisch gedrag. Die angst bestaat in Nederland ook volop, maar is nog onvoldoende benoemd. Die angst is de vrucht van de oproepers van politieke correctheid waarvan de ‘Vuijsjes en Sidali’s’,  ieder om eigen redenen, de apostelen van zijn.

De angst om veroordeeld te worden vanwege onvoldoende politieke correctheid zit diep en heeft zich ontwikkeld tot een autonoom correctiemechanisme. Alfawetenschappers, journalisten, beleidsmakers en anderen zijn opgesloten in een mentale kooi die een open discussie belemmert. Wie kennis wil nemen van politiek niet correcte informatie, is aangewezen op ‘verdachte’ bronnen en ‘verdachte’ opiniemakers.

Het door de ‘Vuijsjes en Sidali’s’ bevorderde politiek correct denken, heeft geleid tot polarisatie binnen de samenleving die een open discussie bemoeilijkt. In zo’n klimaat kunnen pressiegroepen hun slag slaan omdat de angst van discriminatie of racisme te worden beschuldigd tot zwijgen leidt waar spreken nodig is.

Politieke correctheid beschouw ik als een afgeleide van totalitair denken waarin om opportunistische redenen correcte waarden gecorrumpeerd worden en mensen ten onrechte verdacht worden gemaakt. De vrijheid van meningsuiting is het belangrijkste slachtoffer, terwijl het bij een juiste verdediging onze redding is.

Een toch echt niet domme moslim probeerde me er recent van te overtuigen dat de wereldeconomie in handen is van vijf grote joodse families die onmetelijk rijk zijn en oorlogen initiëren om wapens af te kunnen zetten. Herman Vuijsje zou zich daar beter zorgen om kunnen maken en … om Faoud Sidali.

Peter Louter


woensdag 8 oktober 2014

De getemde Moslima's

                                                                         

Nadat het geen exotisch verschijnsel meer was kreeg ik een hekel aan hoofdoekjes en het is nooit meer overgegaan. Maar je moet met die hekel wel voorzichtig omgaan. Laatst las ik over iemand die bij het vernieuwen van zijn rijbewijs aan de balie door zo’n hoofdoekje te woord werd gestaan. Hij uitte zijn misnoegen over die religieuze hoofdbedekking. De volgende dag bezorgde de postbode een brief van de gemeente waarin hij van discriminatie  werd beschuldigd en werd hem te verstaan gegeven dat bij herhaling hem de toegang tot het gemeentehuis zou worden ontzegd. Een mooi voorbeeld waar de vrijheid van meningsuiting in het gedrang komt als de Islam in beeld is. Moslims mogen bijvoorbeeld wel bezwaar maken tegen kerstbomen. Het gebeurde onder andere in de Deense stad Kokkedal waar de huurdersvereniging geen geld mocht uit trekken voor kerstversiering. Een voorbeeld hoe anderen de religieuze vrijheid ontzegd wordt die men voor zichzelf opeist. Merkwaardig genoeg had in dezelfde stad 91% van de bijstandsklanten, die beroep deden op een extra uitkering ter gelegenheid van kerstmis, een islamitische achtergrond. Dat zie ik als een typisch voor beeld van de opportunistische islamitische ethiek: het doel heiligt de middelen.

Bij ons bezoek dit jaar aan Parijs viel het ons op dat hoofdoekjes in het straatbeeld nagenoeg ontbraken. Het is  het gevolg van de Franse politiek om hoofddoekjes in publieke functies en in het onderwijs te verbieden. Het verbod geeft kennelijk ook werkgevers steun om dezelfde gedragslijn te volgen. Een van mijn moslimvrienden zal dat geweldig vinden. Een goede moslim dient juist niet op te vallen, is zijn mening.

Hoofddoekjes en ergere vormen van bedekking horen bij de wereldwijde opleving van de Islam sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw. Premier Erdogan van Turkije noemde ze de ‘vlaggen van de Islam’. Echt islamitisch is het niet. In de Koran is het slechts een aanbeveling voor de vrouwen van de Profeet. Moslima’s die roepen dat het van de Koran moet hebben het dus eigenlijk mis. Het zijn juist deze moslima’s die mijn weerzin tegen hoofddoekjes levend houden. Als ze zich verplicht voelen de Koran in alles na te leven zijn ze niet alleen vijanden van de democratie, maar ook van alle ongelovigen.

Moslima’s die roepen dat ze er in vrijheid voor hebben gekozen, vertrouw ik voor geen cent. Er zijn  landen, zoals Iran en Saoedi-Arabië waar het gewoon verplicht is en in heel wat andere islamitische landen steunt de publieke opinie  het. Heel wat moslima’s die er ‘in vrijheid’ voor hebben gekozen, zijn eigenlijk voor de druk uit hun omgeving en van hun vaders en broers bezweken. Het zijn de laffe moslima’s die voor bedekking kiezen en de dappere moslima’s die het nalaten. Die laten zich niet inschakelen voor de hoofddoekjesjihad.

Die dappere moslima’s zijn me lief. Ze kiezen voor de echte vrijheid. Ze steken hun middelvinger omhoog naar alle landen waar hun zussen min of meer verplicht zijn zich te bedekken. Ze steken hun middelvinger op naar alle sissers in Amsterdam-Oost, Amsterdam-West en andere plaatsen waar hun onbedekte zusjes bespuugd worden en voor hoer worden uitgemaakt.

Bedekte moslima’s zijn getemde vrouwen die voldoen aan de tribale cultuur die ze in alle opzichten achter stelt. Het religieuze sausje over die cultuur bedekt de mannelijke dominantie die de tribale cultuur eigen is.