dinsdag 27 oktober 2015

De Europese godsdienstvrede en de islam

                                                                        


Het begin van de Europese godsdienstvrede kan nauwkeurig worden bepaald. Het was een reactie op de Unie van Atrecht (6 januari 1578) waarin de Spaanse landvoogd met de Zuidelijke Nederlanden overeenkwam dat de katholieke godsdienst de enige godsdienst was en dat iedere andere godsdienst verboden was.  In de Noordelijke Nederlanden was de reformatie al op gang gekomen. Eerder waren de Nederlandse gewesten in de Pacificatie van Gent al overeengekomen om een oplossing te zoeken voor het naast elkaar bestaan van religies en werden de wetten op ketterij afgeschaft.
De Noordelijke Nederlandse gewesten voelden zich geschoffeerd door de ‘Unie van Atrecht’ (1578) en reageerden met de ‘Unie van Utrecht’ die op 29 januari 1579 in de Dom van Utrecht werd ondertekend. Aanvankelijk ondertekenden enkel de gewesten Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre en de Groningse Ommelanden de Unie van Utrecht. In de loop van 1579 sloten ook het gewest Overijssel, Landschap Drenthe en Heerlijkheid Friesland en de steden Antwerpen, Breda, Brugge, Brussel, Doornik en Valencijn, Groningen, Ieper, Lier en Venlo zich bij de Unie aan. De voor godsdienstvrede belangrijke bepaling luidde: “persoonlijke vrijheid van godsdienst in Holland en Zeeland; in andere steden en gewesten vrijheid om eigen beleid op het gebied van godsdienst te voeren”.

29 januari 1579 was een begin
Je zou kunnen zeggen dat de Noord-Nederlandse poldermentaliteit en de beginnende Verlichting de ouders waren van de godsdienstvrijheid. De poldermentaliteit zorgde voor nieuwe eenheid in verscheidenheid en de aanstormende verlichting verbrak het primaat van religie over wereldse zaken. Toch zou het nog tot 1795 duren voor de logische consequentie van de vrijheid van godsdienst onder invloed van de Franse revolutie er in de vorm van een officiële scheiding van kerk en staat tot stand kwam.
De ‘Unie van Utrecht’ was een mosterdzaadje voor de godsdienstvrede dat behoedzaam gekoesterd en traag zijn weg vond naar het gehele Europese continent en per land uiteindelijk  in wetten werd vastgelegd. Godsdienstvrijheid betekende dat iedere religie bestaansrecht had en dat ieder individu het recht had om zijn eigen godsdienst te kiezen of te verlaten. De dominantie van één enkele godsdienst was daarmee verbroken.  Nederland kreeg nog wel te maken met een staatsgodsdienst die andere religies tolereerde, maar bij de nieuwe grondwet van Thorbecke in 1848 werden alle religies gelijk gesteld en kon iedereen beroep doen op de grondwet.

Polderende religies in Nederland
Ook religies moesten wennen aan het idee van godsdienstvrijheid en het heeft lang geduurd voordat er zich een verstandhouding ontwikkelde die afspraken mogelijk maakten. Nog steeds zijn er protestantse dominees te vinden die hel en verdoemenis preken over ‘paapse toestanden’.  Ondertussen hadden de wat meer praktisch ingestelden al lang afspraken gemaakt over netelige kwesties. Bijvoorbeeld over gemengde huwelijken die op familieniveau tot ernstige problemen konden leiden. De praktische onderlinge afspraak tussen religies was dat in een gemengd huwelijk de kinderen zouden worden opgevoed in de religie van de vrouw. Binnenlandse missie om gelovigen van andere religies te verleiden om tot de eigen religie toe te treden werd als ongewenste concurrentie gezien. Inmiddels zijn we al weer veel verder. De Oecumene brengt religies steeds dichter bij elkaar in een sfeer waarin wat verbindt belangrijker is dan wat scheidt. Vrede op zijn best.

En nu de islam nog
De islam is er in haar periode van ‘splendid isolation’ in geslaagd om de Europese ontwikkelingen buiten de deur te houden. Ze treedt nu Europa binnen vanuit een geheel andere geschiedenis en als gevolg daarvan ook totaal andere opvattingen. De islam past niet in de Europese godsdienstvrede. Ze doet wel beroep op de zwaarbevochten ‘vrijheid van godsdienst’ om haar eigen onveranderde religie een plaats tussen de Europese religies te geven. Zonder bereid te zijn tot ook maar enige aanpassing van de eigen religie staat de islam in Europa op het standpunt dat ze andere religies respecteert, maar niet deel wenst te nemen aan de in Europa geldende godsdienstvrede. Er is ook niets wat haar dwingt dat wel te doen. De islam is geen voorstander van de scheiding van kerk en staat. Ze zou een Europese godsdienst kunnen zijn als ze dat wel was en afzag van binnenlandse missie, als ze bij gemengde huwelijken toestaat dat de daaruit voortkomende kinderen in de religie van de vrouw worden opgevoed, ze zou andere religies als volkomen gelijkwaardig zien en haar gelovigen toestaan om uit de islam te treden of naar een andere religie over te gaan.

Aan Oecumene doet de islam niet. In het handboek voor Europese islamisten ( Westerse moslims en de toekomst van de islam) schrijft Tariq Ramadan dat moslims wel deel kunnen nemen aan interreligieuze gesprekken maar dat ze daarin de eigen waarheid moeten uitdragen en naar respect voor en aanvaarding van hun standpunt moeten zoeken (pagina 261-266). Elders in het boek roept hij op om de Westerse waarden en normen te vervangen door islamitische waarden en normen omdat het Westerse systeem ‘haram’ is (bijvoorbeeld pagina 255). De islam heeft haar eigen mosterdzaadje in Europa geplant en laat er geen misverstand over bestaan dat ze dat stevig wil laten groeien.

Godsdienstoorlog op komst?
Bassam Tibi, de in Nederland nog weinig bekende schrijver over de politiek van de islam, komt na zijn analyses tot een belangrijke vraag: wordt Europa islamitisch of de islam Europees?  Hij beantwoordt de vraag niet. Dat kan ook niet. Niemand weet hoe het af zal lopen. Ik ben minder voorzichtig. Mijn stelling is dat als er niets verandert Europa gaandeweg islamitisch zal worden. Ik baseer dat op de waarneming dat overal waar de islam in de geschiedenis voet aan de grond heeft gekregen de cultuur werd geïslamiseerd en daarmee de machtsverhoudingen. Het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn op dit ogenblik het toneel van godsdienstoorlogen. Terwijl Saoedi-Arabië de strenge salafistische  islam naar Europa exporteert, zijn de islamitische landen het toneel waar islamisten een theocratie willen installeren en dictators (als eerder Sadam Hussein) die dat trachten te voorkomen. Met de komst van islamitische migranten en vluchtelingen komt ook een deel van de spanningen uit dat gebied binnen. Daarnaast komt echter ook de banier binnen waaronder alle moslims, ondanks hun tegenstellingen, zich scharen binnen: een religie die de wil heeft om te domineren. In Nederland is de appreciatie van de islam na 9/11 en de opkomst van de korangetrouwe IS niet groot meer. Ook het vertrouwen in moslims die zich distantiëren onder het motto ‘niet mijn islam’,  genieten weinig vertrouwen. Regelmatige peilingen die uitwijzen dat onder de Europese moslims de aanhang  voor IS onverwacht groot is, dragen daar aan bij.
De spanningen tussen moslims en de Europese bevolking zal in de toekomst alleen maar blijven toenemen. De integratie wordt tegengewerkt door de islam,  door de thuislanden en door de sociale controle die moslims op het gewenste spoor houdt. Moslims worden gestimuleerd andere dan economische deelname aan de samenleving te vermijden.  Op de lange duur kunnen de spanningen zo groot worden dat de bestaande tegenstellingen volledig aan het licht treden. Dat zal het moment kunnen zijn waarop de islam het ongeschreven verdrag (Ramadan: pagina 92) eenzijdig opzegt en een strijdende islam wordt zoals we die van elders kennen.
De tribale cultuur waaruit de islam voortkomt en die ze in zich opgenomen heeft maakt de islam sterker dan de Europese godsdiensten die weinig militante aanhangers kennen die bereid zijn om voor hun religie te vechten, laat staan de martelaarsdood te riskeren. Dit verschil verontrust de Europese bevolking. Europa kent geen tribalisme meer, al vanaf de veroveringen door Julius Cesar werd het tribalisme bestreden.  Kerk en adel hebben dat later voortgezet omdat de tribaal georganiseerde bevolking  geen ander gezag boven zich duldde.

Strijden voor Europese waarden en normen
Vroeg of laat zal Europa de strijd met de tribale islam moeten aangaan. Hoe eerder, hoe beter, want de strijd zal heviger worden naarmate die langer wordt uitgesteld. Een invalshoek is de rechten die de islam ontleent aan de vrijheid van godsdienst te ontnemen. Dat betreft onder meer de vrijheid om scholen te stichten, Moskeeën te bouwen en belastingaftrek voor giften aan islamitische instellingen.
Rechten ontlenen aan de vrijheid van godsdienst zou alleen toegankelijk mogen zijn voor religies die ten volle de normen en waarden waarop de vrijheid van godsdienst is gebaseerd onderschrijven en dat in de praktijk niet alleen met de mond belijden.
Bij deze invalshoek wordt de islam niet verboden, maar gezien haar leer uitgezonderd van de rechten waarop religies zich mogen beroepen. Pas als de islam in Europa zich hervormt en past binnen de Europese godsdienstvrede zouden die rechten haar weer kunnen worden toegekend.
Er is moed voor nodig om zo’n strijd aan te gaan. Het zou een strijd kunnen zijn die geïnitieerd wordt door de christelijke religies en door christelijke politieke partijen. Het zal geen eenzame strijd worden. Een groot deel van de bevolking zal zo’n strijd steunen en het is ook bepaald niet uit te sluiten dat een relevant deel van de moslims die strijd zal steunen omdat ze in vrede willen leven en met rust wil worden gelaten door de militante islam.
De godsdienstvrede heeft in Europa rust en vrede gebracht en godsdienstoorlogen uitgebannen. Het zou niet moeten rusten voordat ook de islam inziet dat dit in het belang is van moslims voor wie de islam thans nog een belemmering vormt om volledig geaccepteerd te worden.


Update
In België worden de hervormers tegengewerkt door hun orthodoxe moslim broeders
http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2551189





dinsdag 22 september 2015

Het Poolse geheugen en moslimvluchtelingen



Het Poolse geheugen en moslimvluchtelingen

Mijn Poolse vrienden en kennissen houden me al jaren voor dat West-Europa van lotje getikt moet zijn vanwege het toelaten van grote aantallen moslimse migranten en vluchtelingen. Ze willen er zelf van verschoond blijven. De gang van zaken in West-Europa noemen ze: 'Muselmania'.

De Ottomanen

In de loop van de geschiedenis heeft Polen lange tijd een unie gevormd met Litouwen en Oekraïne. De Ottomaanse legers hebben talloze malen Europa binnen willen vallen via Oekraïne, maar de gecombineerde legers zijn altijd in staat geweest om ze tegen te houden. Dat lukte de Ottomanen wel via de Balkan waar de Oostenrijkse-Hongaarse Monarchie de politieagent was. Bij het beleg van Wenen (1683) werden de Polen te hulp  geroepen omdat ze als geen ander wisten hoe ze de Ottomaanse legers moesten bestrijden. De Polen kwamen op het allerlaatste nippertje, maar toen hun beruchte cavalerie zich op het Ottomaanse leger stortte, vluchtte dat in paniek met achterlating van nagenoeg hun hele uitrusting. Een deel van de rijke buit heb ik kunnen zien in het kasteel Kórnik, dat vlak bij Poznan staat. Polen zijn trots op dit deel van hun (Europese) geschiedenis.
Vooral het zuiden van Oekraïne heeft in de geschiedenis veel geleden onder Ottomaanse raids die gericht waren op het veroveren van buit en het maken van slaven. De verhouding met de Ottomanen vormt een deel van het nationaal geheugen in Polen dat gezien zijn ligging hele andere referenties kent dan welke gebruikelijk zijn voor West-Europa. 

De joden

Aan het einde van de zestiende eeuw en het begin van de zeventiende eeuw was het uitgestrekte Groot-Polen een vluchtelingenland bij uitstek voor joden uit het Oosten en christelijke vluchtelingen uit het Westen. In die tijd vormden katholieken de grootste minderheid in een multireligieus en tolerant Polen.  De grote aantallen joden vormden op den duur een steeds groter wordend probleem omdat ze niet integreerden en steeds meer eisen gingen stellen. Deze problemen werden met name manifest nadat als gevolg van de Russische progroms in 1905 honderdduizenden joden hun toevlucht in Polen zochten. Joden domineerden de handel en in het agrarische Polen bepaalden ze de aankoop- en verkoopprijzen. Ook dat vormt een deel van het nationale Poolse geheugen. Een vluchtelingengroep die welkom werd geheten maar die nooit integreerde en zich uitsluitend om het  eigen belang bekommerde. Het beeld van de joden werd in Polen nog versterkt doordat de communistische geheime diensten vanaf 1945 vooral uit Russische joden bestonden. Rusland trok die in 1956 noodgedwongen terug omdat ze het communisme in Polen uiterst impopulair maakten. Polen ziet joden niet alleen als slachtoffers van de holocaust, maar ook als daders in de geschiedenis van Polen.

De Jezuïeten

Het Vaticaan ging zich om Polen bekommeren en zond een leger van Jezuïeten om Polen voor het katholicisme te behouden. Het werd een geslaagde operatie omdat de Jezuïeten stap voor stap het verkommerde onderwijs overnamen en de kaders trainden die richting konden geven aan de politieke ontwikkelingen in Polen. Tegenwoordig is Polen nagenoeg volledig katholiek en zijn de sporen van de Jezuïeten nog overal terug te vinden in de vorm van barokke toevoegingen aan het interieur en exterieur van bestaande kerken. 
Nu zich in Europa nieuwe omvangrijke vluchtelingenproblemen voordoen wenst een meerderheid van de Poolse bevolking daarvan verschoond te blijven. Voor een land dat economisch nog in opbouw is, een hoge werkeloosheid kent en zo haar eigen herinneringen heeft, is dat voorstelbaar. Een voorbode daarvan was te zien toen een paar jaar geleden de Poolse bevolking te hoop liep nadat de regering Saoediërs toestemming gaven voor de bouw van een representatieve moskee in 
Warschau, terwijl daar nauwelijks moslims wonen. 

Europa dwingt Polen om vluchtelingen op te nemen

Toch heeft de Poolse regering vandaag, 22 september 2015, schoorvoetend ingestemd met de opname van een beperkt aantal vluchtelingen. In Polen wijt men dat aan de Poolse ex-premier Donald Tusk die thans voorzitter van de Raad van Europa is. De man zou gezichtsverlies lijden als Polen niet meedoet. Polen heeft door zijn recente geschiedenis niet te maken gehad met de instroom van mediterrane arbeidsmigranten en is geen toevluchtsoord geworden voor asielzoekers.
Polen (8 keer zo groot dan Nederland en met een bevolking van plm 32 miljoen) heeft 9287 vluchtelingen toegewezen gekregen (Nederland 7214) en weet nog niet of ze dat hele quotum zal accepteren. Polen heeft wel al veel Oekraïense vluchtelingen. Die hebben geen hoge verwachtingen. Moslimse vluchtelingen hebben dat wel en ik vermoed dat ze weinig trek zullen hebben om naar Polen, waar ze nauwelijks welkom zijn, af te reizen. De Poolse sociale voorzieningen blijven ver achter bij die van West-Europa. Ik verwacht dan ook dat een groot deel van de vluchtelingen die in Polen terecht komt naar West-Europa zal verhuizen, zodra ze over een verblijfsstatus beschikken.

De moraal van het verhaal 

Er zitten wel wat lessen in dit verhaal. Zoals het Vaticaan Polen veroverde via het onderwijs, zou je kunnen zeggen dat moslims dat vooral doen via beïnvloeding van politieke besluitvorming, via de politiek correcte media, via eenzijdig propaganda en slachtofferschap, via publieke afwijzing van alles wat ze als moslims stoort en via intimidatie. Een eisende partij zoals de gevluchte joden dat ooit in Polen waren.

Polen heeft geen goede herinneringen aan de uitkomsten van de tolerantie die het land ooit kenmerkte. Hoewel Poetin in Polen de meest gehate man ter wereld is, verwijst men hier toch graag naar zijn harde hand als het om moslims gaat. Polen willen dan ook dat Europa harder wordt. Het kan rekenen op andere Oost-Europese landen als Roemenië, Hongarije, Tsjechië en Slowakije en in de toekomst wellicht op andere landen zoals Denemarken.

maandag 30 maart 2015

Over islamisme en haar tactieken en het verraad van regeressief links - interview met Maajid Nawaz

Overgenomen van Jalta.nl


Over islamisme, de noodzaak van her-menselijken en het verraad van regressief links: een interview met Maajid Nawaz

De beveiliging voor Maajid Nawaz, afgelopen zaterdag in de Rode Hoed, is bepaald indrukwekkend te noemen. Agenten in elke hoek van de zaal, bodyguards uit Engeland, paspoortcontrole – en dat is alleen nog het zichtbare deel. Later, in het hotel waar hij logeert onder een schuilnaam, is de beveiliging subtieler maar niet minder grondig. Het is duidelijk dat je niet zomaar uit de allerhoogste kaders van Hizb ut-Tahrir kunt stappen om actie te gaan voeren tegen het islamisme, zonder daar een prijs voor te betalen.
En dat is precies wat Maajid Nawaz, in Nederland voor deSocrateslezing van het Humanistich Verbond, heeft gedaan. Het was een lange weg voor de Britse Nawaz (1978), geboren en getogen in Southend, Essex. Als tiener en B-Boy was hij eigenlijk alleen geïnteresseerd in de hiphopscène. Maar onder invloed van vechtpartijen met de plaatselijke skinheads, beelden van de oorlog in Bosnië en charismatische recruiters sloot hij zich op zijn zestiende aan bij Hizb ut-Tahrir (HT). Hij ontpopte zich tot een uitzonderlijk begaafde recruiter en strateeg, en klom razendsnel op in de organisatie.
Zo regiseerde hij een complete overname door islamisten van Newham College. Vervolgens werd hij naar Kopenhagen gestuurd om de plaatselijke afdeling van Hizb van de grond te tillen. Daarna vertrok Nawaz naar Pakistan – een land waar HT voorheen geen enkele invloed had weten te krijgen. De Taliban hadden Pakistan altijd als een bevriend islamitisch land beschouwd, en lieten het met rust. Nawaz zorgde er eigenhandig voor, in onderhandelingen met de Taliban, dat Pakistan werd bestempeld tot Dar-al Harb – oorlogsgebied. Sindsdien is, zoals bekend, de ellende er niet te overzien.
Hij had vergelijkbare plannen voor Egypte toen hij daar in 2001 arriveerde. Maar hij werd gearresteerd, gemarteld en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. In de Mazra Tora gevangenis werd hij geadopteerd door Amnesty als politieke gevangene – iets dat hem zo raakte, dat hij zijn politieke overtuigingen in twijfel ging trekken. Zo kon het gebeuren dat hij na zijn vrijlating, als gedoodverfde nieuwe leider van Hizb, de organisatie verliet. In plaats daarvan richtte hij deQuilliam Foundation op, eencounter-extremism denktank gestoeld op democratische, seculiere en liberale waarden. Ook heeft Nawaz zich kandidaat gesteld voor de Britse parlementsverkiezingen voor de Liberal Democrats.
Socrateslezing5
Maar Maajid Nawaz heeft ervoor gezorgd dat hij nooit zal vergeten welke weg hij heeft afgelegd: vorig jaar liet hij zijn gevangenisnummer in Mazra Tora, 42, als tatoeage zetten. Nawaz beweegt zijn arm over zijn schouder: “Hier zit ’ie, op m’n rug. Het is heel makkelijk om je te laten meeslepen door het heden, niet verder te kijken dan het punt waar je op dit moment bent, en denken dat dat succes is. Ik wil er voortdurend aan herinnerd worden waar ik geweest ben en waar ik vandaan kom. Want als ik vergeet om empathie te voelen voor mensen die nog steeds in dezelfde positie verkeren als ik toen, dan heb ik gefaald. Het is de sleutel tot de oplossing, om empathie te hebben voor zo’n wezenlijk andere zienswijze en te proberen mensen daar vanaf te helpen. Daarom heb ik ook een open brief geschreven aan IS-strijders. Die was niet bedoeld voor de rest van de wereld, maarto humanise them to themselves.  Ik weet dat ze die brief hebben gezien.”
“Extremisten beginnen namelijk, voordat ze de rest van de wereld gaan ontmenselijken, met het ontmenselijken van zichzelf. Het begint met een identiteitscrisis en zelfhaat. Dat is ook precies de reden dat het proces van radicalisering altijd begint met de deconstructie van alle Westerse liberale ideeën die een persoon heeft. Die ideeën worden totaal afgebroken, en in plaats daarvan construeren de recruiters een compleet nieuw paradigma in die persoon. Dat is een bewuste strategie,” legt Nawaz uit.
“Die zelfhaat kan trouwens een heleboel verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld een ontzettend zwart-wit idee van wat religie is. Als je oprecht gelooft in het concept van een eeuwig brandend hellevuur, dan zal dat je dagelijks kwellen voor de kleinste ‘overtredingen’. Te lang naar een vrouw kijken is al genoeg. Probeer je eens voor te stellen wat dat, dag in dag uit, doet met iemands gemoedstoestand. Dat kan aanleiding zijn voor een behoorlijke dosis zelfhaat. En alles wat je onderdrukt komt er in een extremere versie weer uit. Die voortdurende repressie, in een islamistische context, is onderdeel van het dehumaniseren – je staat jezelf niet toe om menselijk te zijn en menselijke fouten te maken, en vervolgens ga je dat ook van anderen eisen. Maar vergis je niet,” waarschuwt Nawaz, “ze zijn niet gek. We kunnen dit niet afdoen als ‘geestelijk gestoord’, want dat zijn ze niet. Psychologische aspecten spelen mee, maar zijn niet de oorzaak op zich.” Net zoals in zijn eigen geval meerdere factoren bijdroegen aan zijn radicalisering (een identiteitscrisis, racisme, oorlog in Bosnië, sluwe recruiters, de islamistische ideologie) zo moet ook de oplossing worden gezocht in een combinatie van invloeden, stelt Nawaz.
Hoe kunnen we ze dan weer re-humaniseren, her-menselijken? Wij hebben in Nederland inmiddels aardig wat teruggekeerde Syriëgangers, maar de regering lijkt geen flauw idee te hebben wat ze ermee aanmoet. De verantwoordelijke gemeenten bieden ex-jihadi’s een huis, baan en hulp met schulden, maar van een deradicaliseringstraject of structureel beleid lijkt geen sprake te zijn. En, zoals Ayaan Hirsi Ali in een recent interview benadrukt, zien islamisten die materiële zaken juist als moreel corrupt: “The West has no soul, it’s just materialistic.” Ze vervolgt: “And it’s never occurred to us to actually confront them with the superiority of our ideas and our institutions and our freedoms.” Wat voor zin heeft het om ex-jihadi’s dingen aan te bieden?
Nawaz: “Geen zin, daar ben ik het volledig mee eens. Sprekend vanuit mijn eigen ervaring zijn er twee verschillende soorten reacties nodig, op micro-niveau en op macro-niveau. Die twee staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Enerzijds moet je publiekelijk de daden van IS en de islamistische ideologie ten strengste veroordelen, zodat extremistisch gedachtengoed net zo besmet raakt als racisme. Maar op microniveau moet je persoonlijke relaties cultiveren met islamisten om hun ideeën ter discussie te kunnen stellen. De regering moet investeren in programma’s met mentors die zijn getraind in niet alleen de psychologische aspecten maar vooral ook de intellectuele argumenten. Het hoeven beslist geen theologen te zijn maar ze moeten zich wel bewust zijn van de religieus-politieke dimensies. Een voorbeeld: basiskennis van het feit dat Sunni islam nooit een clerus had, is een geweldig retorisch middel om islamisten in te wrijven dat zij zélf verwesterd zijn. Dat zit zo: het islamisme is een poging om een clerus te creëren en daarmee officiële versie van de islam af te dwingen binnen de context van een natiestaat. Maar die ideeën – clerus en natiestaat – zijn directe producten van het Westen.”
Nawaz kreeg vergelijkbare inzichten, zoals hij beschrijft in zijn autobiografie Radical: “Rather than justice – in the sense of legal consistency – being derived from Islamism, Islamism relied on Western concepts of justice to get off the ground. I buried my head in my hands as I slowly realised… we Islamists were the bastard children of colonialism.” Het ontkoppelen van rechtvaardigheid en islamisme, zegt hij, was cruciaal voor zijn eigen deradicaliseringsproces.
“Je moet die mentors dus trainen zodat ze dit soort gesprekken heel zelfverzekerd kunnen aangaan,” vervolgt Nawaz, “en een een-op-een relatie ontwikkelen. Er zijn genoeg ex-moslims, liberale moslims of niet-moslims die heel goed bekend zijn met de argumenten. En deze aanpak moet geïnstitutionaliseerd worden. Alleen zo kan het beklijven.” Over Van Aartsen’s beoogde samenwerking met salafi’s in Den Haag zegt hij: “Een religieuze interventie kan een rol spelen, maar het is niet genoeg. Je moet islamisten op z’n minst ook confronteren met politiek, filosofie, een flinke dosis mensenrechten, liberale waarden. En op dat gebied zijn salafi’s niet bepaald een lichtend voorbeeld. Salafi’s kunnen nooit het eindstation zijn van zo’n preventiestrategie. The end result needs to be liberal.
“Ook moet je er terdege voor waken dat je niet gaat voorschrijven wat ‘slechte’ en wat ‘goede’ religie is. Het is geen goed idee als de staat zich gaat bemoeien met religie. Dan verspeel je om te beginnen al je seculiere positie. Maar het contextualiseren van religie, kijken naar de politieke evolutie van de natiestaat, zaken in een historische kader plaatsen – dát is een seculiere benadering. Je kunt dit op een seculiere manier doen.”
Is iedereen wel te rehabiliteren? Wat moeten we met de extreem gewelddadige gevallen? “Dat is het Hannibal Lecter-scenario,” verzucht Nawaz, “het absolute kwaad, reddeloos verloren. Mensen die de wet hebben overtreden, moeten veroordeeld worden en gestraft. Maar ondertussen moeten we doorgaan met mentors, educatie, re-humanisering in de gevangenis. Als het werkt, werkt het. Zo niet… Ik ben er geen voorstander van ze het staatsburgerschap te ontnemen; we kunnen ons eigen gifafval niet dumpen in de rest van de wereld. Dat is gebeurd na Afghanistan: Saudi-Arabië deed het, en het uiteindelijke resultaat daarvan was IS. Als we nu 3000 Europeanen uitstoten, worden dat er exponentieel meer omdat ze gaan reizen en hun ideologie verspreiden. Of ze kopen gewoon een vals paspoort. We moeten ze terugbrengen en vervolgen. Want het komt toch weer bij ons terug.”
Preventie is een stuk makkelijker dan deradicalisering. Maar hoe maak je een cultuur gebaseerd op liberale en democratische waarden en mensenrechten aantrekkelijker voor jonge mensen dan het islamistische alternatief? Nawaz beschrijft tenslotte in zijn boek hoe hij zelf werd meegesleept door het onrecht van de oorlog in Bosnië – een heroisch, gewelddadig conflict in het buitenland. Is zulke romantiek niet makkelijker te verkopen dan democratische idealen? Zoals hij zelf schrijft: “Being a young democrat, by contrast, wasn’t trendy.
Dit is precies de reden dat Nawaz pleit voor een liberale grassroots tegenbeweging die de seculiere, democratische droom belichaamt, en daarvoor dezelfde factoren inzet die het islamisme zo succesvol hebben gemaakt. Hij onderscheidt er vijf: de ideeën, los daarvan het ‘verhaal’ waarin je die ideeën giet, leiders, voorbeeldfiguren of helden om tegen op te kijken, duidelijke symbolen, en als laatste de visie, droom of het uiteindelijke doel van de beweging. Voorbeelden hiervan zijn ook te vinden op de website van de Quilliam Foundation, zoals een Indiegogo campagne voor het creëren van videomateriaal, Countering Extremism Together.
Nawaz ontwikkelde dit idee allereerst voor Pakistan, waar hijKhudi oprichtte, een jongerenbeweging die extremisme tegengaat door democratisch debat.  “Democratisch gekozen regeringen in Pakistan hebben steeds meer reactionaire, middeleeuwse wetgeving doorgedrukt,” legt Nawaz uit, “simpel en alleen omdat ze stemmen willen, en die stemmen kregen ze via de machtige conservatieve en islamistische lobbies. Dat is civic intimidation. Om dat te keren, moeten we een grote groep mensen zien te verzamelen die achter een nieuw, liberaal sociaal contract staan, een grassroots mensenrechtenbeweging. Ik wilde een nieuwe, democratische civic challenge creëren die stemmen oplevert. Er is namelijk maar een ding waar politici bang voor zijn, en dat is stemmen verliezen. Zolang het gedogen van islamisme stemmen oplevert, zullen politici het blijven doen. Precies hetzelfde gebeurt hier.”
Nawaz beschrijft in zijn boek hoe HT dat manipuleerde in Groot-Brittannië: “We knowingly presented political demands disguised as religion and multiculturalism, and deliberately labelled any objection to our demands as racism and bigotry.” En nog vernietigender, “I watched as our ideology gained acceptance and we were granted airtime as Muslim political commentators. I watched as we were ignorantly pandered to by well-meaning liberals and ideologically driven leftists; how we islamists laughed at their naivety.
Hoe doelbewust trekken moslimorganisaties die racisme- en islamofobiekaart uit politieke motieven? Nawaz: “Wij, de leiding, deden dat absoluut met voorbedachten rade. De lagere rangen geloofden er misschien zelf in, maar wij gingen dus letterlijk bij elkaar zitten om de argumenten te construeren die we zouden verspreiden via onze netwerken, en we zetten die heel weloverwogen in voor onze politieke doelen. Wat Europa nog niet doorheeft, is dat we middenin een ideologische strijd zitten. We zien iemand die al dan niet oprecht klaagt over racisme, maar wat we niet zien, is wat daarachter staat: een gecoördineerde, eensgezinde, ideologische inspanning om het sociale contract in Europa te herzien.There’s a concerted ideological effort to renegotiate the social contract in Europe. We hebben dat nog helemaal niet erkend als een feit. En het is een feit. Dat weet ik, want ik was een van de architecten ervan.”
“We hadden letterlijk vergaderingen over welke spin we zouden geven aan het laatste nieuws, zodat de islamistische ideologie weer een klein stapje verder kwam in het islamiseren van de samenleving. Wat het nieuws ook was. Als het Westen ergens een land binnenviel, dan zeiden wij: kijk, er is een oorlog gaande tegen islam en tegen moslims. Als het Westen ergens níet wilde interveniëren, dan zeiden wij: zie je wel, moslimlevens tellen niet. It’s a lose-lose scenario. Het probleem is dat er nog geen herkenbaar, coherent alternatief verhaal is dat we hiertegenover kunnen plaatsen, een counter-narrative.”
Net als in Groot-Brittannië zien we ook in Nederland dat politici en opiniemakers tegemoet komen aan de eisen van islamisten omdat ze bang zijn voor beschuldigingen van racisme of intolerantie. Wat zou Nawaz willen zeggen tegen zulke mensen? “Ik zou die mensen willen vragen om mijn artikel On Blasphemy [pdf] te lezen. Dat vat het allemaal samen, in niet mis te verstane termen, helder, direct. Ik heb het geschreven vlak na decartoonaffaire waarbij ik betrokken raakte, want ik voelde me enorm door ze verraden. Als je je echt zo druk maakt over minderheden, prima. Zoek dan naar de feministische moslims, de ex-moslims, de homoseksuele moslims, de progressieve moslims, de inconvenient minorities within minorities. Díe hebben jullie hulp nodig, jullie stem, jullie solidariteit.”
Nogal wat mensen op links – Nawaz bedacht de fraaie term “regressief links” – lijken pluralisme te verwarren met cultureel relativisme. “Het hele idee van groepsbelangen, de samenleving zien in termen vanidentity politics, is per definitieilliberal – onliberaal en onvrijzinnig. En sinds wanneer,” roept Nawaz uit, “zijn progressieve activisten eigenlijk cultuurrelativisten? Was socialisme niet bedoeld als iets universeels? Raar toch? Ben je links, dan wordt je geacht te geloven in het internationale proletariaat. Je hebt een waardenstelsel dat van toepassing is op de internationale werkende klasse, en je probleem is de bourgeoisie. Relativisme hoort niet thuis in het klassieke socialisme, it doesn’t make sense. Ze zagen de maatschappij in economische termen. Een onderscheid naar culturele en etnische groepen is onliberaal. Het doet me denken aan een Columbus die in Amerika landt en tegen de indianen zegt, ‘take me to your chief’ – omdat ’ie er vanuit gaat dat ze niet voor zichzelf kunnen spreken. In een liberale democratie is iedereen een burger, en iedereen heeft een stem die ze kunnen laten horen via hun democratisch gekozen vertegenwoordigers. Niet via een zelfbenoemde ‘community leader’ die beweert namens de groep te spreken. Het is pure luiheid van politici dat ze zich afhankelijk maken van ‘community leaders’ in plaats van naar de hele gemeenschap te luisteren.”
In Radical beschrijft Nawaz de gevolgen van deze houding als “a colonial ‘poverty of expectation’, which inevitably leads to segregation, low aspirations, patronising expectations, and cultural glass-ceilings, practically stalling Muslim social mobility and progress across Europe.
Tijdens zijn lezing maakte Nawaz melding van CAGE, een van de Britse lobbygroepen die onder het mom van mensenrechten en politiek activisme een podium bieden voor islamisten. Nawaz noemt het fenomeen ‘entryism’: een ogenschijnlijk legitieme organisatie biedt islamisten een ingang zodat ze invloed kunnen uitoefenen op politiek, scholen, universiteiten en andere organisaties.
“De progressieven die zich laten intimideren en inbinden uit angst voor de racismekaart, zetten daarmee niet alleen de deur wagenwijd open voor entryism,” vertelt hij nu. “Ze hebben niet eens door dat het bestaat. En dat is gevaarlijk. Kijk naar een organisatie als CAGE, die jarenlang dé partner was van Amnesty International op het gebied van moslim-mensenrechten en de War on Terror. Wanneer zo’n organisatie dan uiteindelijk wordt ontmaskerd, zoals CAGE nu, moet je je eens voorstellen wat dat doet met het vertrouwen van de gemiddelde, goedwillende mensenrechtenactivist in de gemiddelde moslim. Want die moslims bleken wel degelijk een vijfde colonne. Het is ontzettend schadelijk voor de relaties tussen bevolkingsgroepen, en geeft voeding aan het idee dat je geen enkele moslim kunt vertrouwen. Het effect is precies dat wat links altijd wil bestrijden: meer onderling wantrouwen en een grotere kloof tussen bevolkingsgroepen.”
Nawaz blijkt overigens weinig te weten van de Nederlandse afdeling van Hizb ut-Tahrir, maar noemt wel zijn tijd in Kopenhagen en in Pakistan. Goedbeschouwd nogal indrukwekkend voor één man, de hoeveelheid schade die hij wereldwijd heeft aangericht. “Ja, maar ik ben dat nu aan het ontrafelen. I’d like to think I’m trying to repair some of that damage now.” Voordat hij naar Pakistan ging, kreeg Hizb er tenslotte geen voet aan de grond. “Nee.”
Nawaz lijkt zich terdege bewust van wat hij in zijn islamistische periode heeft aangericht. Is dat een van de redenen dat hij nu zo gemotiveerd is, fighting the good fight? “Ik geloof in het nemen van je verantwoordelijkheid,” antwoordt hij. “Het is niet goed genoeg om te zeggen, ik had het bij het verkeerde eind, en dan te verwachten dat iedereen je weer accepteert. That’s not fair on anyone. Dat is niet eerlijk tegenover mijzelf, om mee te beginnen. Dat zou verraad zijn aan mezelf. Wat mij motiveerde om lid te worden van Hizb was een gevoel van onrechtvaardigheid en een verlangen naar rechtvaardigheid. Als ik nu geloof dat de islamistische ideologie onderdeel is van die onrechtvaardigheid, en ik trouw wil blijven aan mijzelf, dan moet ik ermee doorgaan om ook tegen die vorm van onrechtvaardigheid te strijden.” Is het misschien zijn eigen persoonlijke jihad? Nawaz: “Dat is precies wat het is, mijn eigen persoonlijke jihad. En ik hou er niet van om op te geven.”

Integreren of 'gediscrimineerd' worden

                                                                     

‘Discriminatie’ en ‘racisme’ zijn de toverwoorden van in Nederland wonende allochtonen. Te pas en nog veel vaker te onpas, worden ze gebruikt om (vermeend) slachtofferschap aan te duiden en de autochtone bevolking in staat van beschuldiging te stellen. Niet zelden worden de termen ook gebruikt om het geweten te sussen bij allerlei soorten van fraude. Als ‘slachtoffer’ mag je wel wat terugpakken als je ‘gediscrimineerd’ wordt.

Discriminatie, laat staan racisme, is veel minder omvangrijk dan wel eens wordt beweerd en aangenomen. Discriminatie in de betekenis zoals veel allochtonen die gebruiken, bestond ook al toen er nog nauwelijks  allochtonen in Nederland verbleven. Als je uit een bepaalde buurt of dorp kwam, van een bepaalde familie was, een bepaalde religie had, je uiterlijk (vooral als vrouw) niet meehad, je slordig kleedde en er onverzorgd uitzag, kwam je onderaan op het lijstje van sollicitanten. Is het discriminatie als bepaalde voor- of afkeuren, eerdere ervaringen met een bepaald type sollicitant, risicoafwegingen en sfeerbewaking een bewuste of onbewuste rol spelen? Of is het gewoon alledaags gezond verstand dat wordt gebruikt om de beste keuze te maken.

Is het discriminatie als altijd dezelfde jongens of meisjes als laatste worden gekozen bij het samenstellen van een elftal of team? Als regel gaat het gewoon om de kwaliteit van een speler en dat kan hard zijn voor iemand die minder kwaliteiten heeft.

Discrimineert een werkgever die na eerdere vervelende ervaringen geen Marokkanen meer aanneemt? Strikt juridisch wellicht wel, maar in de praktijk van alledag doet hij niet anders dan risico’s uitsluiten en als ondernemer doet hij dat dagelijks en op tal van terreinen.

Voor allochtonen is het van belang om te begrijpen wanneer de ervaring van gediscrimineerd worden of gediscrimineerd voelen zich voordoet. Als je niet echt geïntegreerd bent (wanneer ben je geïntegreerd?), kom je niet boven aan de lijst. Vanuit de ervaring dat de meeste allochtonen niet echt geïntegreerd zijn, zal een werkgever of sollicitatieteam dat soms bijna automatisch doen. Let wel: de ervaringen zijn slecht. Dat gaat niet alleen over de beheersing van de Nederlandse taal. Het gaat ook om de andere cultuur. Je hebt niet dezelfde informatie, begrijpt sommige grapjes niet, je voelt je snel achtergesteld, je komt met eisen (een bidplek bijvoorbeeld) wat je collega’s overdreven vinden, of je wilt je hoofddoek blijven dragen terwijl je collega’s dat niet geweldig vinden.

Veel allochtonen hebben een als discriminatie ervaren bejegening in feite te danken aan de hardnekkigheid waarmee men aan eigen cultuur en taal vasthoudt. Dat recht wordt ze niet ontzegd, maar kan geen onderbouwing zijn voor de eis om op dezelfde manier te worden behandeld als een Nederlander. Het woord ‘allochtoon’, in feite een statistische term, zal niet verdwijnen uit het Nederlands spraakgebruik.  De statische term heeft zich ontwikkeld tot een aanduiding van iemand die hier geboren kan zijn en een Nederlands paspoort heeft, maar niet geïntegreerd is.

Een goed geïntegreerde Marokkaan of Turk heeft vaak nog steeds zijn naam en afkomst tegen. Ondanks een wellicht prima C.V. kan een stereotype beoordeling een rol spelen. Wie echter goed geïntegreerd is heeft een breed netwerk dat voor een deel uit autochtonen bestaat en dat hem hulp kan bieden. Wie echt geïntegreerd is zal minder problemen op de arbeidsmarkt ervaren en heeft een grote kans zijn baan langer te behouden dan slecht geïntegreerden die maar al te vaak het eerste jaarcontract niet verlengd zien. Ook ‘schijn-integratie’ is een probleem.

In zijn column ‘De geboren zondebok’ brengt Özcan Akyol (NRC 21032015) het niet-geïntegreerd zijn scherp onder woorden. Over de goedopgeleide Yasmina Haifi, die haar baan op het ministerie van Justitie en Veiligheid verloor vanwege haar tweet waarin ze stelde dat IS niets met de islam heeft te maken, maar een Zionistisch complot is dat door joden werd bedacht om de islam in diskrediet te brengen, schreef Aykol dat ze op dat moment haar masker verloor. Voor even verscheen achter de politiek correcte opstelling, waarmee ze zich door het leven bewoog, haar echte gezicht dat ze normaal thuis zou laten. Yasmina Haifi is daarmee een voorbeeld van schijn-integratie. Ze wil niet dat haar etnische omgeving als kaaskop veroordeelt, ze heeft haar identiteit behouden en ging met een masker op naar haar werk. Het toont aan hoe moeilijk integreren is als je directe omgeving, je thuisland en je religie dat eigenlijk niet van je accepteert.

Voor niet-integreren betaal je een prijs in de samenleving en voor integreren in die samenleving betaal je een prijs bij je traditionele achterban. Wat je ook kiest één van de twee zal je daar voor laten betalen. Je wordt door de kat of door de hond gebeten en als je dat discriminatie noemt draai je oorzaak en gevolg om. Integreren is kiezen. Kiezen voor jezelf levert je binnen de Nederlandse cultuur de meeste kansen op.

(in een artikel in het Parool verwoordde Renzo Verwer eveneens de gedachte dat moslims niet het alleenrecht op discriminatie kunnen claimen, link: artikel )


woensdag 18 maart 2015

Wanneer ben je geïntegreerd en geen allochtoon meer?

                                                                   


‘Allochtoon’ is een zelfstandig naamwoord geworden, dat ook los van zijn statistische achtergrond wordt gebruikt. Je kunt hier geboren zijn, van de derde generatie zijn die hier woont en een Nederlands paspoort hebben, maar toch allochtoon zijn gebleven. Ik gebruik de aanduiding ‘allochtoon’ nagenoeg automatisch en als vanzelfsprekend om iedereen aan te duiden die niet geïntegreerd is.

Wanneer ben je geïntegreerd? Daar schijnt onduidelijkheid over te zijn las ik laatst. Onder moslims schijnt er ook behoefte te zijn aan duidelijkheid. Ze willen erbij horen en hebben behoefte aan helderheid. Dat is te begrijpen. ‘Integratie’ is een onderwerp waarover onduidelijkheid blijft bestaan omdat het omstreden is.

Integratie wordt tegengewerkt
Landen van afkomst zoals Marokko en Turkije streven er naar om hun hier wonende onderdanen Marokkaans dan wel Turks te houden. Het dubbele paspoort helpt daarbij. Ook vanuit de islam wordt alles in het werk gesteld om mensen islamitisch te houden en de sociale controle in moslimgemeenschappen helpt daarbij. Islam staat integratie in de weg en werkt het bewust tegen. Islamideoloog Tariq Ramadan pleit voor een parallelle samenleving voor moslims die alleen voor zover onvermijdelijk economisch participeren in westerse samenlevingen. Politiek worden moslims gevangen gehouden in de in het Midden-Oosten levende conflicten en de door hun imams gepreekte afwijzing van westerse waarden die inferieur zouden zijn aan die van de islam. Het multiculturele overheidsbeleid heeft de segregatie alleen maar versterkt. Het valt voor een moslim of moslima dan ook niet mee om te integreren in de Nederlandse samenleving. Zonder conflicten met de eigen familie gaat dat als regel niet.

Verellendung
‘Verellendung’ is een begrip uit de marxistische theorie waarmee de marginalisering en verarming van groepen in de samenleving wordt aangeduid als gevolg van het kapitalistische economische systeem. Maar ook het tegenwerken van integratie zoals ik hierboven beschreef leidt tot ‘Verellendung’ omdat  integratie de belangrijkste weg is naar maatschappelijk succes. Het gebrek aan integratie belemmert kansen, leidt tot marginalisering, armoede en criminaliteit. Door het politiek correcte deel van Nederland en door islamitische voorlieden worden in dit verband oorzaak en gevolg nog al eens ontkend en omgedraaid. De bejegening van allochtonen door autochtonen zou de oorzaak zijn. Maar dat is eigenlijk gemakkelijk te weerleggen. Goed geïntegreerde moslims hebben als regel maatschappelijk succes. Ik vraag me daarom wel eens af of de ‘verellendung’ door de islam bewust wordt nagestreefd door integratie tegen te werken. ‘Verellendung’ is een kweekvijver voor opstandigheid.Islamisten zoals van de Moslim Broederschap, maken daar gebruik van.

Wanneer ben je geïntegreerd?
Het hameren op onderwijs om integratie te bevorderen zoals bijvoorbeeld D”66 doet, is weinig zinvol. De integratie onder de tweede en derde generatie, generaties die hier zijn geboren en volledig Nederlands onderwijs hebben genoten is slechts marginaal toegenomen. Als je moslims vraagt of ze willen dat het goed gaat met Nederland of dat het goed gaat met de islam, zal statistisch gezien zo’n 60 tot 70% er voor kiezen dat het goed gaat met de islam. Ze zullen hun gedrag daar op afstemmen. Het is een houding waarin integratie wordt afgewezen. Allochtonen die wel een houding kiezen die integratie mogelijk maakt krijgen te maken met afwijzing vanuit de eigen groep en lopen de kans geïsoleerd te raken. Als ze goed geïntegreerd zijn, is de kans op isolatie gering. Goede integratie heeft een aantal kenmerken:
1.     Nederlands is je eerste taal. Bij ‘allochtonen’ is Nederlands meestal de tweede taal omdat aan de thuistaal de voorkeur wordt gegeven. Als Nederlands niet je eerste taal is, levert dat een levenslange handicap op in het onderwijs en in het werk. Voor mensen die hier niet geboren zijn is dit natuurlijk een lastige opgave. Ik zie het als een taak voor ouders om hun kinderen met taal op het goede pad te zetten
2.     Een gemengd netwerk. Je netwerk bestaat niet alleen uit etnisch verwanten en geloofsgenoten. Je hebt ook autochtone vrienden, kennissen en relaties waarmee je actief omgaat. Je rekent op je netwerk en de leden van je netwerk kunnen op jou rekenen.
3.     Je maakt je eigen keuzes. Je kiest voor je eigen toekomst vanuit je eigen inzichten en belangen. Je laat je keuzes niet afhangen van wat je ouders, broers en zussen, ooms en tantes of buren vinden dat je moet kiezen.
4.     Je wilt dat het goed gaat met Nederland. Nederland is je bakermat die je kansen en mogelijkheden geeft. Je interesseert je voor de politiek en je gebruikt Nederlandse bronnen om je te informeren. Je gaat er van uit dat als het goed gaat met Nederland, het ook goed kan gaan met jou.
5.     Je begrijpt de Nederlandse cultuur. Je bent je bewust van de verschillen tussen je etnische cultuur en de Nederlandse cultuur en hun geschiedenis. Je begrijpt dat het delen van de Nederlandse cultuur je kansen op een geslaagd leven vergroot en het vasthouden aan de eigen etnische cultuur de slaagkans belemmert. Je ziet het je eigen maken van de Nederlandse cultuur als een verrijking.
6.     Je bent maatschappelijk actief. Je hebt rechten en plichten. Je zet je in voor zaken die van maatschappelijk belang zijn en je weegt deelbelangen af op het algemeen belang.
7.     Je relativeert religie. Als je gelooft, ben je moslim zoals autochtone Nederlanders katholiek of protestant zijn. Je respecteert andere religies. Je loopt niet te koop met je eigen religie, dringt anderen niets op en je verafschuwt religieus gemotiveerd geweld.
8.     Je wilt je kinderen kansen geven. In hun begeleiding naar volwassenheid maak je keuzes die hun slaagkans bevorderen. Nederlands is de thuistaal. Je brengt ze respect bij voor je afkomst, maar maakt ze duidelijk dat het leven in Nederland een andere houding vergt dan die in het land van je afkomst.
9.     Je bent niet etnisch bevooroordeeld. Je beoordeelt mensen op hun persoonlijke kwaliteiten en niet op hun afkomst, geaardheid of religie.
1    Je accepteert niet dat ze je nog een ‘allochtoon’ noemen. Als je geïntegreerd bent, ben je een autochtoon, iemand die zijn land liefheeft ongeacht zijn politieke of religieuze voorkeuren en ongeacht zijn afkomst..

Integreren gaat niet vanzelf, het vraagt om een bewuste keuze en inzet. Je kunt niet een beetje een Nederlander zijn. Je bent het, ongeacht je afkomst, helemaal of niet.
Nederland verkeert nog steeds in een post-multiculturele fase en is daarom nog aarzelend in het benoemen van de kenmerken van integratie. Toch moet die stap worden gezet en zal worden gezet. Integratie zal de komende jaren een belangrijk beleidsonderwerp worden. Integratie is ook het beste wapen tegen discriminatie

Iemand die niet geïntegreerd is, is van beperkte waarde voor de samenleving en mist kansen en mogelijkheden voor zijn eigen leven. Iemand die niet geïntegreerd is heeft geen redenen om te protesteren als hij blijvend ‘allochtoon’ wordt genoemd. En om het maar wat harder te stellen: een allochtoon is iemand die profiteert van wat de Nederlandse samenleving te bieden heeft, maar daar niets voor terug geeft. Wederzijdsheid ontbreekt. Zulke mensen zijn we eigenlijk  liever kwijt dan rijk en daar is niets mis mee.

Update
Het sociaal cultureel planbureau publiceerde op 16 december een studie over integratie. Een van de bevindingen was dat goed geïntegreerd en gelukkiger en gezonder zijn. Ik vermoed dat dit mede het gevolg is van het zich bevrijden van knellende sociale banden die de vrijheid van denken en handelen beperken.


maandag 12 januari 2015

De meeste moslimse ouders 'houden te weinig' van hun kinderen

                                                                      


Ze houden van het land waar ze vandaan komen. Ze houden van de cultuur die bij dat land hoort en waarin eer een belangrijke rol speelt. Ze houden van hun cultuur waarin de belangen van eigen familie, clan en stam belangrijker zijn dan het algemeen belang en de overheid die dat vertegenwoordigt. Ze houden van de taal van hun thuisland en blijven die thuis spreken. Ze houden van de smaken en geuren van hun land van oorsprong. Ze houden van hun islamitische religie, van de Profeet en van Allah. Ze houden op tribale wijze van hun familie en clan. Ze houden van hun schotel, de navelstreng die hen verbindt met alles waar ze van houden.

Ze houden te weinig of op de verkeerde manier van hun kinderen. Ze bereiden die niet voor op het leven in de Nederlandse samenleving zodat ze daarin succesvol zullen worden. Hun kinderen begrijpen te weinig van de normen en waarden in hun woonland. Hun kinderen gebruiken Nederlands als tweede taal en missen alle nuances van die taal. Het is niet eens zo erg dat ze het regelmatig over die meisje hebben. Veel erger is dat ze veel missen omdat taal de drager en expressie van cultuur is.

Als moslimse ouders echt van hun kinderen zouden houden  en hun kansen zouden willen vergroten bij de deelname in de samenleving waarvan ze deel uit maken, zouden ze het heel anders aanpakken. Maar dat doen ze niet. Ze worden daarbij ook niet gestimuleerd door moslimse voorlieden en vertegenwoordigers van hun thuisland. Dat zijn degenen die ze voorhouden dat de eigen religie, het thuisland en de eigen cultuur een onvervreemdbaar recht is. Daarom moeten ze hun dochter kleden met de vlag van de islam, daarom moeten hun zoons verbaal en fysiek sterk worden. Te lang heeft de Nederlandse overheid dat gesteund, idealistisch en naïef.

Kinderen van moslimse ouders doen het over het algemeen slecht in de Nederlandse samenleving omdat ze vastgehouden worden in de cultuur van hun ouders en daardoor niet in staat zijn om zich thuis te voelen in de cultuur en taal van hun woonland. Op werkplekken waar die cultuur en taal van groot belang zijn, houden ze het vaak niet langer dan een jaarcontract vol. Ze vallen door de mand omdat ze in belangrijke mate de aansluiting missen.

Voor het falen van moslimse ouders om hun kinderen voor te bereiden op de samenleving waar ze deel van uit maken, hebben hun voorlieden bedacht dat de schuld elders ligt dan in eigen gelederen. De Nederlandse samenleving discrimineert hun kinderen, zeggen ze. De Nederlandse samenleving is racistisch, zeggen ze. Vervolgens blazen ze de geringe mate waarin racisme en discriminatie in Nederland voorkomen op tot maximale proporties, wijten het aan islamofobie en betogen dat islamofobie gelijk staat aan racisme. Het is een effectief recept dat in Nederland polarisatie veroorzaakt. De exploitatie van slachtofferschap werkt. Vooral naïef en politiek correct Nederland steunt hun zaak uit angst voor het etiket van discriminatoir of racistisch denken en handelen.

Worden moslimse ouders die hun kinderen uit niet begrepen eigen belang verwaarlozen, misbruikt voor de agenda van anderen? Bijvoorbeeld door het kind een islamitische voornaam te geven? Daar lijkt het wel op. Vanuit hun thuislanden worden ze gemaand de nationaliteit van het thuisland in ere te houden en vanuit de islam worden ze gemaand vooral aandacht te schenken aan de opvoeding van de kinderen in de islamitische tribale cultuur en tradities. Het lijkt er op dat ze weg worden gehouden van integratie in de Nederlandse samenleving omdat dit ten koste zou gaan van de puurheid van de religie. De sociale controle binnen moslimse groeperingen zorgt er voor dat er niet al te veel schaapjes afdwalen.

Bassam Tibi, een in Nederland te weinig gelezen islamoloog, waarschuwt voortdurend voor de politieke islam. Wat hem betreft is het er op of eronder. Of de islam wordt Europees, of Europa wordt islamitisch, stelt hij. Dat is de strijd die gaande is en door te weinigen wordt begrepen. Voorlopig staan we achter in die strijd. Een Europese islam die past in de godsdienstvrede van Europa is nog niet zichtbaar. Het is ook niet in het belang van de islam. Een matiging van de leer verzwakt het kerndoel van de islam om de wereld voor Allah te veroveren.

Annabel Nanninga, columniste bij Jalta.nl mag van politiek correct en naïef Nederland niet zeggen dat het oorlog is. Dat is het natuurlijk wel. De doelen op lange termijn van de islam en de daarop afgestemde strategie worden nog onvoldoende onderkend. Ook moslimse ouders schijnen onvoldoende te beseffen dat ze op manipulatieve wijze worden ingezet voor een strijd die maar al te vaak hun strijd niet is.

Voor Nederland en voor Europese landen is er maar een keuze in deze situatie. De strijd aangaan en volledig in te zetten op integratie. Het is de enige keuze die een Europese islam mogelijk maakt. Het is de enige keuze die van de kinderen van moslimse ouders volwaardige burgers maakt. Het is de enige keuze om de strijd aan te gaan met degenen die de slachting van mensen in naam van de islam overal in de wereld veroorzaken. Het is de enige keuze die kan bijdragen tot meer vrede in de wereld.


Aanvulling. Citaat Paul Scheffer uit NRC van 1 april 2017: . Ik zou tegen die ouders zeggen wat de Turks-Duitse socioloog Necla Kelek ooit schreef: Jullie zijn nooit meer terug naar Turkije gegaan, maar hier gebleven. Jullie verraden de keuze die je in je leven hebt gemaakt door je kinderen op te voeden met de leuze ‘en büyük Türk’, wat zoveel wil zeggen als ‘Turken staan boven iedereen’. Wie zijn kinderen bewust vervreemdt van het land waar ze hun toekomst moeten vinden, draagt bij aan hun mogelijke mislukking.

                                                                            

zaterdag 10 januari 2015

De zweepslagen van de Islam

                                                                        

We leven op voet van oorlog en dat al jaren, we beseffen het alleen niet. De teksten van de koran zijn eenoorlogsverklaring aan alles wat niet islamitisch is. De koran roept op tot strijd tot de wereld van Allah is. De perverse beloningen die de koran belooft zijn buit en slaven of de martelaarsdood die recht geeft op een paradijselijk leven. De aanslagplegers in Parijs kozen voor het laatste.
We zijn niet in oorlog met moslims, we zijn in oorlog met een ideologie die hen motiveert om de Allah uit de koran tevreden te stellen. Hoe maakt niet uit, de ethiek van de strijdbare islam kan worden omschreven als: ‘het doel heiligt de middelen’. De westerse waarden moeten worden gegeseld want de westerse waarden staan haaks op die van de islam en vormen een bedreiging voor de islam.

Tussen alle islamitisch geweld waarmee we de afgelopen week weer werden geconfronteerd, kreeg een berichtje uit de islamitische wereld veel te weinig aandacht. Maar tien regeltjes in mijn ochtendkrant.  Het betreft de veroordeling van de Saoedische blogger Raif Badawi die in Saoedi Arabië werd veroordeeld voor tien jaar cel en duizend zweepslagen omdat hij de islam zou hebben beledigd. De zweepslagen van de islam treffen niet alleen degenen die zich in het Westen verzetten tegen een totalitaire ideologie, ze treffen ook moslims die zich aan kritiek wagen. De waarheid in islamitische landen zit maar al te vaak in de gevangenis, wordt gegeseld, vermoord of wettelijk omgebracht.  Duizend zweepslagen overleef je niet.

De aanslagen in Parijs en de straf voor blogger Raif Badawi komen uit dezelfde bron. De reputatie van de islam, van de koran en van de profeet dient onberispelijk te blijven, boven iedere twijfel verheven te zijn en ‘in submission’ erkend te worden als de ultieme waarheid. Die zogenaamde waarheid wordt met geweld en intimidatie beschermd.

Islamkritiek wordt in Nederland ook nauwelijks geduld. Bekende critici worden gemarginaliseerd en
gedemoniseerd. Het zijn er maar weinig die de moed hebben om het voor hen op te nemen. De islam in Nederland is druk bezig om critici met nieuwe zweepslagen te geselen. De islamcriticus is fobisch en islamofobie staat gelijk aan racisme. De beschuldiging van racisme is een zweepslag, het is verbale intimidatie en ondermijning van reputaties en het werkt. Bekende moslims als Marcouch en Elforkani waren voor de aanslag in Parijs druk bezig met de campagne om islamkritiek als racistisch te bestempelen.  Hun actie komt uit dezelfde bron als de aanslagen in Parijs, het straffen van de blogger Raif Badawi en de vele andere aanslagen op het onthullen van de waarheid en de vrijheid van meningsuiting.

De campagne om islamkritiek tot racisme te verklaren maakt handig gebruik van de Nederlandse wetgeving die racisme verbiedt en van de bestaande gevoeligheid voor termen die ontleend zijn aan de holocaust. Met de gedachte: ‘dat nooit meer’, trapt een deel van de Nederlandse bevolking (de politiek correcten) in de uitgezette val en zijn blind voor de oorlog die de Islam voert tegen westerse waarden.

Na de aanslagen in Parijs haasten figuren als Marcouch en Elforkani zich om te verklaren dat terrorisme met harde hand moet worden bestreden en dat terrorisme  geen islam is. Dat ze zelf aan verbale terreur doen met de campagne om islamcritici tot racisten te verklaren blijft op dit ogenblik even op opportunistische wijze buiten beeld, maar zal als de ontzetting van de afgelopen week is geluwd wel weer gerevitaliseerd worden. Het is immers een plicht die uit de koran voortvloeit. Ineke van de Valk, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam schreef een pseudo-wetenschappelijk  boek om de campagne te steunen en ik vraag me af hoeveel geld ze daarmee voor de universiteit heeft binnengehaald. De islam betaalt goed voor dat soort dingen. Met haar slachtofferretoriek heeft ze politiek correct Nederland tot collaboratie weten te bewegen. Veel zweepslagen worden uitgedeeld door politiek correct Nederland.

Ook Aboutaleb veroordeelde het terrorisme, maar niet de broedstoof die het voortbrengt. De meest wenselijke stap liet hij na. De reputatie van de  islam mag niet besmeurd worden, daarom moet het terrorisme publiekelijk van de islam worden gescheiden. Het is een vorm van schijnheiligheid.
Moediger was Laila Ezzeroli in de opiniebijlage van de Volkskrant van 10 januari 2015.  Ze schrijft: “Ik denk dat we geen afstand moeten nemen van radicaliserende moslims. We moeten juist ondubbelzinnig  zijn en erkennen dat ze een deel van ons zijn. De vijand is uit ons voortgekomen. Uit onze schoot en huizen, uit onze religieuze apologetiek, uit onze boosheid……”
Ondubbelzinnige taal, waarbij de dubbelzinnigheden uit de islamretoriek van op televisie pratende verbale jihadisten in al hun valsheid aan het kruis wordt genageld.

Europeanen roepen ‘Je suis Charlie’, Laila Ezzeroli is een ‘Charlie’, ze voegt de daad bij het woord. Bijna alle moslims weten dat de analyse van Ezzeroli waar is. Het zou daarom mooi zijn als moslims moedig zouden roepen ‘Ik ben Laila’, maar dat mogen ze niet van hun geloof. En daar, precies daar, zit het probleem van de islam. Je mag alleen wat het geloof voorschrijft. Als je je daar niet aan houdt volgen er zweepslagen.





donderdag 8 januari 2015

Booslims slaan toe in Parijs

Terrorsisten worden bejubeld als helden


7 januari 2015 kan in ons geheugen worden opgeslagen naast 2 november 2004 toen Theo van Gogh werd vermoord. De aanslag op de redactie van Charlie Hebdo is twaalf keer de moord op Theo van Gogh las ik ergens. Klopt, maar de gebeurtenissen zijn in hun invloed vergelijkbaar.

De vrijheid van meningsuiting in Nederland was na 2 november 2004 niet meer dezelfde. Hetzelfde zal in Frankrijk ook gebeuren. Als de eerste emoties, die mensen doen verklaren dat ze niet bang zijn en dat ze Charlie Hebdo zijn (Je suis Charlie Hebdo) zullen zijn weggeëbd, zal iedereen in Europa zich realiseren dat kritiek uitoefenen op de islam een keuze is die risico’s met zich meebrengt. Balie-directeur Yoeri Albrecht verklaarde naar aanleiding van de aanslag in Parijs dat in Nederland de vrijheid van meningsuiting al lang onder druk staat. Hij wil zijn personeel en publiek risico’s besparen door af te zien van manifestaties die aanstoot kunnen geven. Youp van het Hek verklaarde dat hij op zijn woorden let.

Moslims die de teksten van hun religie letterlijk nemen zijn snel gekwetst. Een kritische of badinerende opinie over de Islam kan ze in woede doen ontsteken. Voor de redactie van Charlie Hebdo was geen enkele religie heilig, alleen vanuit de islam kwamen er bedreigingen op hun teksten en spotprenten. Daar is een verklaring voor. In de tribale cultuur van de meeste moslims wordt kritiek op hun religie gezien als een vijandige daad die vergolden moet worden. Binnen hun cultuur gebeurt dat ook tussen stammen onderling. Philip Salzman, een Canadese antropoloog heeft na 20 jaar veldwerk de tribale culuur uitvoerig in beeld gebracht in zijn boek ‘Culture en conflict in the Middle East’. Afschrikking, dreiging en als het nodig is geweld vormen het gereedschap waarmee stammen onderling hun verhouding regelen in wat Salzman ‘Balanced opposition’ noemt. Het boek is helaas nog steeds niet vertaald in het Nederlands.

In Europa wordt die tribale cultuur niet goed begrepen en bestaat er afkeer en angst om culturen van andere volkeren negatief in beeld te brengen. Onze universiteiten hebben al meerdere generaties menswetenschappers opgeleid met het idee dat het niet correct is om iets over andere culturen te zeggen. Het zijn de generaties van politiek correcten die het vermanende vingertje opsteken zodra ze iets negatiefs over andere culturen tegen komen. Die houding heeft ook zijn weg gevonden naar de media, het onderwijs, de politiek en het bestuur. Islamisten, in dit verband duid ik ze altijd aan als ‘verbale jihadisten’, maken daar handig gebruik van. Ze manoeuvreren de islam en moslims in een slachtofferrol en weten altijd weer steun te krijgen uit het politiek correcte deel van Nederland. Critici van de islam worden daardoor stelselmatig gemarginaliseerd en gedemoniseerd. Wie de vinger op de zere plek legt wordt veroordeeld. Fouad Sidali is een goed voorbeeld van wat ik met ‘verbaal jihadisme’ bedoel. Na de omstreden uitspraken van Wilders (minder, minder, ……) zette hij de opinievorming op scherp met zijn tweet: “Hitler is onder ons, in de gedaante van Wilders….” Godwins zijn het geliefde instrument van verbale jihadisten omdat ze weten dat ze daarmee een gevoelige snaar  raken die de door hen gewenste reactie kan oproepen. Het meest trieste resultaat van samenwerking tussen verbale jihadisten en vooringenomen wetenschappers vinden we in het boek van Ineke van der Valk (UvA) waarin ze betoogt dat islamcritici islamofoob zijn en dat islamofobie een vorm van racisme is. Met medewerking van een Marokkaanse organisatie is het boek vertaald in het Frans en Engels.

 Islamkritiek wordt binnen onze samenleving op die manier ondermijnd. Reputatiebeschadiging is het lot van degene die het waagt om buiten de door politiek correcten getrokken lijnen te treden. Het is een effectieve manier van sociale controle die de vrijheid van meningsuiting aan banden legt. Ien Dales zei als minister van Binnenlandse Zaken eens dat ‘een beetje integriteit niet bestaat’. Hetzelfde kan gezegd worden van de vrijheid van meningsuiting. Dat was ook de insteek van de redactie van Charlie Hebdo die tegen alle druk in zich niet liet intimideren. In Nederland zou je ‘Geen Stijl’ als voorbeeld daarvan kunnen zien. Politiek correct Nederland als slippendrager van de verbale jihadisten hebben dat medium effectief van een slechte reputatie weten te voorzien.

 Je hebt de rauwe en brute moord op de redactie van Charlie Hebdo en daarnaast de stelselmatige verbale sluipmoord op de vrijheid van meningsuiting van degenen die net zo openhartig willen spreken of schrijven over de islam als over het katholicisme. Het laatste brengt geen risico’s met zich mee, het eerste wel en daar wringt de schoen.

 Terrorisme moet worden bestreden. We moeten echter niet vergeten dat terrorisme hooguit het meest in het oog springend deel is van de islamisten die het korangebod om de wereld voor Allah te veroveren als opdracht zien. Islamisten voorzien moslimpopulaties van negatieve oordelen over westerse waarden en westerse politiek. Ze stellen met behulp van de thuislanden alles in het werk om die populaties opgesloten te houden in wat Ayaan Hirsi Ali een gevangenis pleegt te noemen. Die populaties vormen de broedstoof van het jihadisme en islamofascisme. Terrorisme moet worden bestreden. De meest effectieve manier op langere termijn is echter de cultuur te bestrijden die terrorisme voortbrengt.

 Annabel Nanninga schreef naar aanleiding van de aanslag in Parijs op Jalta dat het oorlog is. Daar ben ik het mee eens. De inzet van die oorlog is onder woorden gebracht door de islamgeleerde Bassam Tibbi die al jarenlang de ontwikkelingen met grote bezorgdheid beschrijft. Er zijn twee mogelijkheden stelt hij: De islam wordt Europees of Europa wordt islamitisch. De redactieleden van Charlie Hebdo meldden zich met pen en tekenpotlood aan het front van die oorlog en zijn te zien als slachtoffers van de aan de gang zijnde oorlog.

 Ik bevind me in een complexe emotie. Boos, bang, verdrietig en cynisch tegelijk. Als ik me afvraag in welke wereld mijn kleinkinderen zullen leven, overheerst de angst voor het tribale geweld waar we geen verweer tegen hebben. Bij alle grote woorden over de vrijheid van meningsuiting en de vastberadenheid om terrorisme te bestrijden, valt telkens te horen dat we het geweld van jihadisten niet moeten toeschrijven aan de islam en moslims. Dat geeft me weinig vertrouwen. Overheden en politici die me vragen de broedstoof van het jihadisme te negeren vergelijk ik met de geruststellers die voor de watersnoodramp van 1953 meenden dat het risico te laag was om ons zorgen over te hoeven maken.

 Er zijn veel booslims. Statistieken wijzen uit dat er veel sympathie is voor de jihadisten. Het is moeilijk om ze te onderscheiden van moslims voor wie vrede echt iets betekent. De kernopdracht van de islam is om de wereld te veroveren voor Allah. Dat betekent oorlog. Daar zullen we nog veel last van houden alvorens er een algemeen besef ontstaat dat het dat is waartegen we ons moeten verweren. Voor mijn kleinkinderen hoop ik dat het dan niet al te laat is.