woensdag 18 oktober 2017

Genieten…, want ik ben ‘white privileged’



Zeker toch een paar keer per jaar dank ik god op mijn blote knieën dat  ik hier ben geboren in plaats van in een of ander Verweggistan. Ik beschouw dat niet als een verdienste, maar als een voorrecht. Ik geniet van wat mijn voorouders en mijn generatie van dit land hebben gemaakt.

Het enige wat me dwars zit is dat ik van de calvinisten en heftig linksen niet mag genieten van mijn voorrecht. Ze denken dat ik blind ben. De welvaart van Nederland zou volgens hen berusten op uitbuiting waardoor de welvaart die is opgebouwd, verdacht is. En nog erger, vanuit mijn witte privilege zou ik neerkijken op alles wat een kleur heeft.

Calvinisten en heftig linksen zijn de boze feeën die het feest komen verstoren met valse beelden. Het behoort niet tot de cultuur van mijn land om neer te kijken op mensen met een kleur. Ik kijk wel neer op mensen die hier wel willen wonen, maar hun eigen cultuur willen behouden omdat ze die veel beter vinden dan de onze. Ik behoor niet tot de calvinisten en heftig linksen die vinden dat culturen gelijkwaardig zijn. Ik meet culturen op hun vermogen om welvaart te spreiden en een open debat toe te staan. Dan zie je hele grote verschillen.

Ik kijk neer op mensen die niet willen integreren maar wel een deel van de taart willen, net zo goed als ik neerkijk op autochtone Nederlanders die zich te goed achten om te werken voor de kost en ten onrechte een uitkering genieten.  Ze profiteren slechts zonder een bijdrage te leveren.

‘Niet zeuren, maar aanpakken’, is een deel van de Nederlandse cultuur. Als je niet mee kan komen is er een menswaardig vangnet. Cultuur is: zoals we het hier doen. En hoewel Nederland ook niet volmaakt is, laten we in alle statistieken bijna alle andere landen achter ons. We doen het dus goed en daar mogen we trots op zijn. Het is ook onze plicht om de verworvenheden aan de toekomstige generaties door te geven.

“White privilege”, bestaat, maar in hoofdzaak in de hoofden van mensen die slachtoffer zijn van hun cultuur, maar andere culturen daarvoor verantwoordelijk stellen. Ook met een kleur kun je een volledig geaccepteerd Nederlander worden als je integreert en je er niets van aantrekt als je vanuit de cultuur die je hebt losgelaten een ‘bounty’ wordt genoemd. Het betekent hooguit dat je een goede afweging hebt gevonden tussen persoonlijke belangen en de belangen van de samenleving als geheel. Het betekent ook dat mensen met een andere kleur kunnen genieten van het ‘white privilege’ om dat ze deel uitmaken van de cultuur die dat tot stand heeft gebracht en die cultuur uit dragen.

‘White privileged’ is een beschuldiging die voortkomt uit jaloezie en uit onvermogen. Het isoleert ‘kleur’ uit alle andere factoren die een rol spelen, waarbij cultuur waarschijnlijk de belangrijkste is. Daarom hebben roodharigen minder problemen. Ooit zat ik op een verjaardagsfeestje naast een donker gekleurde vrouw. We hadden geanimeerde gesprekken. Pas op weg naar huis realiseerde ik me dat ik met een donkere vrouw had zitten praten. Die realisatie had in feite niets met de kleur te maken maar met de bewustwording dat het een gesprek tussen twee normale Nederlanders was geweest. Ze had de culturele ‘kleur’ van zich afgeschud. Cultuur maakt je ‘blank’, of liever: ‘Nederlands’,  en dat heeft niets met huidskleur te maken.
‘White-privileged’ is gewoon 'cultuur-privileged'.





dinsdag 17 oktober 2017

Waarom de 'deugmens' niet deugt

                                                                

De term ‘Gutmensch’ is aan het verdwijnen en lijkt te worden vervangen door de term ‘deugmens’. Dat is een goede ontwikkeling. De Gutmensch kan zich nader beschouwd helemaal niet beroepen op zijn goedheid. Hij wil als regel deugzaam zijn. Maar dat geeft problemen. Omwille van de deugd kiest hij voor een standpunt en handelt daarnaar ongeacht de gevolgen.

Als hij ‘welkom vluchtelingen’ roept, handelt hij vanuit de deugd om mensen in nood te helpen. De vraag of het werkelijk om mensen in nood gaat interesseert hem nauwelijks. Als er ‘hulp’ wordt geroepen, ga je helpen. Of de hulp helpt, interesseert hem ook nauwelijks. Hij heeft goede bedoelingen en dat moet genoeg zijn. Of we in staat zijn om alle mensen die om hulp (asiel) vragen te helpen, interesseert hem ook al niet. Hem interesseert slechts de houding. Die is goed of niet goed.
De deugmens is een respectloos mens. Dat gebrek aan respect begint al als hij na het roepen van ‘welkom’ naar huis terugkeert en het aan anderen overlaat om zich over de gevolgen van zijn ‘goed zijn’ te ontfermen. 

De deugmens is in de geschiedenis een akelig mens. Ooit was het deugzaam om heksen te verbranden of te verdrinken. Ooit was het deugzaam om ketters te vervolgen en hielp de deugmens om de inquisitie op te tuigen. De deugmens is nogal modegevoelig. Tot op de dag van vandaag vindt hij nieuwe doelen (klimaat bijvoorbeeld) om zijn deugzaamheid te bewijzen en aan anderen op te leggen. De deugmens is een narcist die zich moreel verheven voelt en geen antenne heeft voor wat anderen beweegt. Hij heeft geen respect voor de gevoelens en inzichten van anderen die afwijken van de zijne. Als hij zo’n afwijkeling aantreft, zet zijn narcisme hem er toe om die te vernietigen. De tegenwoordige modes betreffen vooral klimaat en migratie. De deugmens is in discussies over die onderwerpen aan te treffen als donderprediker die anderen voorhoudt wat de juiste houding is. Wie zich daarin niet schikt loopt tegen de inquisitie aan die hem verbaal vernietigt en van zijn reputatie berooft. Dat is de reden waarom de deugmens volgers heeft. Het zijn de bangerikken die zich als zijn handlangers ontplooien en kopen daarmee hun veiligheid tegen zijn toorn. 

Schuld en boete lijkt ten grondslag te liggen aan wat de deugmens beweegt. Hem is gemakkelijk schuld aan te praten, het is zijn kwetsbaarheid. De opvatting dat narcisme in feite een overcompensatie is van angst en minderwaardigheidsgevoelens, kon wel eens kloppen. De deugmens heeft behoefte om voor anderen een deugmens te zijn. ‘Zie mij’ is zijn spel, ‘waarom ben je niet even deugzaam als ik?’. Het geeft hem macht over anderen en daar ligt de feitelijke psychische behoefte van de deugmens.
Ondertussen is de deugmens allesbehalve deugzaam. Hij maakt slachtoffers en schept maatschappelijke problematiek. Hij bestrijdt niet het kwade, maar degenen die hem niet volgen. De niet-volgers zijn het kwaad. Democratisch respect voor andere inzichten dan de zijne behoort niet tot zijn deugden. Hij is nietsontziend in het afdwingen van zijn standpunten. In het trouw blijven aan zijn eigen deugzaamheid is de deugmens zowel hypocriet als opportunistisch. Ook dat behoort tot zijn narcistische persoonlijkheid. Slechts zelden neemt hij zijn eigen standpunten serieus. Dat is logisch want hij gebruikt die standpunten om macht uit te oefenen. Een goed voorbeeld is te vinden bij de problematiek van ‘witte scholen’. De deugmens die diversiteit prijst kiest er toch maar liever voor om de eigen kinderen naar een ‘witte’ school te sturen. Dagblad Parool schrijft daar al maanden over. Wat er ook wordt geprobeerd, het lukt maar niet om het probleem van ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen op te lossen. De deugmens haakt af waar het zijn eigen vermeend belang raakt.

In het maatschappelijk debat lijkt de deugmens de overhand te hebben. Dat betekent dat ‘narcisme’ een nog onvoldoende herkend maatschappelijk fenomeen is en daarom kan woekeren.



maandag 16 oktober 2017

Zijn we te beschaafd geworden in het strafrecht?


Neem verantwoordelijkheid
‘Niemand hoeft mee te werken aan zijn/haar eigen veroordeling’. Het is een zinnetje dat ik aantrof in beschouwingen over de zaak ‘Anna Faber’. De zin verwees naar de verdachte die in een eerdere zedenzaak weigerde om mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek. De reden voor de weigering was het ontlopen van het risico dat bij een TBS een langere detentie kan volgen.

Het is een vaststaande praktijk in de rechtsgang dat het bewijs van een misdaad door het Openbaar Ministerie verzameld moet worden en dat dit bewijs door de rechter wordt beoordeeld. Een verdachte mag zwijgen, tegen werken, desinformatie geven, misleiden, valse getuigenissen organiseren en bewijs verdonkeremanen. De verdachte speelt vaak het spel: ‘pak me maar als je kan’, een crimineel spel.

Volgens een artikel in de NRC weigert ongeveer de helft van de voor een psychiatrisch onderzoek in aanmerking komenden om daar aan mee te werken. De weigering wordt als een recht gezien. Niemand hoeft mee te werken aan zijn/haar eigen veroordeling. In de rechtspraktijk heeft dat heel wat meer consequenties dan alleen het ontlopen van de TBS. Door niet mee te werken kan het werk van het OM zodanig bemoeilijkt worden dat er geen vervolging plaatsvindt of dat de rechter wegens gebrek aan overtuigend bewijs tot vrijspraak over gaat. Bij het vervolgen van leden van de mocromaffia gebeurde dat een aantal keren.

Niet meewerken kan het gevolg zijn van de angst dat met ‘praten’ de erecode van ‘zwijgen’ wordt overtreden en wraakacties het gevolg zullen zijn. Criminele wetten krijgen op deze manier veel invloed op de rechtsgang en bieden bescherming aan criminaliteit.

De opvatting dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden staat op gespannen voet met het recht om niet mee te werken. Dat recht leidt tot een groeiend aantal geharde daders die op alle mogelijke manieren, na te zijn gepakt, aan veroordeling proberen te ontkomen. De norm dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden vervaagt door dat recht.

Bij alle nu gaande discussies over het vaker toepassen van TBS, ook als de verdachte niet meewerkt, blijft de discussie over het recht om te zwijgen achterwege alsof dit een onomstotelijk recht is. Het is de discussie die eigenlijk gevoerd zou moeten worden. Het niet meewerken kan als een criminele daad worden gezien. Bij een belemmerde rechtsgang is het de samenleving die uiteindelijk schade lijdt.

Niet meewerken zou als zodanig strafbaar kunnen worden gesteld en in voorkomende gevallen tot strafverhoging moeten leiden. Niet meewerken is asociaal en strijdig met de norm dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden. En verantwoordelijkheid nemen voor je daden zou een van de uitgangspunten van het strafrecht dienen te zijn. Een verdachte heeft niet alleen rechten, maar ook plichten. Van plichten kan hij niet ontslagen worden.

Het recht op niet meewerken kan worden gezien als te veel toegeven aan de dader en het laten uitmelken van rechten. Dat is strijdig met de belangen van de samenleving en van slachtoffers. Het recht om niet mee te werken is wellicht een hoogstandje in het juridisch denken, maar kan gezien worden als een uiting van beschaving die de beschaving aantast en onwenselijk gedrag in de hand werkt.








dinsdag 26 september 2017

Er zit geen toekomst in het moslim-zijn

                                                                   
De agressieve aanpak levert weerstand op
Je merkt het aan de woorden. Lieve woordjes als ‘Medelander’ of ‘nieuwe Nederlander’ zie en hoor je bijna nergens meer. De tegemoetkomendheid is langzaam aan het verdwijnen. De Nederlandse overheid keert zich tegen de meest orthodoxe vorm van de islam, het salafisme, zonder dat dit discussie oplevert. De multiculturele samenleving wordt, behalve door de drie musketiers van DENK, breed afgewezen.  Het negatieve antwoord op de tegemoetkomende houding van met name islamitische nieuwkomers, bekoelt de bereidheid om nieuwe instromers te verwelkomen.

Het wordt steeds duidelijker dat de islam op geen enkele wijze te verenigen is met de West-Europese cultuur. De islam wordt in toenemende mate afgewezen. Ook het simpele antwoord van de islamitische voorlieden dat de afwijzing op ‘racisme’ en ‘discriminatie’ berust, ontmoet tegenwoordig meer hoon dan instemming.

Iedere nieuwe regering komt met strengere maatregels over de inburgering om na vier jaar te constateren dat het niet werkt. Als opeenvolgende maatregelen geen zicht op een oplossing bieden, zal de tijd komen waarin de conclusie dat moslims niet integreren onvermijdelijk wordt. Islamitische woordvoerders erkennen de situatie al langere tijd. Ze houden de Nederlandse samenleving en moslims voor dat ze acceptatie prefereren boven integratie. Die opstelling legt de kern bloot van het multiculturele drama. Moslims kunnen geen echte Nederlander worden omdat hun loyaliteit bij de islam hoort te liggen. De islam kweekt schijn-Nederlanders. Moslims die de oversteek wel wagen, worden als verraders gezien en krijgen te maken met sociale uitsluiting.

accepteren of je kop gaat eraf
Voor de weigering tot integratie betalen moslims een kostbare prijs.  Het vasthouden aan de islam en de thuiscultuur marginaliseert ze. Die tribale narcistische cultuur gaat gepaard met afwijzing van de Nederlandse cultuur en met meer criminaliteit, fraude, nepotisme, cliëntelisme en geweld tegen homo’s en joden, dan de Nederlandse samenleving accepteert. De tegemoetkomendheid en handreikingen drogen als gevolg daarvan op en de acceptatie neemt af. Dat is de tol die moslims betalen voor de oproepen om de islam en het thuisland trouw te blijven.

De slimmere moslims, en daar zijn er steeds meer van, zien dat hun toekomst en die van hun kinderen bedreigd wordt en kiezen er voor om afstand te nemen van wat hen identificeert als moslim of als vertegenwoordiger van een etnische groep. Ze mijden ‘zwarte’ scholen, kiezen voor een overwegend blanke buurt om te wonen. Hun identiteit als moslim vervaagt. Voor zover ze nog religieus zijn, zijn ze dat zoals katholieken of protestanten die zich daar allang niet meer op laten voorstaan. Ze ontsnappen aan de benauwende groepscontrole en ontwikkelen netwerken met voldoende autochtone Nederlanders. Het Sociaal Cultureel Planbureau bevestigt dat ze gelukkiger zijn dan degenen die niet integreren. Het verschijnsel van moslims die zich afkeren van de islam doet zich ook in Engeland voor. Het gaat gepaard met risico's. Daarmee verspeelt de islam in feite het recht op vrijheid van godsdienst.

Er zit geen toekomst in het moslim zijn. Het wordt meer en meer een sociale handicap die kansen negatief beïnvloedt. Dat heeft helemaal niets met discriminatie of racisme te maken. Het heeft te maken met de islam die de Nederlandse cultuur en integratie afwijst. Dat raakt een snaar onder de autochtone bevolking waarin men zich steeds vaker afvraagt waarom men overtuigde moslims zou moeten laten meedoen in het verdelen van de taart.

Bij ongewijzigd islamitisch beleid wacht moslims voortgaande gettoïsering. Opgesloten in het eigen gelijk, in eigen buurt en in eigen scholen. Opgesloten in eigen ellende. Het is een ontwikkeling die al gaande is.

De Nederlandse roep om terug te keren naar het eigen land zal steeds luider worden.



maandag 18 september 2017

De betwiste orde in Nederland


Samenlevingen hebben behoefte aan orde. Lang werd die geleverd door religies. Stuk voor stuk introduceerden ze regels voor het samenleven en gaven die een absolute werking door te beweren dat die afkomstig waren van een onbetwistbare god.  Mozes was niet de eerste die van god regels meekreeg. Voor hem waren er al sjamanen en druïden die dat kunstje ook kenden.

Toen er te veel van die ordeningssystemen kwamen ontstond de behoefte aan één god en deed het monotheïsme zijn intrede. Een joodse innovatie. In Europa werd vanaf de derde eeuw gekozen voor het christendom als ordeningssysteem en werd het de bevolking opgedrongen. Eeuwenlang regeerde de bijbel, eigenlijk de bijbeluitleggers, de samenleving.

Er was een Verlichting nodig om de dominantie van de bijbel in te tomen. Vanaf die tijd begon de aarde om de zon te draaien en konden wetenschappen zich ontwikkelen zonder knechting door bijbelkenners. Voor de maatschappelijke orde maakte dat niet veel uit. Christenen maakten onderling veel ruzie, maar over twee belangrijke dingen waren ze het eens. De Tien geboden en de Bergrede bleven leidend voor de samenleving en zorgden voor de orde. Maar die orde zou betwist gaan worden.

Na God werd ook de waarheid doodverklaard
Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd die orde bedreigd door nieuwe politieke systemen. Nietzsche had god net dood verklaard en beschreef het faillissement van het christendom. Het christendom knechtte de mens volgens zijn visie. Het maakte de weg vrij voor de opkomst van het communisme en het fascisme als concurrerende ordeningssystemen met een totalitaire grondslag. Beide zijn verdwenen, maar hebben hun sporen in de samenleving achter gelaten.

In de Nederlandse samenleving waar fascisme en communisme nauwelijks invloed kregen op de bevolking, verloor na de tweede wereldoorlog ook het christendom gaandeweg zijn invloed. Na de tweede wereldoorlog werden ordende systemen gewantrouwd. De jaren zestig van de twintigste eeuw lieten wat dat betreft een dijkdoorbraak zien. Mensenrechten vulden het ontstane gat, kregen een grotere betekenis dan aanvankelijk bedoeld was en de grondwet werd aangepast aan de veelomvattende mensenrechten. De mensenrechten waren ook bestand tegen de aanvallen op het begrip waarheid door, onder andere, Foucault en Derrida. De waarheid werd een tijdelijke constructie en gedemocratiseerd. Waarheid werd datgene waar de meeste consensus over bestond en iedere waarheid kan gerelativeerd worden. 

Sindsdien zijn mensen niet alleen gelijkwaardig, maar ook gelijk. Het nieuwe egalitarisme (ik vermijd uitdrukkelijk het begrip cultuur-marxisme) deed zijn intrede. De stroming streeft naar een nieuw soort orde, die echter op haar beurt ook weer sterk omstreden is. De samenleving raakt daardoor haar ordende ankers kwijt. Er is verwarring en strijd, maar het omstreden egalitarisme lijkt tot nu toe de overhand te hebben. Mensenrechten worden als wapen gebruikt om anderen te verordonneren waar ze aan moeten voldoen. De nadruk op rechten zet de plichten in de schaduw en knaagt aan begrippen als wederkerigheid, gemeenschapszin en eerlijkheid als deugden. Egalitarisme focust op individuen en minderheidsgroepen. De belangen van de samenleving als zodanig raken daar bij op de achtergrond.

Nieuwe mede-eigenaren die de waarheid naar hun hand zetten
Op dat punt zijn we nu aangeland. De na te streven egalitaire orde wordt betwist. Het grootste twistpunt is de diversiteit die de bestaande orde bedreigt. Minderheidsgroepen maken een gretig gebruik van hun rechten en confronteren Nederland met zijn koloniaal verleden en de interpretatie van de eigen geschiedenis. De blanke mens is een schuldige boeman en niet meer alleen-eigenaar van zijn Nederland. Er dienen zich nieuwe mede-eigenaren aan die hun eigen geschiedenis en eigen waarheid mee brengen. Dat leidt tot de eigenaardige situatie dat alles mag worden gerelativeerd, echter met uitzondering van de geschiedenis en waarheid van de nieuwe mede-eigenaren. Die weten Foucault en Derrida handig te gebruiken om de autochtone Nederlander aan te vallen en tegelijk zelf buiten schot te blijven. Politieke correctheid is het wapen waarvan ze zich bedienen om hun eigen waarheid op te dringen. Beschuldigingen van racisme en fascisme werden de wapenuitrusting waarmee autochtoon Nederland onzeker werd gemaakt.

Naast de nieuwe eigenaren die zijn overgekomen uit de Zuid-Amerikaanse voormalige Nederlandse kolonieën, presenteert ook de islam zich als een nieuwe mede-eigenaar. Dat is een lastige klant met een lastige agenda. De islam pretendeert dat haar ordeningssysteem superieur is en overal ter wereld toegepast zou moeten worden. Waar de uit slaven voortgekomen nieuwe mede-eigenaars zich nog bij wijze van spreken laten sussen door zwarte piet te vervangen door een (omstreden) kleurenpiet, laat de islam zich niet afkopen. De opdracht die de islam moslims meegeeft is om in hun nieuwe land te accepteren wat al te verenigen is met de islam en zich in te zetten voor de verandering van alles wat niet te verenigen is met de islam. De islam kan het goed vinden met politiek links dat het sterkst voor egalitarisme is. De PvdA heeft uit haar verkiezingsverlies wat dat betreft nog steeds niet de juiste conclusie getrokken. De islam is helemaal niet voor egalitarisme en gebruikt dat alleen maar op opportunistische wijze om een voet aan de grond te krijgen. Allah en de christelijke god  zijn wat hun wensen betreft de samenleving twee heel verschillende goden. Dat bevordert de wanorde.

Een samenleving wordt gevorm door mensen die een gedeeld ordeningssysteem hebben. Eenheid in verscheidenheid was de democratische oplossing tot nu toe. Als een systeem op een rechtvaardige manier ordent, maakt het niet uit wat voor naam het heeft. Als het maar werkt.

Het huidige ordeningssysteem werkt niet meer voldoende in de ogen van veel mensen. Politieke partijen worden niet meer vertrouwd, de overheid wordt niet meer vertrouwd, het rechtssysteem wordt niet meer vertrouwd, de politie als handhaver van het rechtssysteem wordt niet meer vertrouwd, de media worden niet meer vertrouwd, menswetenschappen worden niet meer vertrouwd en het onderling vertrouwen erodeert ook bij de dag.

Egalitarisme bevordert verdeeldheid
De grootste boosdoener is het egalitarisme dat gelijkheid tot haar kroonjuweel heeft uitgeroepen. De door egalitarisme gesanctioneerde diversiteit bracht de bestaande orde aan het wankelen door de aanval op de bestaande cultuur. De narratieven van de nieuwe mede-eigenaren van Nederland moeten in het gangbare Nederlandse narratief worden opgenomen omdat het egalitarisme dat vereist.

Maar mensen zijn helemaal niet gelijk. Ze zijn slechts voor de wet gelijk. Ze zijn divers in talent, uiterlijk, opvattingen en hun geschiedenis op individueel en groepsniveau. De mens is ook niet zo aardig, want egoïstisch en agressief. Dat vraagt om ordening. Die is in toenemende mate tanende, algemeen aanvaard gezag erodeert.  En dat zal zo blijven zolang de consensus over de gewenste orde omstreden blijft.
Egalitarisme verschaft macht aan degenen die menen dat autochtone Nederlanders tekort schieten om hen als gelijken te accepteren. Opvallend is de afwezigheid van zelfkritiek. Want hen overkomt is altijd de schuld van anderen. Het is de Nederlandse elite die op dit punt tekort schiet. Die denkt de vrede te bewaren door aan de bezwaren tegemoet te komen en veroordeelt de autochtone Nederlanders die dat heel anders zien en geen enkel vertrouwen meer hebben in de elite.

Hoe nu verder
Dat wordt nog een heel groot probleem. De mislukte integratie van nieuwkomers laat precies zien waar het mis is gegaan. De orde wordt niet meer in voldoende mate gedeeld. De teugels zijn te lang los gelaten. Het is moeilijk om die ontwikkelingen terug te draaien.  Op de huidige voet verder gaan is echter ook geen optie.
De eerste stap die gezet dient te worden is de erkenning  van het feit dat de samenleving richting wanorde gaat. De enige oplossing is dan te vinden in het cultureel een stapje terug te doen en terug te vallen op een meer normerende cultuur waarbij rechten en plichten weer in evenwicht zijn. Een hardere cultuur waarin stevige keuzes worden gemaakt om de samenleving tot orde te roepen.

Een gedeelde orde is noodzakelijk. In zo’n gedeelde orde kan geen sprake zijn van godsdienstvrijheid voor de islam. In zo’n gedeelde orde dient aan  de aanspraken van minderheidsgroepen niet gemakzuchtig te worden toegegeven. In zo’n gedeelde orde wordt criminaliteit harder aangepakt dan nu het geval is.

De eenheid in verscheidenheid wordt niet aangetast, maar die eenheid dient centraler te staan dan de verscheidenheid. Eenheid betekent dat mensen willen dat het goed gaat met Nederland, dat dat wat van ze vergt, maar dat ze daar ook van profiteren.













woensdag 6 september 2017

Gepolariseerd Polen: wat de media ons niet vertellen


In oktober 2017 vonden de aftredende PvdA-ministers een slimme manier om nog twee kandidaten te benoemen voor de in de komende jaren vrij te vallen zetels in de Raad van State. Ze deden dat om daar hun invloed te behouden vanaf het moment dat een nieuwe regering, zonder de PvdA, het stokje zou overnemen.

Het zal niet gebeuren. Het is zelfs ondenkbaar in het Nederlandse politieke bestel. Het gebeurde echter wel in Polen. De jonge democratie heeft daar nog ruwe kantjes. Toen in november 2015 PiS (Recht en Rechtvaardigheid) de verkiezingen won, benoemde de verslagen regering nog snel twee nieuwe kandidaten voor de in de komende jaren te ontstane vacatures bij het Constitutionele Hof om daar de meerderheid te verstevigen. Anders dan de Raad van State die een adviserende rol heeft bij wetgeving, kon het Constitutionele Hof in Polen wetten afwijzen. Dat deed het dan ook met wetten van de nieuwe PiS-regering. Het dwong de nieuwe regering om de bevoegdheden van het Hof te beknotten.

Om beter te begrijpen wat daar aan de hand was moeten we terug naar het moment dat de Communistische Partij in Polen de macht overdroeg aan een nieuwe door Solidarinosc gedomineerde nieuwe regering. Onderdeel van de overdracht was een overeenkomst waarbij een streep werd gezet onder het verleden en alle voormalige communisten vrijuit gingen. Een fatale vergissing die bijvoorbeeld de Tsjechen niet maakten. Die stuurden alle voormalige communisten boven een bepaalde rang baanloos naar huis. In Polen bleven ze zitten. In het leger, op de ministeries, op bedrijven, in banken, bij de media, in de rechtspraak en in de geheime diensten. Politiek gingen ze verder als sociaal-democraten. In het nogal bewegelijke politieke landschap zijn ze nu terug te vinden in de partij Burger Platform (PO), de belangrijkste tegenstrever van PiS.

PO is te omschrijven als een sociaal liberale partij die pro Europa is. Donald Tusk was premier voor deze partij voordat hij voorzitter werd van de Europese Raad. Een van de belangrijkste geschillen tussen PiS en PO is het Centrale Anti Corruptiebureau. Door PiS wordt het gezien als het orgaan dat kan onderzoeken op welke wijze de oude communisten nagenoeg de hele economie van Polen in handen kregen, de media domineerden en de rechtspraak naar hun hand zetten. De regeringen waarin PO in het verleden domineerden, werkte het bureau tegen om de oude kameraden te beschermen en de kurk op de fles van de woelige overgangsjaren na 1989 te houden. 

Om het Centrale Anti Corruptiebureau zijn werk te laten doen had de PiS-regering geen andere keuze dan de macht van het Constitutioneel Hof te beperken en de lagere rechtbanken te ontdoen van rechters die partijdig waren en een onderdeel vormden van de beschermingslaag van de voormalige communisten. Hetzelfde gold voor de staatsmedia.

Het is een van de belangrijkste redenen waarom de Poolse bevolking in 2015 PiS aan een meerderheid hielp. Velen namen het pro-life-programma van PiS voor lief om PiS in staat te stellen om recht te zetten wat direct na 1989 mis was gegaan. Ook de kritische opstellingen tegenover Europa speelde een belangrijke rol.

De strijd tussen de oude communisten (PO) en de conservatieve nationalisten (PiS) maakt van Polen een verscheurd en gepolariseerd land. Links schreeuwt moord en brand nu er aan haar macht getornd wordt en vindt daarin een gewillig oor bij Europa (Tusk (PO), Timmermans (PvdA)) en de West-Europese media. Er is weinig oor voor de 52 procent van de kiezers die in 2015 PiS aan de macht brachten.


Links Polen en Europa hebben elkaar gevonden in het bestrijden van een gemeenschappelijke vijand. De door de Poolse bevolking gekozen regering.

zondag 5 februari 2017

Regering Trump start totale oorlog tegen radicale islam

                                                          
“I firmly believe that Radical Islam is a tribal cult, and must be crushed.”
Volgens een bericht in de New York Post is de regering Trump klaar voor een totale oorlog tegen de radicale islam. Daarbij gaat het niet alleen om het vernietigen van de terroristische islam, maar om een aanval op de radicale islam zoals die bijvoorbeeld door de ‘Islam Broederschap’ en landen als Saoedi-Arabië en Iran wordt nagestreefd.

“People need to recognize the strategic power of words and pictures,” Flynn writes. “Ideas, and the words that express them, are very much a part of war, but we have deliberately deprived ourselves of using them.”

Daarmee is de ‘verbale jihad’ als één van de strijdwijzen van de fundamentalistische islam beschreven. Het brede aanvalsplan voorziet daarom in een psychologische oorlogsvoering via het onderwijs, radio en televisie en via de sociale media. Het gaat om een volledig nieuwe aanpak die volgens Flynn een einde maakt aan het islamofiele beleid van de Obama-regering en een oplossing moet bieden voor het gebrek aan succes bij het bestrijden van de radicale islam van de laatste decennia.

“We can’t win this war by treating Radical Islamic terrorists as a handful of crazies and dealing with them as a policing issue,” he writes. “The political and theological underpinnings of their immoral actions have to be demolished.”

Het aanvalsplan is gebaseerd op een boek dat de huidige Adviseur Nationale Veiligheid, Michael Flynn, in 2016  publiceerde.

“The war against Radical Islamists must begin at home,” he writes. “Muslims want to apply Sharia law by using our own legal system to strengthen what many believe to be a violent religious law that has no place in the United States,” he writes, adding the government must stop implying Islamic and Western civilizations “are morally equivalent.”

Islam en Links
Eerder schreef ik een blog over de oorlog van de regering Trump tegen ‘links’. Daarin vroeg ik me af of er maatregelen waren te  verwachten tegen de fundamentalistische islam:

 In hoeverre de inreisbeperking voor inwoners uit een aantal islamitische landen die zich te weinig inspannen tegen het islamitisch terrorisme een voorbode is van meer maatregelen om de expansie van de fundamentalistische islam in eigen land af te stoppen, is nog niet echt duidelijk. Het is echter wel te verwachten. De islam in Amerika kan rekenen op de steun van links en van instituties waar het politieke correcte denken hoogtij viert. 

In de hele Westerse wereld is het ‘links’ dat waarschuwingen tegen de oprukkende islamisering belachelijk maakt met verwijten als xenofobie, islamofobie en zelfs ‘racisme’. Links schept als het ware de ruimte waarbinnen de islam op beschutte wijze kan oprukken. Het gaat eigenlijk nog wel wat verder dan dat. De islam kan de verdediging van haar plaats in de Westerse samenlevingen overlaten aan ‘links’ dat mensenrechten in de strijd gooit en islamcritici aanpakt en die voorziet van uiterst negatieve adjectieven.

Een psychologische oorlogsvoering tegen de fundamentalistische islam kan dan ook niet gevoerd worden zonder het blootleggen van de strategie waarmee de fundamentalistische islam ‘links’ voor haar karretje heeft weten te spannen.
De Trump-regering is al een oorlog tegen links en de daarmee samenhangende politieke correctheid begonnen. Als ze de fundamentalistische islam wil verslaan, zal ze eerst ‘links’ en haar instituties (media, universiteiten en politiek links)  in diskrediet dienen te brengen. Dat zal nog niet mee vallen. Links wordt steeds anarchistischer en heeft steeds meer de neiging om zich te onttrekken aan wetten en regels door saboterende acties tegen islamonvriendelijk beleid.


dinsdag 31 januari 2017

Regering Trump is oorlog begonnen tegen dominant links liberalisme

                                                               
Waar de media zelden aandacht aan besteden


Het is eigenlijk te zot voor woorden dat wie op zoek is naar nuchter of relativerend nieuws over Trump, tegenwoordig is aangewezen op Facebook.  De Nederlandse media lijken bevangen te zijn door een anti-Trump hysterie. Met toenemende lusteloosheid blader ik tegenwoordig door mijn ochtendkrant. De televisie laat ik al langere tijd voor wat het is. Als er één ding nog duidelijker is geworden, is het wel dat bij de Nederlandse media links de toon bepaalt. De Volkskrant opende vandaag met de aanslag op biddende mensen in een Moskee in Québec. Ja erg. Maar op facebook vond ik vanmorgen een overzicht over wat christenen in islamitische landen ondergaan en hoeveel kerken zijn vernietigd. De regering Trump heeft daar wel oog voor. Het is tekenend voor de eenzijdige berichtgeving als de islam in het geding is. In deze dagen klinken links en islam unisono over alles wat tegen de islam gericht lijkt te zijn. Dat is verontrustend.


 De verkiezing van Trump veroorzaakte een wereldwijde schokgolf. Tomeloze verontwaardiging overspoelde de mainstream media. Op de man spelen is daar overheersend geworden, in plaats van een zeldzaamheid. De arme lezer wordt overvoerd met doemscenario’s. Het is een voorspelbare reactie. De regering Trump stelt het linkse wereldbeeld op de tocht. Het is oorlog. Het is een revolutie tegen opgerekte verlichtingsdenken en naïvisme. Dat alles maar moet kunnen en mogen en je niet deugt als je je eigen overrompeld belang verdedigt, is de situatie die Trump en de zijnen willen aanpakken.

Trump is niets meer of minder dan een Amerikaans boegbeeld van een tegenbeweging die in de hele Westerse wereld zichtbaar is. De Oost-Europese Visegrad-landen waren de eersten die zich verzetten  tegen de opvatting dat alles maar moet kunnen en mogen en het eigen belang ondergeschikt moest worden gemaakt aan de belangen van anderen. In nagenoeg alle West-Europese landen groeiden sterke radicaal rechtse bewegingen als antwoord op de overmaat aan tolerantie en de uitverkoop van het eigen belang en de eigen identiteit. Trump moet in dit verband dan ook worden gezien als de keuze van een brede Amerikaanse volksbeweging die het gehad heeft met een opvatting van vrijheid die het eigen belang bedreigt.

Links is al in oorlog met Trump en de zijnen vanaf het moment dat Trump mee ging doen met de verkiezingen. Dat is begrijpelijk. Hij bedreigt niet alleen hun wereldbeeld, maar ook hun leefwereld. Links slaat hard terug en de mainstream media vormen hun wapen. Nooit eerder werd ook zo overduidelijk  waar de Nederlandse media voor staan. Diepte, achtergrond en een breed perspectief ontbreken.

De wrijvingshitte in de gepolariseerde Westelijke wereld zal het komend jaar nog wel wat verder oplopen. Het is nog niet velen opgevallen dat de regering Trump ook de strijd zal aanbinden met het van politieke correctheid vergeven onderwijs in Amerika. Uit zijn toespraak:
But for too many of our citizens, a different reality exists: mothers and children trapped in poverty in our inner cities; rusted out factories scattered like tombstones across the landscape of our nation; an education system flush with cash, but which leaves our young and beautiful students deprived of all knowledge; and the crime and the gangs and the drugs that have stolen too many lives and robbed our country of so much unrealized potential.

Het is te verwachten dat de Trump-regering, voor zover ze met onderwijsbudgetten invloed kan uitoefenen, die zal inzetten om de koers van het onderwijs bij te sturen en te ontdoen van de oppermachtige politieke correctheid.

In hoeverre de inreisbeperking voor inwoners uit een aantal islamitische landen die zich te weinig inspannen tegen het islamitisch terrorisme een voorbode is van meer maatregelen om de expansie van de fundamentalistische islam in eigen land af te stoppen, is nog niet echt duidelijk. Het is echter wel te verwachten. De islam in Amerika kan rekenen op de steun van links en van instituties waar het politieke correcte denken hoogtij viert. De ‘womans march’ die de dag na de inauguratie plaatsvond, was (mede-)georganiseerd door de islamitische activiste Linda Sarsour (derde van boven). Trump is niet de man om zoiets te vergeten. Los daarvan is de anti-islambeweging in Amerika sterker dan in Europa en dient Europa zelfs als afschrikwekkend voorbeeld.

Trump staat niet in zijn eentje. Het lijkt er op dat zijn regering is samengesteld uit mensen die een geschiedenis hebben in de zorg over het alomtegenwoordige links dat de agenda van zeker de laatste acht jaren heeft bepaald en weinig tot niets heeft ondernomen tegen wat de republikeinse stemmers als bedreigingen zien. Het is deze achterban, als die stand houdt, die de Trump-regering haar legitimiteit geeft.

Het zal een heet voorjaar en een hete zomer worden in Amerika. Het is de vraag of de Trump-regering het zonder de steun van de media zal redden om het linkse wereldbeeld voldoende te verdrijven. Ook Europa zal er niet aan ontkomen dat de polarisatie zich zal verdiepen.  
                                                                                                                                         

zondag 15 januari 2017

Halal en Kosher zijn als voedselvoorschriften volkomen achterhaald

                                                                   
    

Voedselvoorschriften zijn ontstaan in de periode van de mensheid waarin het nomadisch bestaan steeds vaker werd opgegeven voor het sedentair bestaan in nederzettingen dat door landbouw en veeteelt mogelijk werd gemaakt.

Nomaden hadden een cultuur ontwikkeld die hen zo goed mogelijk beschermde tegen de gevaren van de natuur. Bij de overgang naar sedentair bestaan volstond dat niet meer. Omdat grotere groepen met elkaar gingen samenleven ontstonden er nieuwe gevaren die het leven bedreigden. Dat gold met name voor overdraagbare ziekten die zich in een sedentaire samenleving via bacteriën en virussen gemakkelijker verspreidden en veel meer slachtoffers maakten.

De traagheid van een evolutionaire aanpassing bijvoorbeeld in de vorm van resistentie tegen bepaalde ziekten, dwong tot een culturele oplossing. Deze werd gevonden in voedingsvoorschriften waarvan men aannam dat ze door de vermijding van bepaalde soorten voedsel of door regels voor voedselbereiding, besmettelijke ziekten kon voorkomen. Hierdoor konden meer mensen overleven.

‘Onrein’ betekende eigenlijk ‘verdacht’.
Carel van Schaik en Kai Michel, respectievelijk biologisch antropoloog en historicus, schreven het “Oerboek van de mens“, waarin zij met de vinger op de teksten van vooral het Oude Testament de culturele revolutie volgen die het overgaan van nomadisch bestaan naar sedentair bestaan met zich meebracht. De ordening die religie in het samenleven aanbracht, kon alleen worden afgedwongen met behulp van een externe monotheïstische God. Méér goden zou maar tot wanorde leiden.
In hun boek noemen zij de voedselverboden en voedselgeboden een vorm van protogeneeskunde die effectief was omdat potentieel infectueuze situaties onderkend werden. De in de Thora opgeslagen spijswetten werden later op een vereenvoudigde manier overgenomen in de Koran. Ook de nadruk op het monogame huwelijk die beide religies kennen hielp mee bij het beperken van de verspreiding van ziekteverwekkers door geslachtsverkeer. De sterke afkeer van varkensvlees was onder meer gebaseerd op het feit dat een varken zich met ‘afschuwelijke’ dingen voedt. Het maken van wijn paste niet in het nomadisch bestaan maar werd bij het sedentair bestaan wel mogelijk. Het drinken van alcohol leidde tot wanordelijkheden waar orde juist noodzakelijk werd geacht en werd daarom verboden.

Ritualisering en disciplinering
Behalve het vermijden van bepaalde diersoorten en de geboden tot het zorgvuldig omgaan met soorten voedsel, waren er ook bepalingen voor de slacht. Het zorgvuldig laten uitbloeden van geslachte dieren hield verband met het niet volledig vertrouwen van het bloed. Daarnaast bestond nog de meer religieuze overweging dat bloed gezien werd als de verblijfplaats van het leven en in feite alleen god toebehoorde.

Naast de protogeneeskundige bedoelingen van de voedselvoorschriften ontstond ook ritualisering om te benadrukken dat de voorschriften van god kwamen en overtreding als zondig werd gezien. De ritualisering bestendigde de voedselvoorschriften tot in de huidige tijd waarin door de moderne geneeskunde eigenlijk geen behoefte meer is aan die voorschriften. Van Schaik en Michel wijzen er ook op dat van de voorschriften een disciplinerende werking uitging en als een gehoorzaamheidstest voor gelovigen werkte. In dit verband verwijzen ze naar het uit de evolutiebiologie afkomstige begrip ‘costly signal’. Door afstand te doen van op zich smakelijke vis- en vleessoorten kon de gelovige bewijzen dat hij offers kon brengen als bewijs dat hij de religie heel serieus nam. Het is een signaal aan andere gelovigen dat een onderdeel is geworden van de sociale controle om afwijking tegen te gaan.

Je onderscheiden door het ‘anders’ zijn
Ritualisering en disciplinering hebben ook geleid tot het benadrukken van het ‘anders zijn’. Dit geldt met name voor situaties waarin orthodoxe joden en moslims onderdeel van een samenleving waarin ze niet dominant zijn. Door het ‘anders’ zijn te benadrukken worden niet- en andersgelovigen in de ontmoeting met orthodoxe gelovigen min of meer gedwongen rekening te houden met de eisen die het ‘anders’ zijn stelt. Op die wijze dragen orthodox gelovigen hun religie uit en geven tevens blijk van hun gedisciplineerdheid die hen aan een bepaalde religie bindt. Je kunt geen doos bonbons meenemen naar een bevriend moslims echtpaar zonder eerst te controleren of de inhoud ‘halal’ is. Op scholen valt bij verjaardagen bijna niet te trakteren omdat de traktatie onderzocht wordt op verboden stoffen als bijvoorbeeld gelatine. Het ‘anders’ zijn kan zo benut worden om in allerlei situaties dominantie te verwerven vanuit de eis dat het ‘anders’ zijn gerespecteerd wordt.

Religieuze voedingsvoorschriften als anachronisme
De voedingsvoorschriften waar orthodoxe joden en moslims zich aan houden zijn gezien hun ontstaansgrond als protogeneeskunde volstrekt achterhaald. Het huidige voedselaanbod is veiliger dan ooit eerder. De ontstaansgrond van de voedselvoorschriften is niet meer bekend onder gelovigen. Het voortbestaan van de voorschriften dient enkel nog de disciplinering en het benadrukken van het ‘anders’ zijn.