maandag 30 maart 2015

Over islamisme en haar tactieken en het verraad van regeressief links - interview met Maajid Nawaz

Overgenomen van Jalta.nl


Over islamisme, de noodzaak van her-menselijken en het verraad van regressief links: een interview met Maajid Nawaz

De beveiliging voor Maajid Nawaz, afgelopen zaterdag in de Rode Hoed, is bepaald indrukwekkend te noemen. Agenten in elke hoek van de zaal, bodyguards uit Engeland, paspoortcontrole – en dat is alleen nog het zichtbare deel. Later, in het hotel waar hij logeert onder een schuilnaam, is de beveiliging subtieler maar niet minder grondig. Het is duidelijk dat je niet zomaar uit de allerhoogste kaders van Hizb ut-Tahrir kunt stappen om actie te gaan voeren tegen het islamisme, zonder daar een prijs voor te betalen.
En dat is precies wat Maajid Nawaz, in Nederland voor deSocrateslezing van het Humanistich Verbond, heeft gedaan. Het was een lange weg voor de Britse Nawaz (1978), geboren en getogen in Southend, Essex. Als tiener en B-Boy was hij eigenlijk alleen geïnteresseerd in de hiphopscène. Maar onder invloed van vechtpartijen met de plaatselijke skinheads, beelden van de oorlog in Bosnië en charismatische recruiters sloot hij zich op zijn zestiende aan bij Hizb ut-Tahrir (HT). Hij ontpopte zich tot een uitzonderlijk begaafde recruiter en strateeg, en klom razendsnel op in de organisatie.
Zo regiseerde hij een complete overname door islamisten van Newham College. Vervolgens werd hij naar Kopenhagen gestuurd om de plaatselijke afdeling van Hizb van de grond te tillen. Daarna vertrok Nawaz naar Pakistan – een land waar HT voorheen geen enkele invloed had weten te krijgen. De Taliban hadden Pakistan altijd als een bevriend islamitisch land beschouwd, en lieten het met rust. Nawaz zorgde er eigenhandig voor, in onderhandelingen met de Taliban, dat Pakistan werd bestempeld tot Dar-al Harb – oorlogsgebied. Sindsdien is, zoals bekend, de ellende er niet te overzien.
Hij had vergelijkbare plannen voor Egypte toen hij daar in 2001 arriveerde. Maar hij werd gearresteerd, gemarteld en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. In de Mazra Tora gevangenis werd hij geadopteerd door Amnesty als politieke gevangene – iets dat hem zo raakte, dat hij zijn politieke overtuigingen in twijfel ging trekken. Zo kon het gebeuren dat hij na zijn vrijlating, als gedoodverfde nieuwe leider van Hizb, de organisatie verliet. In plaats daarvan richtte hij deQuilliam Foundation op, eencounter-extremism denktank gestoeld op democratische, seculiere en liberale waarden. Ook heeft Nawaz zich kandidaat gesteld voor de Britse parlementsverkiezingen voor de Liberal Democrats.
Socrateslezing5
Maar Maajid Nawaz heeft ervoor gezorgd dat hij nooit zal vergeten welke weg hij heeft afgelegd: vorig jaar liet hij zijn gevangenisnummer in Mazra Tora, 42, als tatoeage zetten. Nawaz beweegt zijn arm over zijn schouder: “Hier zit ’ie, op m’n rug. Het is heel makkelijk om je te laten meeslepen door het heden, niet verder te kijken dan het punt waar je op dit moment bent, en denken dat dat succes is. Ik wil er voortdurend aan herinnerd worden waar ik geweest ben en waar ik vandaan kom. Want als ik vergeet om empathie te voelen voor mensen die nog steeds in dezelfde positie verkeren als ik toen, dan heb ik gefaald. Het is de sleutel tot de oplossing, om empathie te hebben voor zo’n wezenlijk andere zienswijze en te proberen mensen daar vanaf te helpen. Daarom heb ik ook een open brief geschreven aan IS-strijders. Die was niet bedoeld voor de rest van de wereld, maarto humanise them to themselves.  Ik weet dat ze die brief hebben gezien.”
“Extremisten beginnen namelijk, voordat ze de rest van de wereld gaan ontmenselijken, met het ontmenselijken van zichzelf. Het begint met een identiteitscrisis en zelfhaat. Dat is ook precies de reden dat het proces van radicalisering altijd begint met de deconstructie van alle Westerse liberale ideeën die een persoon heeft. Die ideeën worden totaal afgebroken, en in plaats daarvan construeren de recruiters een compleet nieuw paradigma in die persoon. Dat is een bewuste strategie,” legt Nawaz uit.
“Die zelfhaat kan trouwens een heleboel verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld een ontzettend zwart-wit idee van wat religie is. Als je oprecht gelooft in het concept van een eeuwig brandend hellevuur, dan zal dat je dagelijks kwellen voor de kleinste ‘overtredingen’. Te lang naar een vrouw kijken is al genoeg. Probeer je eens voor te stellen wat dat, dag in dag uit, doet met iemands gemoedstoestand. Dat kan aanleiding zijn voor een behoorlijke dosis zelfhaat. En alles wat je onderdrukt komt er in een extremere versie weer uit. Die voortdurende repressie, in een islamistische context, is onderdeel van het dehumaniseren – je staat jezelf niet toe om menselijk te zijn en menselijke fouten te maken, en vervolgens ga je dat ook van anderen eisen. Maar vergis je niet,” waarschuwt Nawaz, “ze zijn niet gek. We kunnen dit niet afdoen als ‘geestelijk gestoord’, want dat zijn ze niet. Psychologische aspecten spelen mee, maar zijn niet de oorzaak op zich.” Net zoals in zijn eigen geval meerdere factoren bijdroegen aan zijn radicalisering (een identiteitscrisis, racisme, oorlog in Bosnië, sluwe recruiters, de islamistische ideologie) zo moet ook de oplossing worden gezocht in een combinatie van invloeden, stelt Nawaz.
Hoe kunnen we ze dan weer re-humaniseren, her-menselijken? Wij hebben in Nederland inmiddels aardig wat teruggekeerde Syriëgangers, maar de regering lijkt geen flauw idee te hebben wat ze ermee aanmoet. De verantwoordelijke gemeenten bieden ex-jihadi’s een huis, baan en hulp met schulden, maar van een deradicaliseringstraject of structureel beleid lijkt geen sprake te zijn. En, zoals Ayaan Hirsi Ali in een recent interview benadrukt, zien islamisten die materiële zaken juist als moreel corrupt: “The West has no soul, it’s just materialistic.” Ze vervolgt: “And it’s never occurred to us to actually confront them with the superiority of our ideas and our institutions and our freedoms.” Wat voor zin heeft het om ex-jihadi’s dingen aan te bieden?
Nawaz: “Geen zin, daar ben ik het volledig mee eens. Sprekend vanuit mijn eigen ervaring zijn er twee verschillende soorten reacties nodig, op micro-niveau en op macro-niveau. Die twee staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Enerzijds moet je publiekelijk de daden van IS en de islamistische ideologie ten strengste veroordelen, zodat extremistisch gedachtengoed net zo besmet raakt als racisme. Maar op microniveau moet je persoonlijke relaties cultiveren met islamisten om hun ideeën ter discussie te kunnen stellen. De regering moet investeren in programma’s met mentors die zijn getraind in niet alleen de psychologische aspecten maar vooral ook de intellectuele argumenten. Het hoeven beslist geen theologen te zijn maar ze moeten zich wel bewust zijn van de religieus-politieke dimensies. Een voorbeeld: basiskennis van het feit dat Sunni islam nooit een clerus had, is een geweldig retorisch middel om islamisten in te wrijven dat zij zélf verwesterd zijn. Dat zit zo: het islamisme is een poging om een clerus te creëren en daarmee officiële versie van de islam af te dwingen binnen de context van een natiestaat. Maar die ideeën – clerus en natiestaat – zijn directe producten van het Westen.”
Nawaz kreeg vergelijkbare inzichten, zoals hij beschrijft in zijn autobiografie Radical: “Rather than justice – in the sense of legal consistency – being derived from Islamism, Islamism relied on Western concepts of justice to get off the ground. I buried my head in my hands as I slowly realised… we Islamists were the bastard children of colonialism.” Het ontkoppelen van rechtvaardigheid en islamisme, zegt hij, was cruciaal voor zijn eigen deradicaliseringsproces.
“Je moet die mentors dus trainen zodat ze dit soort gesprekken heel zelfverzekerd kunnen aangaan,” vervolgt Nawaz, “en een een-op-een relatie ontwikkelen. Er zijn genoeg ex-moslims, liberale moslims of niet-moslims die heel goed bekend zijn met de argumenten. En deze aanpak moet geïnstitutionaliseerd worden. Alleen zo kan het beklijven.” Over Van Aartsen’s beoogde samenwerking met salafi’s in Den Haag zegt hij: “Een religieuze interventie kan een rol spelen, maar het is niet genoeg. Je moet islamisten op z’n minst ook confronteren met politiek, filosofie, een flinke dosis mensenrechten, liberale waarden. En op dat gebied zijn salafi’s niet bepaald een lichtend voorbeeld. Salafi’s kunnen nooit het eindstation zijn van zo’n preventiestrategie. The end result needs to be liberal.
“Ook moet je er terdege voor waken dat je niet gaat voorschrijven wat ‘slechte’ en wat ‘goede’ religie is. Het is geen goed idee als de staat zich gaat bemoeien met religie. Dan verspeel je om te beginnen al je seculiere positie. Maar het contextualiseren van religie, kijken naar de politieke evolutie van de natiestaat, zaken in een historische kader plaatsen – dát is een seculiere benadering. Je kunt dit op een seculiere manier doen.”
Is iedereen wel te rehabiliteren? Wat moeten we met de extreem gewelddadige gevallen? “Dat is het Hannibal Lecter-scenario,” verzucht Nawaz, “het absolute kwaad, reddeloos verloren. Mensen die de wet hebben overtreden, moeten veroordeeld worden en gestraft. Maar ondertussen moeten we doorgaan met mentors, educatie, re-humanisering in de gevangenis. Als het werkt, werkt het. Zo niet… Ik ben er geen voorstander van ze het staatsburgerschap te ontnemen; we kunnen ons eigen gifafval niet dumpen in de rest van de wereld. Dat is gebeurd na Afghanistan: Saudi-Arabië deed het, en het uiteindelijke resultaat daarvan was IS. Als we nu 3000 Europeanen uitstoten, worden dat er exponentieel meer omdat ze gaan reizen en hun ideologie verspreiden. Of ze kopen gewoon een vals paspoort. We moeten ze terugbrengen en vervolgen. Want het komt toch weer bij ons terug.”
Preventie is een stuk makkelijker dan deradicalisering. Maar hoe maak je een cultuur gebaseerd op liberale en democratische waarden en mensenrechten aantrekkelijker voor jonge mensen dan het islamistische alternatief? Nawaz beschrijft tenslotte in zijn boek hoe hij zelf werd meegesleept door het onrecht van de oorlog in Bosnië – een heroisch, gewelddadig conflict in het buitenland. Is zulke romantiek niet makkelijker te verkopen dan democratische idealen? Zoals hij zelf schrijft: “Being a young democrat, by contrast, wasn’t trendy.
Dit is precies de reden dat Nawaz pleit voor een liberale grassroots tegenbeweging die de seculiere, democratische droom belichaamt, en daarvoor dezelfde factoren inzet die het islamisme zo succesvol hebben gemaakt. Hij onderscheidt er vijf: de ideeën, los daarvan het ‘verhaal’ waarin je die ideeën giet, leiders, voorbeeldfiguren of helden om tegen op te kijken, duidelijke symbolen, en als laatste de visie, droom of het uiteindelijke doel van de beweging. Voorbeelden hiervan zijn ook te vinden op de website van de Quilliam Foundation, zoals een Indiegogo campagne voor het creëren van videomateriaal, Countering Extremism Together.
Nawaz ontwikkelde dit idee allereerst voor Pakistan, waar hijKhudi oprichtte, een jongerenbeweging die extremisme tegengaat door democratisch debat.  “Democratisch gekozen regeringen in Pakistan hebben steeds meer reactionaire, middeleeuwse wetgeving doorgedrukt,” legt Nawaz uit, “simpel en alleen omdat ze stemmen willen, en die stemmen kregen ze via de machtige conservatieve en islamistische lobbies. Dat is civic intimidation. Om dat te keren, moeten we een grote groep mensen zien te verzamelen die achter een nieuw, liberaal sociaal contract staan, een grassroots mensenrechtenbeweging. Ik wilde een nieuwe, democratische civic challenge creëren die stemmen oplevert. Er is namelijk maar een ding waar politici bang voor zijn, en dat is stemmen verliezen. Zolang het gedogen van islamisme stemmen oplevert, zullen politici het blijven doen. Precies hetzelfde gebeurt hier.”
Nawaz beschrijft in zijn boek hoe HT dat manipuleerde in Groot-Brittannië: “We knowingly presented political demands disguised as religion and multiculturalism, and deliberately labelled any objection to our demands as racism and bigotry.” En nog vernietigender, “I watched as our ideology gained acceptance and we were granted airtime as Muslim political commentators. I watched as we were ignorantly pandered to by well-meaning liberals and ideologically driven leftists; how we islamists laughed at their naivety.
Hoe doelbewust trekken moslimorganisaties die racisme- en islamofobiekaart uit politieke motieven? Nawaz: “Wij, de leiding, deden dat absoluut met voorbedachten rade. De lagere rangen geloofden er misschien zelf in, maar wij gingen dus letterlijk bij elkaar zitten om de argumenten te construeren die we zouden verspreiden via onze netwerken, en we zetten die heel weloverwogen in voor onze politieke doelen. Wat Europa nog niet doorheeft, is dat we middenin een ideologische strijd zitten. We zien iemand die al dan niet oprecht klaagt over racisme, maar wat we niet zien, is wat daarachter staat: een gecoördineerde, eensgezinde, ideologische inspanning om het sociale contract in Europa te herzien.There’s a concerted ideological effort to renegotiate the social contract in Europe. We hebben dat nog helemaal niet erkend als een feit. En het is een feit. Dat weet ik, want ik was een van de architecten ervan.”
“We hadden letterlijk vergaderingen over welke spin we zouden geven aan het laatste nieuws, zodat de islamistische ideologie weer een klein stapje verder kwam in het islamiseren van de samenleving. Wat het nieuws ook was. Als het Westen ergens een land binnenviel, dan zeiden wij: kijk, er is een oorlog gaande tegen islam en tegen moslims. Als het Westen ergens níet wilde interveniëren, dan zeiden wij: zie je wel, moslimlevens tellen niet. It’s a lose-lose scenario. Het probleem is dat er nog geen herkenbaar, coherent alternatief verhaal is dat we hiertegenover kunnen plaatsen, een counter-narrative.”
Net als in Groot-Brittannië zien we ook in Nederland dat politici en opiniemakers tegemoet komen aan de eisen van islamisten omdat ze bang zijn voor beschuldigingen van racisme of intolerantie. Wat zou Nawaz willen zeggen tegen zulke mensen? “Ik zou die mensen willen vragen om mijn artikel On Blasphemy [pdf] te lezen. Dat vat het allemaal samen, in niet mis te verstane termen, helder, direct. Ik heb het geschreven vlak na decartoonaffaire waarbij ik betrokken raakte, want ik voelde me enorm door ze verraden. Als je je echt zo druk maakt over minderheden, prima. Zoek dan naar de feministische moslims, de ex-moslims, de homoseksuele moslims, de progressieve moslims, de inconvenient minorities within minorities. Díe hebben jullie hulp nodig, jullie stem, jullie solidariteit.”
Nogal wat mensen op links – Nawaz bedacht de fraaie term “regressief links” – lijken pluralisme te verwarren met cultureel relativisme. “Het hele idee van groepsbelangen, de samenleving zien in termen vanidentity politics, is per definitieilliberal – onliberaal en onvrijzinnig. En sinds wanneer,” roept Nawaz uit, “zijn progressieve activisten eigenlijk cultuurrelativisten? Was socialisme niet bedoeld als iets universeels? Raar toch? Ben je links, dan wordt je geacht te geloven in het internationale proletariaat. Je hebt een waardenstelsel dat van toepassing is op de internationale werkende klasse, en je probleem is de bourgeoisie. Relativisme hoort niet thuis in het klassieke socialisme, it doesn’t make sense. Ze zagen de maatschappij in economische termen. Een onderscheid naar culturele en etnische groepen is onliberaal. Het doet me denken aan een Columbus die in Amerika landt en tegen de indianen zegt, ‘take me to your chief’ – omdat ’ie er vanuit gaat dat ze niet voor zichzelf kunnen spreken. In een liberale democratie is iedereen een burger, en iedereen heeft een stem die ze kunnen laten horen via hun democratisch gekozen vertegenwoordigers. Niet via een zelfbenoemde ‘community leader’ die beweert namens de groep te spreken. Het is pure luiheid van politici dat ze zich afhankelijk maken van ‘community leaders’ in plaats van naar de hele gemeenschap te luisteren.”
In Radical beschrijft Nawaz de gevolgen van deze houding als “a colonial ‘poverty of expectation’, which inevitably leads to segregation, low aspirations, patronising expectations, and cultural glass-ceilings, practically stalling Muslim social mobility and progress across Europe.
Tijdens zijn lezing maakte Nawaz melding van CAGE, een van de Britse lobbygroepen die onder het mom van mensenrechten en politiek activisme een podium bieden voor islamisten. Nawaz noemt het fenomeen ‘entryism’: een ogenschijnlijk legitieme organisatie biedt islamisten een ingang zodat ze invloed kunnen uitoefenen op politiek, scholen, universiteiten en andere organisaties.
“De progressieven die zich laten intimideren en inbinden uit angst voor de racismekaart, zetten daarmee niet alleen de deur wagenwijd open voor entryism,” vertelt hij nu. “Ze hebben niet eens door dat het bestaat. En dat is gevaarlijk. Kijk naar een organisatie als CAGE, die jarenlang dé partner was van Amnesty International op het gebied van moslim-mensenrechten en de War on Terror. Wanneer zo’n organisatie dan uiteindelijk wordt ontmaskerd, zoals CAGE nu, moet je je eens voorstellen wat dat doet met het vertrouwen van de gemiddelde, goedwillende mensenrechtenactivist in de gemiddelde moslim. Want die moslims bleken wel degelijk een vijfde colonne. Het is ontzettend schadelijk voor de relaties tussen bevolkingsgroepen, en geeft voeding aan het idee dat je geen enkele moslim kunt vertrouwen. Het effect is precies dat wat links altijd wil bestrijden: meer onderling wantrouwen en een grotere kloof tussen bevolkingsgroepen.”
Nawaz blijkt overigens weinig te weten van de Nederlandse afdeling van Hizb ut-Tahrir, maar noemt wel zijn tijd in Kopenhagen en in Pakistan. Goedbeschouwd nogal indrukwekkend voor één man, de hoeveelheid schade die hij wereldwijd heeft aangericht. “Ja, maar ik ben dat nu aan het ontrafelen. I’d like to think I’m trying to repair some of that damage now.” Voordat hij naar Pakistan ging, kreeg Hizb er tenslotte geen voet aan de grond. “Nee.”
Nawaz lijkt zich terdege bewust van wat hij in zijn islamistische periode heeft aangericht. Is dat een van de redenen dat hij nu zo gemotiveerd is, fighting the good fight? “Ik geloof in het nemen van je verantwoordelijkheid,” antwoordt hij. “Het is niet goed genoeg om te zeggen, ik had het bij het verkeerde eind, en dan te verwachten dat iedereen je weer accepteert. That’s not fair on anyone. Dat is niet eerlijk tegenover mijzelf, om mee te beginnen. Dat zou verraad zijn aan mezelf. Wat mij motiveerde om lid te worden van Hizb was een gevoel van onrechtvaardigheid en een verlangen naar rechtvaardigheid. Als ik nu geloof dat de islamistische ideologie onderdeel is van die onrechtvaardigheid, en ik trouw wil blijven aan mijzelf, dan moet ik ermee doorgaan om ook tegen die vorm van onrechtvaardigheid te strijden.” Is het misschien zijn eigen persoonlijke jihad? Nawaz: “Dat is precies wat het is, mijn eigen persoonlijke jihad. En ik hou er niet van om op te geven.”

Integreren of 'gediscrimineerd' worden

                                                                     

‘Discriminatie’ en ‘racisme’ zijn de toverwoorden van in Nederland wonende allochtonen. Te pas en nog veel vaker te onpas, worden ze gebruikt om (vermeend) slachtofferschap aan te duiden en de autochtone bevolking in staat van beschuldiging te stellen. Niet zelden worden de termen ook gebruikt om het geweten te sussen bij allerlei soorten van fraude. Als ‘slachtoffer’ mag je wel wat terugpakken als je ‘gediscrimineerd’ wordt.

Discriminatie, laat staan racisme, is veel minder omvangrijk dan wel eens wordt beweerd en aangenomen. Discriminatie in de betekenis zoals veel allochtonen die gebruiken, bestond ook al toen er nog nauwelijks  allochtonen in Nederland verbleven. Als je uit een bepaalde buurt of dorp kwam, van een bepaalde familie was, een bepaalde religie had, je uiterlijk (vooral als vrouw) niet meehad, je slordig kleedde en er onverzorgd uitzag, kwam je onderaan op het lijstje van sollicitanten. Is het discriminatie als bepaalde voor- of afkeuren, eerdere ervaringen met een bepaald type sollicitant, risicoafwegingen en sfeerbewaking een bewuste of onbewuste rol spelen? Of is het gewoon alledaags gezond verstand dat wordt gebruikt om de beste keuze te maken.

Is het discriminatie als altijd dezelfde jongens of meisjes als laatste worden gekozen bij het samenstellen van een elftal of team? Als regel gaat het gewoon om de kwaliteit van een speler en dat kan hard zijn voor iemand die minder kwaliteiten heeft.

Discrimineert een werkgever die na eerdere vervelende ervaringen geen Marokkanen meer aanneemt? Strikt juridisch wellicht wel, maar in de praktijk van alledag doet hij niet anders dan risico’s uitsluiten en als ondernemer doet hij dat dagelijks en op tal van terreinen.

Voor allochtonen is het van belang om te begrijpen wanneer de ervaring van gediscrimineerd worden of gediscrimineerd voelen zich voordoet. Als je niet echt geïntegreerd bent (wanneer ben je geïntegreerd?), kom je niet boven aan de lijst. Vanuit de ervaring dat de meeste allochtonen niet echt geïntegreerd zijn, zal een werkgever of sollicitatieteam dat soms bijna automatisch doen. Let wel: de ervaringen zijn slecht. Dat gaat niet alleen over de beheersing van de Nederlandse taal. Het gaat ook om de andere cultuur. Je hebt niet dezelfde informatie, begrijpt sommige grapjes niet, je voelt je snel achtergesteld, je komt met eisen (een bidplek bijvoorbeeld) wat je collega’s overdreven vinden, of je wilt je hoofddoek blijven dragen terwijl je collega’s dat niet geweldig vinden.

Veel allochtonen hebben een als discriminatie ervaren bejegening in feite te danken aan de hardnekkigheid waarmee men aan eigen cultuur en taal vasthoudt. Dat recht wordt ze niet ontzegd, maar kan geen onderbouwing zijn voor de eis om op dezelfde manier te worden behandeld als een Nederlander. Het woord ‘allochtoon’, in feite een statistische term, zal niet verdwijnen uit het Nederlands spraakgebruik.  De statische term heeft zich ontwikkeld tot een aanduiding van iemand die hier geboren kan zijn en een Nederlands paspoort heeft, maar niet geïntegreerd is.

Een goed geïntegreerde Marokkaan of Turk heeft vaak nog steeds zijn naam en afkomst tegen. Ondanks een wellicht prima C.V. kan een stereotype beoordeling een rol spelen. Wie echter goed geïntegreerd is heeft een breed netwerk dat voor een deel uit autochtonen bestaat en dat hem hulp kan bieden. Wie echt geïntegreerd is zal minder problemen op de arbeidsmarkt ervaren en heeft een grote kans zijn baan langer te behouden dan slecht geïntegreerden die maar al te vaak het eerste jaarcontract niet verlengd zien. Ook ‘schijn-integratie’ is een probleem.

In zijn column ‘De geboren zondebok’ brengt Özcan Akyol (NRC 21032015) het niet-geïntegreerd zijn scherp onder woorden. Over de goedopgeleide Yasmina Haifi, die haar baan op het ministerie van Justitie en Veiligheid verloor vanwege haar tweet waarin ze stelde dat IS niets met de islam heeft te maken, maar een Zionistisch complot is dat door joden werd bedacht om de islam in diskrediet te brengen, schreef Aykol dat ze op dat moment haar masker verloor. Voor even verscheen achter de politiek correcte opstelling, waarmee ze zich door het leven bewoog, haar echte gezicht dat ze normaal thuis zou laten. Yasmina Haifi is daarmee een voorbeeld van schijn-integratie. Ze wil niet dat haar etnische omgeving als kaaskop veroordeelt, ze heeft haar identiteit behouden en ging met een masker op naar haar werk. Het toont aan hoe moeilijk integreren is als je directe omgeving, je thuisland en je religie dat eigenlijk niet van je accepteert.

Voor niet-integreren betaal je een prijs in de samenleving en voor integreren in die samenleving betaal je een prijs bij je traditionele achterban. Wat je ook kiest één van de twee zal je daar voor laten betalen. Je wordt door de kat of door de hond gebeten en als je dat discriminatie noemt draai je oorzaak en gevolg om. Integreren is kiezen. Kiezen voor jezelf levert je binnen de Nederlandse cultuur de meeste kansen op.

(in een artikel in het Parool verwoordde Renzo Verwer eveneens de gedachte dat moslims niet het alleenrecht op discriminatie kunnen claimen, link: artikel )


woensdag 18 maart 2015

Wanneer ben je geïntegreerd en geen allochtoon meer?

                                                                   


‘Allochtoon’ is een zelfstandig naamwoord geworden, dat ook los van zijn statistische achtergrond wordt gebruikt. Je kunt hier geboren zijn, van de derde generatie zijn die hier woont en een Nederlands paspoort hebben, maar toch allochtoon zijn gebleven. Ik gebruik de aanduiding ‘allochtoon’ nagenoeg automatisch en als vanzelfsprekend om iedereen aan te duiden die niet geïntegreerd is.

Wanneer ben je geïntegreerd? Daar schijnt onduidelijkheid over te zijn las ik laatst. Onder moslims schijnt er ook behoefte te zijn aan duidelijkheid. Ze willen erbij horen en hebben behoefte aan helderheid. Dat is te begrijpen. ‘Integratie’ is een onderwerp waarover onduidelijkheid blijft bestaan omdat het omstreden is.

Integratie wordt tegengewerkt
Landen van afkomst zoals Marokko en Turkije streven er naar om hun hier wonende onderdanen Marokkaans dan wel Turks te houden. Het dubbele paspoort helpt daarbij. Ook vanuit de islam wordt alles in het werk gesteld om mensen islamitisch te houden en de sociale controle in moslimgemeenschappen helpt daarbij. Islam staat integratie in de weg en werkt het bewust tegen. Islamideoloog Tariq Ramadan pleit voor een parallelle samenleving voor moslims die alleen voor zover onvermijdelijk economisch participeren in westerse samenlevingen. Politiek worden moslims gevangen gehouden in de in het Midden-Oosten levende conflicten en de door hun imams gepreekte afwijzing van westerse waarden die inferieur zouden zijn aan die van de islam. Het multiculturele overheidsbeleid heeft de segregatie alleen maar versterkt. Het valt voor een moslim of moslima dan ook niet mee om te integreren in de Nederlandse samenleving. Zonder conflicten met de eigen familie gaat dat als regel niet.

Verellendung
‘Verellendung’ is een begrip uit de marxistische theorie waarmee de marginalisering en verarming van groepen in de samenleving wordt aangeduid als gevolg van het kapitalistische economische systeem. Maar ook het tegenwerken van integratie zoals ik hierboven beschreef leidt tot ‘Verellendung’ omdat  integratie de belangrijkste weg is naar maatschappelijk succes. Het gebrek aan integratie belemmert kansen, leidt tot marginalisering, armoede en criminaliteit. Door het politiek correcte deel van Nederland en door islamitische voorlieden worden in dit verband oorzaak en gevolg nog al eens ontkend en omgedraaid. De bejegening van allochtonen door autochtonen zou de oorzaak zijn. Maar dat is eigenlijk gemakkelijk te weerleggen. Goed geïntegreerde moslims hebben als regel maatschappelijk succes. Ik vraag me daarom wel eens af of de ‘verellendung’ door de islam bewust wordt nagestreefd door integratie tegen te werken. ‘Verellendung’ is een kweekvijver voor opstandigheid.Islamisten zoals van de Moslim Broederschap, maken daar gebruik van.

Wanneer ben je geïntegreerd?
Het hameren op onderwijs om integratie te bevorderen zoals bijvoorbeeld D”66 doet, is weinig zinvol. De integratie onder de tweede en derde generatie, generaties die hier zijn geboren en volledig Nederlands onderwijs hebben genoten is slechts marginaal toegenomen. Als je moslims vraagt of ze willen dat het goed gaat met Nederland of dat het goed gaat met de islam, zal statistisch gezien zo’n 60 tot 70% er voor kiezen dat het goed gaat met de islam. Ze zullen hun gedrag daar op afstemmen. Het is een houding waarin integratie wordt afgewezen. Allochtonen die wel een houding kiezen die integratie mogelijk maakt krijgen te maken met afwijzing vanuit de eigen groep en lopen de kans geïsoleerd te raken. Als ze goed geïntegreerd zijn, is de kans op isolatie gering. Goede integratie heeft een aantal kenmerken:
1.     Nederlands is je eerste taal. Bij ‘allochtonen’ is Nederlands meestal de tweede taal omdat aan de thuistaal de voorkeur wordt gegeven. Als Nederlands niet je eerste taal is, levert dat een levenslange handicap op in het onderwijs en in het werk. Voor mensen die hier niet geboren zijn is dit natuurlijk een lastige opgave. Ik zie het als een taak voor ouders om hun kinderen met taal op het goede pad te zetten
2.     Een gemengd netwerk. Je netwerk bestaat niet alleen uit etnisch verwanten en geloofsgenoten. Je hebt ook autochtone vrienden, kennissen en relaties waarmee je actief omgaat. Je rekent op je netwerk en de leden van je netwerk kunnen op jou rekenen.
3.     Je maakt je eigen keuzes. Je kiest voor je eigen toekomst vanuit je eigen inzichten en belangen. Je laat je keuzes niet afhangen van wat je ouders, broers en zussen, ooms en tantes of buren vinden dat je moet kiezen.
4.     Je wilt dat het goed gaat met Nederland. Nederland is je bakermat die je kansen en mogelijkheden geeft. Je interesseert je voor de politiek en je gebruikt Nederlandse bronnen om je te informeren. Je gaat er van uit dat als het goed gaat met Nederland, het ook goed kan gaan met jou.
5.     Je begrijpt de Nederlandse cultuur. Je bent je bewust van de verschillen tussen je etnische cultuur en de Nederlandse cultuur en hun geschiedenis. Je begrijpt dat het delen van de Nederlandse cultuur je kansen op een geslaagd leven vergroot en het vasthouden aan de eigen etnische cultuur de slaagkans belemmert. Je ziet het je eigen maken van de Nederlandse cultuur als een verrijking.
6.     Je bent maatschappelijk actief. Je hebt rechten en plichten. Je zet je in voor zaken die van maatschappelijk belang zijn en je weegt deelbelangen af op het algemeen belang.
7.     Je relativeert religie. Als je gelooft, ben je moslim zoals autochtone Nederlanders katholiek of protestant zijn. Je respecteert andere religies. Je loopt niet te koop met je eigen religie, dringt anderen niets op en je verafschuwt religieus gemotiveerd geweld.
8.     Je wilt je kinderen kansen geven. In hun begeleiding naar volwassenheid maak je keuzes die hun slaagkans bevorderen. Nederlands is de thuistaal. Je brengt ze respect bij voor je afkomst, maar maakt ze duidelijk dat het leven in Nederland een andere houding vergt dan die in het land van je afkomst.
9.     Je bent niet etnisch bevooroordeeld. Je beoordeelt mensen op hun persoonlijke kwaliteiten en niet op hun afkomst, geaardheid of religie.
1    Je accepteert niet dat ze je nog een ‘allochtoon’ noemen. Als je geïntegreerd bent, ben je een autochtoon, iemand die zijn land liefheeft ongeacht zijn politieke of religieuze voorkeuren en ongeacht zijn afkomst..

Integreren gaat niet vanzelf, het vraagt om een bewuste keuze en inzet. Je kunt niet een beetje een Nederlander zijn. Je bent het, ongeacht je afkomst, helemaal of niet.
Nederland verkeert nog steeds in een post-multiculturele fase en is daarom nog aarzelend in het benoemen van de kenmerken van integratie. Toch moet die stap worden gezet en zal worden gezet. Integratie zal de komende jaren een belangrijk beleidsonderwerp worden. Integratie is ook het beste wapen tegen discriminatie

Iemand die niet geïntegreerd is, is van beperkte waarde voor de samenleving en mist kansen en mogelijkheden voor zijn eigen leven. Iemand die niet geïntegreerd is heeft geen redenen om te protesteren als hij blijvend ‘allochtoon’ wordt genoemd. En om het maar wat harder te stellen: een allochtoon is iemand die profiteert van wat de Nederlandse samenleving te bieden heeft, maar daar niets voor terug geeft. Wederzijdsheid ontbreekt. Zulke mensen zijn we eigenlijk  liever kwijt dan rijk en daar is niets mis mee.

Update
Het sociaal cultureel planbureau publiceerde op 16 december een studie over integratie. Een van de bevindingen was dat goed geïntegreerd en gelukkiger en gezonder zijn. Ik vermoed dat dit mede het gevolg is van het zich bevrijden van knellende sociale banden die de vrijheid van denken en handelen beperken.